De Krim - Oost

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week op een badgastloos, vogelrijk Texel, van De Krim naar Oost.

Hard zand loopt lekker. Onder onze schoenen kraken de schelpen, vooral veel slanke scheermessen, die zijn er in overvloed. Zachtroze zien ze, tenminste zolang ze nat en vrij zijn. Gevangenschap verdragen ze niet. Raap ze op om ze te bewaren en ze verbleken al snel tot akelig lijkgrijs.

Vanaf de boot hebben we een onwezenlijk oranje zon zien opstijgen, nu strijkt zijn licht kalm over de golven en spot met het verschoten rood van de vuurtoren. We bedwingen de neiging om, als in de vorige winter, te gaan lopen langs het brakke gebied van de Slufter. We zullen nu de noordpunt van Texel ronden en langs de oostelijke kant tot halverwege het eiland lopen.

Wandelen op Texel, in de winter is dat het mooist. Strand, duinen en dijken liggen verlaten, badgasten bestaan niet. De strenge bordjes met `Duin belopen — zeewering slopen' zien er overbodig uit. Wie zal ze lezen? De spreeuwen? De schapen? Zelfs de honden, die ik ervan verdenk stiekem te hebben leren lezen om zulke waarschuwingen uit te spellen, zijn nu schaars.

Maar er is meer dan die verleidelijke eenzaamheid. De winter is van wind en licht en die verhelderen samen de Texelse oerkleuren: het geel met de duindoornblossen van de duinen, het oplichtende groen van het weideland, het meeuwgrijs van de wolken. En, aan het strand bij eb, het harde hemelblauw in de streepjes zout water tussen de zandribbels, de vingerafdrukken van de zee.

In het zand ligt één kleine kwal, volmaakt kleurloos, een waterpuddinkje. Dochter, bijna veertien, kijkt en loopt door. Ze zegt: ,,Ik zag een stukje van The Exorcist 2. Best wel nep.'' Ja, daar zit wat in.

We bedwingen de noordpunt, zakken af langs De Cocksdorp (met cé-o-cé-ka) en belanden op een lange rechte grasdijk. Rechts van ons ligt de polder `De Eendracht', waar honderden brandganzen een bruine veren deken vormen — helemaal uit de Russische toendra's gekomen om hier, juist hier, op wintervakantie te gaan en eens lekker gras te eten. Hun geluid is laag, een schor gegak, dronken gebulder vergeleken bij het soundscape aan de andere kant van de grasdijk. Daar, in `De Schorren', klinken de ijle, transparante ie-kreten van talloze kleine en grote zeevogels. De waders in de geulen, de zwemmers op de plekken waar de vloed bezig is land terug te winnen. Ze hebben het druk en ze maken er muziek bij.

Kaart 6, 7, 8 uit Diedrik Mönch: Texelpad. Uitg. NIVON, Amsterdam. Elk uur vaart er een boot uit Den Helder. Inl. boottijden tel. 0222 369611. Uit de haven rijden er bussen over het hele eiland.