Steeds-meer-partijenstelsel in Indonesië

De vermeerderingsdrift van politieke partijen in Indonesië is een symptoom van de puberteit waarin 's lands democratie zich bevindt.

Als het de Indonesische politici om de kiezersgunst te doen is, zijn het onhandige versierders. Deze week etaleerden twee van de grootste partijen hun vuile was. De islamitische Partij van het Nationale Ontwaken (PKB) is uiteengevallen in twee facties en die hielden deze week ieder afzonderlijk een buitengewoon congres. Het bestuur van de eveneens islamitische Partij voor Eenheid en Ontwikkeling (PPP) kreeg de wacht aangezegd door een rebelse factie die aankondigde een eigen partij op te richten.

Het kan verkeren. Van 1973 tot 1998 kende Indonesië een driepartijenstelsel, waarin er één – Golkar, de bureaucratie in een partijjasje – fungeerde als de zon en twee anderen – een nationalistische en een islamitische partij – als planeetjes. Na de val van potentaat Soeharto, in 1998, moest Golkar zijn monopolie op de uitvoerende macht, van het plaatselijk bestuur tot ministersposten, opgeven. Aan de verkiezingen van 1999 deden 48 partijen mee. Die clubs hebben de neiging zich al ruziënd te vermeerderen en inmiddels heeft Indonesië een steeds-meer-partijenstelsel.

Deze vermeerderingsdrift is een kinderziekte van 's lands jonge democratie. Meningsverschillen worden in de kortste keren onverzoenlijke vetes, de tenen van de politici zijn lang en hun ego's groot. Politieke partijen zijn niet zozeer programgestuurde doelorganisaties, maar vehikels voor sterke mannen (en een enkele vrouw) wie het vooral te doen is om een plaatsje bij het vuur van de macht. In oppositievoeren zijn maar weinigen geïnteresseerd. Met kritiek vanaf de wal kan men het schip van staat bijsturen, maar alleen wie aan boord is, heeft toegang tot de lading: budgetten, onkostenvergoedingen, orders en de mogelijkheden om de volgelingenschaar te bedienen met benoemingen.

Binnen partijen leven verschillende generaties leiders naast elkaar: charismatische, bezadigde ouderen en ongeduldige, ambitieuze jongeren. Alle grote partijen worden geleid door oudgedienden, die onder Soeharto bestuursposten of parlementszetels hebben bezet. In een politieke cultuur waarin leeftijd een bron van gezag is, neemt een generatiewisseling veel tijd. Niet iedereen heeft geduld en dan is `voor jezelf beginnen' het enige alternatief.

De crisis in de Partij van het Nationale Ontwaken (PKB) vertoont alle symptomen van Indonesië's politieke puberteit. De PKB werd op 23 juli 1998, twee maanden na het aftreden van Soeharto, opgericht ten huize van Abdurrahman Wahid, voorzitter van de Nahdlatul Ulama (NU). Dat is met een aanhang van veertig miljoen zielen de grootste moslimbeweging van Indonesië. Wahid is een kleinzoon van de schriftgeleerde die de NU in 1926 heeft opgericht en geniet niet alleen vanwege zijn geleerdheid, maar ook vanwege zijn afkomst charismatisch gezag binnen de NU. De PKB kreeg, als `de partij van de ulama (schriftgeleerden)', zowel een partijbestuur als een Wetgevende Raad. Partijvoorzitter werd, op voorspraak van Wahid, Matori Abdul Djalil, een pupil van NU-leraren, maar een politicus, geen ulama. De PKB werd in 1999 met 11 procent van de stemmen de vierde partij. Ze sprak haar steun uit voor Megawati Soekarnoputri, presidentskandidate van de grootste partij, de nationalistische PDI-P. Andere moslimpartijen zagen geen heil in een vrouwelijke president en kandideerden Wahid. Matori was in oktober 1999 een van de weinige PKB-parlementariërs die op Megawati stemden en zich zo aan de eigen congresuitspraak hielden. De anderen stemden op Wahid, en die werd president.

Toen het Volkscongres in juli 2001 een zitting belegde om Wahid af te zetten, weigerde de PKB-fractie die bij te wonen. Alleen Matori kwam opdagen, naar eigen zeggen omdat hij een van de vice-voorzitters van het congres was. Daarop ontsloeg Wahid, voorzitter van de Wetgevende Raad van de PKB, `de verrader' Matori als partijvoorzitter. Die noemde dat besluit `illegaal', omdat het partijcongres hierover geen uitspraak had gedaan. Het partijcongres van 2000 had echter besloten dat de Wetgevende Raad de voorzitter benoemt. Een en ander leidde tot een breuk in de PKB tussen de volgelingen van Wahid en die van Matori.

Uit dankbaarheid voor zijn loyaliteit benoemde Megawati Matori tot minister van Defensie, terwijl de PKB-fractie in het parlement Wahid trouw bleef en voor de oppositie koos. Begin deze week congresseerden PKB-leden die Matori steunen in Jakarta. Liefst 313 afdelingen stuurden samen 1.500 afgevaardigden naar dit congres. Van hen heeft menigeen het de afgelopen maanden in dissidente afdelingsvergaderingen tot afdelingsbestuurder gebracht. Matori zit dicht bij het vuur en zijn factie biedt dan ook de beste loopbaanperspectieven.

De factie-Wahid vergadert dezer dagen in Yogyakarta. Daar zijn alle schriftgeleerden van naam aangetreden. Deze oude heren zullen bij de verkiezingen van 2004 hun volgelingenschaar bewegen op de `partij van de ulama' te stemmen. Zaterdag kiest die een nieuwe voorzitter. Wahid heeft zijn zegen gegeven aan de voorzitter van de NU-jongeren, zijn neef Syaifullah Yusuf. Die heeft, naar verluidt op verzoek van zijn oom, vorige maand zijn lidmaatschap opgegeven van Megawati's PDI-P.