`Antiterreurmantra richt zich tegen mensenrechten'

De oorlog tegen terrorisme inspireert regeringen tot opportunistische aanvallen op burgerrechten. Dat concludeert de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch in haar deze week gepubliceerde jaarrapport.

De organisatie beschuldigt regeringen ervan de door de Verenigde Staten geleide oorlog te gebruiken als excuus om repressief beleid door te drukken en binnenlandse oppositie neer te slaan. ,,Voor te veel landen is de anti-terreurmantra een nieuwe reden om mensenrechten te negeren'', aldus directeur Kenneth Roth van Human Rights Watch in een verklaring over de conclusies van het rapport.

Human Rights Watch onderzocht de mensenrechtensituatie in 66 landen en noemt Rusland, Oezbekistan en Egypte als enkele van de landen waar de oorlog tegen terrorisme wordt gebruikt om militaire campagnes en optreden tegen politieke opponenten te rechtvaardigen. In de VS en in Europese landen bedreigen maatregelen die terrorisme moeten tegengaan, de sinds lang geldende burgerrechten.

Human Rights Watch denkt dat door de beperkingen op burgerrechten in de VS, zoals de mogelijke instelling van militaire tribunalen, Amerika's bevoegdheid om andere landen op schendingen van de mensenrechten te wijzen, in het geding komt. ,,Stel je voor dat de VS militaire tribunalen opgezet door een prullig tirannetje om zijn politieke tegenstanders weg te krijgen, opeens gaat veroordelen. Zulke kritiek kan prikkelen, maar nu zal het hypocriet klinken, zeker als het Pentagon het bevel van president Bush niet nauwkeuriger omschrijft'', denkt Roth.

De wijze waarop niet-Amerikaanse burgers volgens de nieuwe USA Patriot Act voor onbepaalde tijd kunnen worden vastgezet, is volgens Human Rights Watch ,,te breed en te vaag''.

De organisatie concludeert tevens dat Amerika en zijn westerse bondgenoten een oogje dichtknijpen bij schendingen van de mensenrechten in ruil voor steun in de oorlog tegen terrorisme. Dat ondermijnt de mensenrechten in samenlevingen waar controle op die rechten juist nodig zou moeten zijn, zoals Israël en verscheidene landen in Noord-Afrika. Elf september had moeten worden aangegrepen om de aandacht te vestigen op de mensenrechtensituatie en het gebrek aan democratie in allerlei landen, aldus de organisatie. Als voorbeeld noemt Human Rights Watch onder meer Tsjetsjenië. Na 11 september heeft de Amerikaanse regering weliswaar kritiek gegeven op de situatie in Tsjetsjenië, maar Rusland niet ter verantwoording geroepen.

,,Terroristen geloven dat alles mag in de naam van hun zaak. De oorlog tegen terrorisme moet niet meegaan in die redenering. Mensenrechten mogen niet in de naam van enige zaak in gevaar worden gebracht'', concludeert Roth.

In enkele landen zag Human Rights Watch het afgelopen jaar vooruitgang. Zo is Jordanië een ,,meer open samenleving'' geworden en is in Iran een geleidelijke politieke liberalisering te zien. Positief vindt de organisatie ook de arrestatie van de Joegoslavische president Slobodan Milosevic en de aanklacht tegen oud-dictator Augusto Pinochet van Chili.

apport www.hrw.org