Topsporters eten en drinken ongezond

Veel topsporters in Nederland hebben ongezonde eet- en drinkgewoontes. Dit blijkt uit een recent onderzoek van bewegingswetenschapper Gerard Rietjens van de Universiteit van Maastricht. Hij maakte hiervan gisteren melding op een symposium over voedingssupplementen op Papendal.

Volgens het onderzoek van Rietjens eten topsporters te veel snacks en te weinig gezonde producten als bruin brood en fruit. Over hun voeding en voedingssupplementen laten ze zich nauwelijks adviseren door deskundigen als de sportarts en de diëtiste, maar vooral door familieleden en andere sporters.

Rietjens ondervroeg 71 topsporters voor zijn onderzoek. Sporttakken die slecht scoorden waren judo, voetbal en kunstrijden. Schaatsers, triatleten en zwemmers bleken betere eet- en drinkgewoonten te hebben.

Sportdiëtiste Anja van Geel deed een onderzoekje onder negentien voetballers uit de eredivisie. Ze bleken veel vet en weinig eiwitten en koolhydraten binnen te krijgen. De basisvoeding (brood, aardappelen, melk, fruit) was onvoldoende en van regelmatig drinken hadden ze nog nooit gehoord. ,,Op het gebied van voeding is nog ontzettend veel winst te halen'', zei Van Geel op het symposium.

Andere sprekers op Papendal waarschuwden de sporters voorzichtig te zijn met de aanschaf van voedingssupplementen. Bewegingswetenschapper en oud-schaatskampioen Harm Kuipers: ,,Laat ze controleren. Ga niet zomaar op internet shoppen.''

De sprekers riepen de industrie op tot meer zelfcontrole en openheid. ,,De industrie moet met labels aangeven welke producten vrij zijn van dopinggeduide stoffen'', stelde Fred Brouns van het bedrijf Nutrim. Hij vindt dat bedrijven die atleten een vervuild supplement verkopen keihard moeten worden aangepakt. ,,Laat de sporter maar eens een miljoenenclaim neerleggen.''

De supplementenindustrie blijkt tot enorme proporties te zijn uitgegroeid. Wereldwijd gaat 31 miljard euro om in deze branche. Ook in Nederland, dat een omzet van enkele honderden miljoenen heeft, zweren de sporters inmiddels bij de vitaminen en mineralen. Op de Nederlandse markt waren in 1997 al 572 verschillende preparaten voorhanden, blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Maastricht.