Bolletjesslikkers en kratjesdragers

De hysterie over drugs als cocaïne en XTC lijken onuitroeibaar, constateert Joost Zwagerman in zijn tweewekelijkse column.

Twee, drie of vier in één cel, die bolletjesslikkers zullen heus wel naar Schiphol blijven komen zolang u en ik onze cocaïne blijven gebruiken.

In het laatste deel van de vorige zin doe ik de waarheid geweld aan. Ik ben namelijk al jaren uitgekeken op cocaïne. Maar u kennelijk niet. Want die honderden kilo's coke die ons land worden binnengesmokkeld, zijn natuurlijk niet uitsluitend bestemd voor doorvoer naar Duitsland en Frankrijk en, binnenslands, voor die paar procent probleemgebruikers en verslaafden. Cocaïne is er niet alleen voor de haveloze straatjunk (die het negen van de tien keer gebruikt in combinatie met heroïne), maar ook en vooral voor de gematigde gebruiker die de consumptie beperkt tot het een of twee keer per maand nuttigen van een halve of hele gram.

Onbekenden met cocaïne en verwante middelen blijven desondanks vasthouden aan het beeld van de incidentele gebruiker als een hedonistische extremist. Dat strookt niet met de praktijk. In Nova vertelde de socioloog Peter Cohen, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, over de uitkomsten van een onderzoek onder gebruikers van cocaïne. Het blijkt dat in ons land de meeste mensen die weleens cocaïne nemen daarmee beginnen als ze ergens in de twintig zijn en er een paar jaar later zonder noemenswaardige problemen weer mee stoppen. Conclusie van Cohen: cocaïne gebruikt men in een bepaalde fase van het leven. Niet iets om je zorgen over te maken.

Dat was nu eens behartigingswaardige informatie waar justitie en politiek hun voordeel mee zouden kunnen doen. Helaas zullen de uitkomsten van Cohens onderzoek wel pijlsnel onder het tapijt worden geveegd, omdat ze maatschappelijk ongewenst zijn. Want van oudsher is het incidentele en probleemloze gebruik van cocaïne en andere als hard bekend staande drugs, zoals lsd en xtc, omgeven door een sfeer van hysterie en hypocrisie. Hoe hardnekkig die hypocrisie is, bleek toen in 1997 een kleine vijftig min of meer bekende Nederlanders — journalisten, wetenschappers, tv-persoonlijkheden — in Het Parool een manifest hadden ondertekend waarin werd gepleit voor een legalisering van middelen als cocaïne en xtc. Het artikel begon met de mededeling dat alle ondergetekenden weleens een of meer soorten van dergelijke harde drugs hadden geconsumeerd — en tot genoegen. Ze concludeerden: Drugs zijn geen mythisch kwaad, maar gewone genotsmiddelen die net als uw cognacje of sigaar met een ingecalculeerd risico worden genomen. Tot de ondertekenaars behoorden Hanneke Groenteman, Kees van Kooten, Max Pam, Antoine Verbij, Theo van Gogh en Rogier Proper, allemaal mensen die bepaald niet als onmatig, ontaard en onttakeld bekend staan.

Direct na publicatie van het manifest kreeg deze groep onverveerden de morele verontwaardiging in dikke plakken over zich uitgestrooid. Ze werden weggezet als wereldvreemde decadenten, griezelige trippers en snuivers die de laatste resten moraal van Nederland te grabbel gooiden. Nadien is er weinig meer vernomen van de pleitbezorgers van legalisatie, niet omdat ze hun consumptiepatroon hadden gewijzigd of omdat ze van gedachten waren veranderd, maar omdat het onbegrip over hun coming out inmiddels hysterische vormen had aangenomen.

Die hysterie is kennelijk onuitroeibaar. Zie de maatregel die prins Charles nam nadat zijn jongste zoon Harry was betrapt op het roken van een joint. De Prins van Wales stuurde zijn zoon naar een ontwenningskliniek. Dat klinkt fier, maar is bespottelijk. We mogen tenminste niet aannemen dat Harry na het drinken van een paar glazen koninklijke champagne door zijn vader meteen naar een praatgroep van de Anonieme Alcoholisten wordt gekatapulteerd.

Er sterven jaarlijks honderden doden in het verkeer als gevolg van te veel drankgebruik. Nu en dan staat daar iets over in de krant op een verscholen plek op pagina vijf. Eén dode door onverantwoord gebruik van xtc is voorpaginanieuws. Intussen zijn middelen als cocaïne en xtc voor wie er een kleine moeite voor doet net zo makkelijk verkrijgbaar als een fles jenever. Zakelijke informatie over de geneugten én de risico's van deze middelen is effectiever dan een blinde demonisering. Voorlopig heerst echter die demonisering en zijn wij in de greep van een dubbele moraal. Want: de bolletjesslikker is de nieuwe bète noir, maar de kratjesdrager die achtenveertig pijpjes pils in de achterbak van zijn Toyota laadt is een fijne kerel die een gezellige avond met vrienden voorbereidt.

Op die dubbele moraal stoelt niet alleen het gebruik, maar ook de verkoop van drank en drugs. Freddy Heineken was onze meest kapitaalkrachtige en gerespecteerde grootleverancier van bier. Wie het perspectief iets verlegt kan beweren: Heineken was een invloedrijke drankdealer die, naar nu is gebleken uit onthullingen van Hans Wiegel, begin jaren tachtig in het diepste geheim de partijkas van de VVD spekte. Geen politicus zou het overleven indien bekend zou worden dat zijn partij ooit gelden had geaccepteerd van groothandelaren in het gedoogde maar nog steeds met taboes omgeven middel hasj. Maar de VVD-ideologie mag gerust aan de man worden gebracht met geld dat is verdiend aan bier — en dus niet alleen aan uw twee of drie glazen op vrijdagmiddag, maar ook aan de dagelijkse dronkenschap van honderdduizenden, met als onvermijdelijke effecten: gebral, gelal, zinloos geweld, vernieling, mishandeling binnen het huwelijk en alle andere ellende die mensen uithalen als ze teveel hebben ingenomen van het roesmiddel van Freddy Heineken. Wat hadden de mannen op die Meindert Tjoelker doodschopten? Geen xtc maar alcohol. Aan Hans Wiegels handen kleeft biergeld.

Goed. Voor de lezers die me nu nog resten iets anders: Prins Constantijn reed in december 165 kilometer per uur op de ringweg van Amsterdam. De maximumsnelheid is daar 100 kilometer per uur. Wij zeggen: Constantijn reed te hard. Willem-Alexander zegt: Dat is een mening. Daar staan andere tegenover.