Vrouwen zijn soms te naïef

Een aanklacht van seksueel misbruik binnen de kerk leidt vaak tot roddels en wilde verhalen. Soms proberen kerkelijke leiders de kwestie geheim te houden, ook als er in de gemeente al volop over wordt gepraat. Gemeenteleden speculeren en vellen een oordeel zonder het fijne van de zaak te weten.

Sylvia van Delden, medewerkster van de Stichting tegen Seksueel Misbruik in Pastorale Relaties (SMPR), wil daarom ,,meer openheid''. Woensdag hield de stichting in Utrecht een studiedag over Openheid en ambtsgeheim, voor belangstellenden van alle gezindten.

De SMPR wil niet van het ambtsgeheim af: het is de basis voor het vertrouwen in hulpverleners. Op de studiedag ging het daarom over de grenzen van de geheimhoudingsplicht.

Volgens dominee Judith van der Werf, lid van de SMPR, wordt het ambtsgeheim soms misbruikt om de reputatie van een dader te beschermen. ,,Daar dient het niet voor. Het ambtsgeheim is er voor de hulpzoekende.'' Tegelijkertijd wordt er volgens daderbegeleider Gerard Zuidberg vaak gelekt. Leden van klachtencommissies zijn volgens hem te loslippig over hun kijk op de zaak.

Volgens dominee Van der Werf nemen veel kerken seksueel misbruik door hulpverleners nog onvoldoende serieus. ,,Het gebeurt bijna nooit dat een dader uit zijn ambt wordt gezet. Alleen als hij vlak voor zijn pensioen zit, komt dat wel eens voor.''

De SMPR heeft in de jaren '90 geprobeerd de kerken wakker te schudden. Deels is dat gelukt. De katholieke kerk heeft sinds een paar jaar Hulp en Recht, en een aantal andere, overwegend protestante kerken is bezig met de oprichting van het Interkerkelijk Bestuurlijk Overleg tegen Seksueel Misbruik (IBO). De SMPR is daarom tijdens de studiedag opgeheven.

C. Appelboom heeft haar twijfels over de opheffing. ,,Misbruikte gelovigen vinden nog niet overal gehoor. Zelf geloofde ik ook niet dat het in de kerk voorkwam, tot ik me erin verdiepte. De kerken nemen de zorg voor slachtoffers nu over. We moeten erop toezien dat ze alert blijven.''

,,Driekwart van de slachtoffers van misbruik binnen een pastorale relatie is vrouw'', stelt dominee van der Werf. Ze legt een verband met de theologie: ,,In de meeste kerken wordt God voorgesteld als een man. Bovendien denken sommige gelovigen dat de man boven de vrouw is gesteld. Dat maakt het moeilijk voor een vrouw om zich te verweren.''

Volgens mevrouw J. Veenstra, lid van een klachtencommissie, kan het nog subtieler liggen. ,,Veel vrouwen kijken op een naïeve manier op tegen hun predikant. Predikanten die zich schuldig maken aan misbruik, ontkennen de machtsongelijkheid. Ze zeggen: `Voor God is iedereen gelijk'. De vrouw krijgt het gevoel dat ze medeschuldig is, terwijl er sprake is van dwang.''

Als een slachtoffer toch besluit een klacht in te dienen, wordt die niet altijd goed afgehandeld. Daderbegeleider Gerard Zuidberg wijst op het gebrek aan ervaring bij kerkelijke klachtencommissies en rechtbanken. Hij vertelt dat de leden vaak uit schaamte niet ver genoeg durven door te vragen. ,,De vaststelling is dan oppervlakkig. Daarom blijft er ruimte voor de wildste verhalen.''

Fundamenteler lijkt het probleem van de ons-kent-ons-sfeer in sommige kerken. Een vrouw uit het publiek geeft het voorbeeld van een verdachte die zelf in een klachtencommissie zat. Dezelfde commissie behandelde de aanklacht: de samenstelling werd niet gewijzigd. Het gedrag van de verdachte werd beoordeeld door zijn directe collega`s.

Het probleem lijkt vooral te spelen in kleine kerken die zelf hun rechtspraak regelen. Er ontstaat rumoer over de vraag in welke kerk deze misstanden kunnen voorkomen. ,,In de hervormde'', zegt de een. ,,In de gereformeerde'', roept een ander. Het oecumenisch overleg dreigt even vast te lopen, maar de organisatie weet het conflict snel te sussen. Er valt geen onvertogen woord meer die dag.

Dit is de laatste aflevering van deze rubriek. De redactie blijft aandacht schenken aan de onderwerpen die in De Overtuiging aan de orde kwamen.