BOOMKIKKER DOET HET IN NEDERLAND WEER ALS VANOUDS

Het aantal boomkikkers in het Witte Veen in Overijssel is vorig jaar spectaculair toegenomen. In zeventien poelen zijn in het afwisselende gebied met heide, bos en graslanden in totaal 65 roepende mannetjes geteld. In 2000 werden in negen poelen 45 mannetjes waargenomen: een toename van 44 procent.

De boomkikker (Hyla arborea) is een exotisch ogend, gifgroen mini-kikkertje van hooguit vijf centimeter groot. Hij heeft merkwaardige zuignapjes aan handen en voeten, waarmee hij vliegensvlug langs struiken en bladeren omhoog kan klauteren. Je zult hem eerder horen dan zien. Overdag zit hij perfect gecamoufleerd te zonnen in het braamstruweel. Af en toe klinkt een zacht tjik, tjik, tjik. Op zwoele voorjaarsnachten zwelt het boomkikkerkoor aan tot een hels kabaal.

Zoals alle amfibieën leeft de boomkikker deels in het water, deels op het land. Hij houdt van een afwisselend, kleinschalig landschap met bosjes, houtwallen, struwelen en rietlandjes. Zijn voedsel bestaat uit insecten en spinnen. Begin jaren negentig dreigde dit zeldzame dier dat op de Rode Lijst van met uitsterven bedreigde soorten staat definitief uit ons land te verdwijnen, ook uit het Witte Veen. Vermoedelijk heeft dat te maken met de veranderingen in het landschap. Houtwallen zijn gekapt, poelen gedempt. Ook de overschaduwing van het water door hoge boomopslag werkt ongunstig, want als er te weinig zonlicht in het water doordringt, komen de boomkikkereieren niet uit.

In Nederland komt de boomkikker op nog maar 46 plaatsen voor, en bovendien liggen de leefgebieden vaak geïsoleerd. De meeste van deze kleine populaties worden met uitsterven bedreigd. In warm, helder, ondiep, stilstaand water, waarin de zon tot op de bodem schijnt, zet het vrouwtje haar eitjes af. In totaal worden 800 tot 1000 eieren in 5 tot 10 klompjes afgezet. Deze klompjes zijn zo groot als een walnoot en zinken naar de bodem. Na drie tot vier maanden kruipen de jonge kikkertjes, niet groter dan een centimeter, uit het water. Van oktober tot april is het tijd voor de winterslaap.

Door het aanleggen van poelen en waterpartijen is het bijna 300 hectare grote Witte Veen aantrekkelijker gemaakt voor amfibieën als de boomkikker, en met succes. Volgens beheerder Jaap in 't Veld lijkt het erop dat het tij is gekeerd. Zes jaar geleden verschenen voor het eerst weer twee roepende mannetjes, vermoedelijk uit Duitsland afkomstig.

De boomkikker profiteert van de vele nieuwe, speciaal gegraven kikker- en paddenpoeltjes. In regionale poelenplannen wordt op kaarten per kilometerhok ingetekend welke poelen nog in het landschap aanwezig zijn en op welke strategische plekken nieuwe poelen nodig zijn. Om de uitwisseling tussen populaties te bevorderen worden groenstroken aangelegd en slootjes als verbindingsstroken in het landschap gegraven. Op tal van plaatsen is houtopslag langs de oevers verwijderd. Dat werkt verrassend goed.

`Lege' gebieden worden weer door boomkikkers in bezit genomen. De roep van de mannetjes die al een geschikte poel hebben gevonden om de liefde te bedrijven heeft een magische aantrekkingskracht op soortgenoten, die nog onderweg zijn. Aangemoedigd door het koor gaan ze recht op hun doel af. Voor de mens zijn deze mannetjes op wel 1 kilometer te horen. In Gelderland, waar de soort sinds 1993 in opdracht van de provincie wordt geïnventariseerd, werden vorig voorjaar meer dan 500 roepende mannetjes geteld.