Terrorisme geen aparte taak leger

De bestrijding van het terrorisme hoeft geen aparte hoofdtaak te worden van de krijgsmacht. Dat meent de commissie-Barth, een werkgroep van het ministerie van Defensie die de gevolgen van de terreuraanslagen van 11 september voor het militaire apparaat moest onderzoeken.

Het rapport, opgesteld door de hoogste ambtenaar op het ministerie van Defensie, zou vanmiddag in het kabinet worden besproken.

Volgens de commissie zijn er geen drastische ingrepen nodig in de drie hoofdtaken van de krijgsmacht; de algemene verdediging, vredesmissies en civiele hulpverlening. Wel pleit de werkgroep ervoor de bestaande taken beter in te richten op bestrijding van het terrorisme.

Een van de belangrijkste aanbevelingen is het versterken van de mogelijkheden om (elektronische) informatie te verzamelen. Dat vergt uitbreiding van gespecialiseerd personeel. Ook is de aanschaf nodig van geavanceerde computerapparatuur, die ook geschikt is voor het hacken, het inbreken in, verdachte computernetwerken.

Verder pleit de commissie voor een nauwere samenwerking tussen specialistische eenheden binnen de krijgsmacht, zoals het korps mariniers en het korps commando's. Ook zal extra mankracht moeten worden ingezet die wordt getraind om te gaan met de gevaren die zijn verbonden aan een aanval met chemische, biologische of nucleaire wapens.