ASML valt in een diep gat

ASML zal er een zware dobber aan hebben dit jaar te groeien. Het Nederlandse bedrijf maakt machines waarmee elektronische circuits op siliciumwafeltjes geëtst worden. Vorig jaar verkocht het concern 197 van die machines. Maar toen de markt voor halfgeleiders (chips) implodeerde, nam het aantal reserveorders af van 365 aan het einde van 2000 tot nog maar 117 afgelopen december. Als het bedrijf dit jaar driekwart van zijn reserveorders weet te verwezenlijken, moet het nog eens 109 machines verkopen om de score van vorig jaar te evenaren. Dat lijkt wel heel erg veel gevraagd. Het traject dat een order moet doorlopen voordat de levering een feit is duurt lang, en ASML zelf verwacht dat de markt zwak zal blijven tot de tweede helft van 2002.

De gemiddelde bedragen die voor de apparatuur van ASML werden betaald waren hoger dan verwacht. Dat komt door de vroege introductie van machines die gebruik maken van de allernieuwste technologie. ASML zal ervan profiteren als de afzetmarkt voor deze machines groter wordt. Maar dat biedt slechts een klein beetje troost. De lage omzet drukt de prijzen. Bovendien blijven de chipproducenten krap bij kas zitten en dientengevolge druk op hun leveranciers uitoefenen. Zelfs als de conjunctuurcyclus de bodem nu heeft bereikt, is het capaciteitsgebruik ditmaal veel verder gedaald dan bij vorige gelegenheden. Dat betekent dat de chipproducenten niet in staat zullen zijn hun eigen prijzen snel te verhogen.

De omzet van ASML is te wispelturig om met enige zekerheid te kunnen voorspellen. Maar het groeicijfer kon dit jaar wel eens beneden de tien procent blijven. Daarom lijkt de waardering van ruwweg vijfmaal de omzet over 2002 veel te hoog. Wellicht laten optimisten, die beweren dat ASML een gespreid bedje is als de markt in 2003 overeind krabbelt, zich daar niet door afschrikken. Maar gezien de enorme overcapaciteit bij de chipproducenten, kan dat herstel wel eens minder krachtig blijken dan zij verwachten. Zelfs als ASML op wonderbaarlijke wijze de winst uit 2000, het jaar waarin de conjunctuur op zijn hoogtpunt was, zou evenaren, zou het aandeel nog verhandeld worden op 27 maal de winst over volgend jaar. In werkelijkheid is de waardering zelfs nog hoger, terwijl iedere rechtvaardiging daarvoor ontbreekt.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld