Bosker 4

In `Veranderen in stapjes' (W&O, 5 januari) stelt Roel Bosker terecht dat de gemiddelde Nederlandse leraar in het voortgezet onderwijs zich ondergewaardeerd voelt. Op de vraag waar dat gevoel vandaan komt, antwoordt hij dat dit vooral ligt aan hun `mager ontwikkelde professionaliteit'. Bosker legt de schuld bij de leraren zelf, die wel `keihard voor de klas werken', maar een `beetje lui' zijn in het op peil houden van hun vakkennis en veel te veel slaafs uit hun boekjes lesgeven.

Dit terugspelen van de bal ervaar ik als een trap na. In hetzelfde interview zegt Bosker dat leraren vrijwel nergens in de wereld zoveel lessen moeten geven als in ons land. Hij verzuimt echter de voor de hand liggende conlusie te trekken dat er bij zoveel lessen weinig ruimte overblijft voor het op peil houden van professionaliteit, laat staan voor het ontwikkelen van veel eigen lesmateriaal.

De gemiddelde kwaliteit van de bijscholingen is overigens laag. Ze worden vaak gegeven door diegenen die de dans van het lesgeven op een middelbare school zijn ontsprongen en behoorlijk ver van de praktijk verwijderd zijn. Meestal had ik na afloop van een cursus het onaangename gevoel dat zij meer van mij hadden opgestoken dan ik van hen.