Bosker 3

In zijn analyse van de oorzaken van `de magere professionaliteit' van de Nederlandse leraar presenteert prof. Roel Bosker (`Veranderen in stapjes', W&O, 5 januari) een aantal rake observaties. Toch blijft onderbelicht dat twee randvoorwaarden voor onderwijsontwikkeling ontbreken, te weten: tijd en vertrouwen.

Terecht constateert Bosker dat docenten verzuipen in de ordeproblemen en drukke lesroosters. Met 28 lesuren per week gemiddeld behoort de Nederlandse docent tot de zwaarst belaste ter wereld. Boskers verwijt dat zij voor de klas keihard werken, maar toch een beetje lui zijn (omdat zij onvoldoende tijd nemen voor nascholing), behoeft dan ook zeker een nuancering: door die vele lesuren ontbreekt het docenten aan tijd om gezamenlijk het onderwijs te doordenken. Dat kan alleen als zij vrijgeroosterd worden, maar `lesuitval' is in de ogen van Inspectie en ouders onacceptabel.

Pas wanneer eindelijk gehoor gegeven wordt aan de roep om het aantal lesgebonden uren voor docenten te verminderen zal het leraarsberoep aantrekkelijker worden, waardoor het docententekort op langere termijn zal afnemen. Op korte termijn zal dan van de zittende docenten de bereidheid gevraagd moeten worden om (tegen vergoeding) overuren te maken.

Naast gebrek aan tijd speelt tekort aan vertrouwen en veiligheid een rol. Het aanleren van iets nieuws betekent: vallen en opstaan. Maar juist het door Bosker bepleite `minutieus meten van prestaties van scholen' heeft een klimaat geschapen waarin de bereidheid om het lesgeven eens ànders aan te pakken afneemt. Als docenten voortdurend de hete adem van de kwaliteitskaarten in hun nek voelen zal het enthousiasme voor een nieuwe aanpak die beoogt het onderwijs minder `saai, verplicht en vervelend' te maken, niet groeien. Bosker noemt docenten onzeker en te methodegetrouw. Maar de resultaten van het Nederlandse onderwijs zijn immers goed! Waarom zou je de beproefde wegen verlaten als je juist op die resultaten wordt afgerekend?

Natuurlijk moet het onderwijs verantwoording afleggen van zijn doen en laten. Maar een al te grote nadruk op prestaties zal eerder beklemmend werken dan ruimte scheppen. Zoals de socioloog Kees Schuyt in zijn Kohnstammlezing (2001) zei: ``Ritme en rituelen van opvoeding en onderwijs worden voortdurend onderbroken door toetsingsmomenten: Doe ik het wel goed? Doe jij het wel goed?'' Juist in een onsamenhangende, geïndividualiseerde samenleving moet de focus niet alleen op prestaties, maar ook en vooral op relaties (tussen mensen en tussen vakgebieden) gericht zijn. Het gaat uiteindelijk om de vorming van jonge mensen en daarvoor is vooral veel persoonlijke aandacht nodig.

Geef docenten de tijd en het vertrouwen om samen die ontdekkingsreis, die onderwijsontwikkeling is, te maken.