BIJ WINTERDEPRESSIE BLIJFT DE BIOLOGISCHE KLOK GELIJK LOPEN

Mensen die lijden aan winterdepressie hebben geen afwijking van de biologische klok. Dat concludeert psychiater-in-opleiding Kathelijne Koorengevel die op 16 januari in Groningen promoveerde.

Haar onderzoek zet het gangbare beeld van de door donkere dagen opgeroepen depressie op zijn kop. Het idee was dat de lichtgevoelige biologische klok abnormaal reageert op het korter worden van de dagen. Maar dat blijkt niet zo te zijn. Overeind blijft dat een behandeling met licht, om de dagen kunstmatig te verlengen, de meeste patiënten van hun klachten af helpt. Maar de verklarende theorie is weggevallen.

De biologische klok bevindt zich in de suprachiasmatische kern in de hersenen en bewerkstelligt dat veel lichamelijke en mentale functies ongeveer een 24-uursritme vertonen. De lichaamstemperatuur, de afgifte van bepaalde hormonen, maar ook mentale processen zoals de stemming en alertheid zijn voorbeelden van functies die aan dit zogeheten circadiane ritme zijn onderworpen.

De biologische klok is gevoelig voor licht en stelt zich in op de afwisseling van licht en donker gedurende het etmaal. Deze synchronisatie is onder andere van belang voor de handhaving van een gezonde slaapwaakcyclus. De biologische klok stelt het lichaam in op `slapen' als het donker is; van overdag slapen rust men minder goed uit.

Van zowel de biologische klok als de slaapwaakcyclus staat vast dat zij een rol spelen bij het ontstaan en verloop van een depressie. Een winterdepressie ontstaat in het najaar, verdwijnt weer in het voorjaar en is te behandelen door de dag met extra licht als het ware te verlengen.

In de verwachting dat zij de betrokkenheid van de biologische klok hierbij onomstotelijk zou aantonen, onderwierp Koorengevel zeven gezonde vrijwilligers en zeven patiënten met winterdepressie aan een `geforceerd desynchronisatie protocol'.

In een zogeheten tijdvrije ruimte, waarin geen informatie doordringt over de werkelijke tijd, werden de proefpersonen gedurende zes dagen onderworpen aan een dagritme van 20 uur: 6,5 uur slaap, 13,5 uur waken in het schemerdonker. Onder die omstandigheden wordt de biologische klok losgekoppeld van het dag-nachtritme. Afwijkingen in de biologische klok zouden onder het nieuwe tijdsregime tot uiting moeten komen in verschillen in de lichaamstemperatuur, de hormoonhuishouding en de stemming tussen de gezonde proefpersonen en mensen met winterdepressie. Deze werden niet gevonden.

Koorengevel maakte bij haar experimenten handig gebruik van de resultaten van Amerikaanse experimenten waaruit bleek dat het gelijkzetten van de biologische klok niet noodzakelijkerwijs met licht hoeft te gebeuren dat via de ogen binnenkomt. Ook belichting van de knieholte geeft resultaat. Daardoor is een behandeling mogelijk waarbij de proefpersonen niet wisten of ze `licht' of `donker' (placebolicht) kregen toegediend. De biologische klok werd er wel mee geregeld, maar een winterdepressie geneest niet via de knieholte. Daarvoor blijft licht via de ogen nodig.

De proefpersonen hebben de desynchronisatie zowel in de zomer als in de winter ondergaan. De depressieve deelnemers bovendien nog eens kort na een geslaagde lichttherapie, maar bij geen van de onderzochte grootheden werden verschillen tussen de patiënten en de gezonde proefpersonen gevonden.