Chailly dirigeert nieuwe Berio-finale `Turandot'

Onder leiding van chef-dirigent Riccardo Chailly begon het Koninklijk Concertgebouworkest gisteravond aan de uitvoering van een opmerkelijk stukje operageschiedenis: een nieuwe finale voor Puccini's onvoltooid achtergelaten opera Turandot, gecomponeerd door Luciano Berio. Het is een alternatief voor de nu altijd gespeelde finale, een omstreden werkstuk van Franco Alfano. Berio (76) zelf was niet aanwezig, als gevolg van een ongelukkige val.

In het Amsterdamse Concertgebouw werd Berio's vijftien minuten durende versie gespeeld aan het slot van een repetitie van de complete derde acte, alleen toegankelijk voor de Vrienden van het Concertgebouw en -orkest. Op 24 januari geven Chailly en zijn orkest de officiële wereldpremière tijdens een concert in Las Palmas, waar het festival de opdrachtgever voor de nieuwe slotscène was. In juni is Berio's finale in het Amsterdamse Muziektheater voor het eerst te horen tijdens een scenische uitvoering van Turandot. Die nieuwe productie van de Nederlandse Opera, geregisseerd door Nikolaus Lehnhoff, wordt ook begeleid door het Concertgebouworkest onder leiding van Riccardo Chailly.

Toen Giacomo Puccini in 1924 in Brussel overleed, liet hij een grote hoeveelheid schetsen achter voor de slotscène van Turandot. De sprookjesopera gaat over een Chinese prinses van grote schoonheid. Maar ze is hardvochtig en wreed. Ze is zo koud als ijs en heeft al talloze aspirant-minnaars laten ombrengen. Het is haar wraak voor het onteren van de kuisheid van een andere prinses, vele duizenden jaren geleden. Wanneer Calaf zich als minnaar presenteert, lost hij moeiteloos de drie raadsels op die zij hem opgeeft. Als Turandot dan zijn naam moet raden, bezwijkt zij uiteindelijk door zijn kus en ze ontdooit: zijn naam is Liefde.

Puccini wilde Turandot besluiten met een liefdesduet dat al zijn andere moest overtreffen, muziek die op overweldigende wijze maar geloofwaardig gestalte moest geven aan haar transformatie van een ijselijk kil en haatdragend wezen naar de ware warmbloedig liefhebbende vrouw. Uit Puccini's schetsen stelde Alfano een finale samen. Die vond echter geen genade bij Arturo Toscanini, de dirigent van de wereldpremière van Turandot op 25 april 1926 in de Scala van Milaan. Toen Puccini's laatste eigen noot was verklonken, stopte Toscanini, richtte hij zich tot het publiek en zei: ,,De opera eindigt hier, op dit punt is de maestro gestorven.''

In de op last van Toscanini verkorte vorm werd Alfano's finale uiteindelijk het triomfantelijk luidruchtig stralende standaardslot van Turandot. Toen Alfano's originele lange versie boven water kwam, volgde enig postuum eerherstel: zijn her en der uitgevoerde finale was toch beter dan Toscanini destijds wilde toegeven.

De nieuwe versie van Berio is veel bijzonderder dan die van Alfano. Berio componeerde op basis van Puccini's noten en in de geest van de bedoelingen van de componist. Maar een componist als Berio maakt in het speculeren over hoe Puccini zelf zou hebben kunnen componeren ook zijn eigen keuzes. De componist van de citaatrijke Sinfonia en van Rendering met Schubertmuziek laat ook hier zijn vingerafdrukken na. Dat gebeurt met citaten uit het begin-20ste eeuwse componeren: Mahler en de twaalftoons-Schönberg.

Berio rekent af met triomfalisme, hij componeerde een fors en heftig instrumentaal intermezzo – een soort Wagneriaanse `Verwandlungsszene' – en eindigt met in zilverglans oplossende klank. Het ijs is gesmolten, maar het kostte moeite. Het treurige verleden is nog niet vergeten en klonk soms nog wrang door, ook in de zangpartijen van Eva Urbanova (Turandot) en Dennis O'Neill (Calaf).

Alfano's slot was ouderwets lekker, Berio's finale is eigentijds ontnuchterend en conceptueel. Deze finale biedt ook een terugblik op de opera, als een spiegelbeeld van een vooruitkijkende ouverture.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest, Groot Omroepkoor, solisten o.l.v. Riccardo Chailly. Programma: muziek van G. Puccini, o.a. nieuw slot van Turandot door L. Berio. Gehoord: 18/1 Concertgebouw Amsterdam. Scenische uitvoeringen: 1 t/m 30/6 Muziektheater Amsterdam.