Turkije vraagt om arrestatie PKK'ster

Turkije heeft Nederland gevraagd PKK-kopstuk Nuriye Kespir voorlopig aan te houden. De Turken willen zo voorkomen dat Kespir na een mogelijke afwijzing van haar asielaanvraag verdwijnt.

Turkije zal binnen een maand officieel om de uitlevering van het lid van de presidentiële raad van de Koerdische arbeiderspartij PKK vragen, verwacht Togan Oral van de Turkse ambassade in Den Haag. Het ministerie van Justitie bevestigt het Turkse verzoek tot aanhouding.

In 1999 vroeg een andere vooraanstaande PKK'er, Murat Karayilan, asiel aan in Nederland. Zijn verzoek werd door de IND afgewezen. Turkije vroeg toen ook om uitlevering, maar de Nederlandse regering zei niet te weten waar hij verbleef. Karayilan zou volgens Nederlandse autoriteiten zelf uit Nederland zijn vertrokken.

Turkije ziet de PKK als een terroristische organisatie. In Duitsland is de PKK ook verboden, in Nederland niet. De organisatie staat ook op de Amerikaanse lijst van terroristische bewegingen, maar komt niet voor op de Europese lijst.

Kespir vroeg eind september vorig jaar in Nederland politiek asiel, nadat zij op Schiphol was aangehouden omdat zij met valse documenten Nederland probeerde binnen te komen. Zij zit in afwachting van de beslissing van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) vast in het grenshospitium in Amsterdam.

De IND, die onder meer onderzoek deed naar de mogelijke betrokkenheid van Kespir bij oorlogsmisdrijven, heeft al laten weten het asielverzoek te zullen afwijzen wegens vermoedens van betrokkenheid bij oorlogsmisdaden. De definitieve beslissing wordt op korte termijn verwacht.

In Turkije zal Kespir waarschijnlijk worden berecht wegens leidinggeven aan een terroristische organisatie. Zij kan de doodstraf krijgen. Dat kan uitlevering alsnog tegenhouden, omdat Nederland niet uitlevert aan landen waar de uitgeleverde de doodstraf opgelegd kan krijgen.