Seks maakt niet gelukkig

Veel mensen doen graag alsof ze seks in hun macht hebben. Maar zo is het niet. Alle luchtigdoenerij over seks is leugen en bedrog.

Beminde gelovigen, verliefden, geilaards en neuroten, jullie die de hele dag aan seks doen en jullie die beweren de hele dag aan seks te doen! Voorwaar, ik zeg jullie dat de liefde een chemische reactie is met een onvermijdelijk slechte afloop.

Of liever, de seksualiteit is een chemische reactie, waarbij de liefde goed van pas komt om het object te isoleren en de concurrentie uit te schakelen.

De Liefde is de geniaalste uitvinding waartoe de hypocrisie ooit in staat was, is en zal zijn.

We verklaren plechtig dat de ander uniek is, en het is de bedoeling dat die ander het gelooft. We stamelen dat de Voorzienigheid ons voor elkaar heeft bestemd, en het is de bedoeling dat we er allebei in geloven. Het uiteindelijke oogmerk is een seksvrijkaartje en een seksmonopolie.

Seks moet immers. Het is weliswaar een kwestie van haren in je mond en bloeduitstortingen en sappen en het ruikt ook niet lekker, maar het moet.

Het is taboe je af te vragen waarom het moet.

Liever gedraagt men zich dan als een puritein. Voor sommige Nederlanders is seks iets wat joden en andere Arabieren doen, en zeker de negers, maar niet iemand van de Veluwe.

Anderen weer zien seksualiteit als iets exotisch, iets wat er bij hoort en wat je zo snel mogelijk kunt vergeten. Ik weet niet wat vreselijker is, de seksualiteit ontkennen of neuken als fitness-training.

Waar moet ik heen op vakantie? Wie zal ik vandaag weer naaien? Die luxe-angst. Nooit een angst die dieper gaat.

De meeste mensen hebben de neiging seksualiteit te zien als iets waar je `gewoon' recht op hebt. Ze zouden graag willen dat het iets was als funshoppen en kant-en-klaar-eten. Maar ja, die haken en ogen.

Al hun inspanningen zijn gericht op het zo luchtig mogelijk ontkennen van de haken en ogen.

Zo luchtig mogelijk, dat is Nederlands voor krampachtig.

Seks is geweldig, ik gun het ze aldoor, maar het is vanzelf een probleem van jewelste.

Seks gaat zijn eigen wegen, hij maakt zich meester van je, hij doet iets anders dan je wilt. Je hebt geen seks, de seksualiteit heeft jou. Dat vergeten we graag.

We hebben de laatste jaren alles aan ons zien voorbijtrekken, het bizarre, het extreme, het lachwekkende, het ronduit bespottelijke, maar het verontrustende is in een verdomhoekje geraakt. We grinniken wat om de uitslovers. We zien niet onszelf in hun spiegel van bizarriteiten.

Er kleeft iets griezeligs aan het huidige vertoon van lichtvoetige seksualiteit. Er klopt iets niet met het idee dat het vooral iets moois en dichterlijks zou zijn.

O, het is zonder meer wonderlijk om te dromen dat we de hele dag door bereid zijn, op tramhaltes en in kantines, op perrons en in gangkasten, elkaar onze openingen ter beschikking te stellen, achteloos en snel. Voor de zieltjes-zonder-zorg en goedzakken die deze droom aanhangen heb ik grote eerbied.

Maar onnozelen blijven ze.

Hoe kun je uitleggen dat seksualiteit iets destructiefs en prozaïsch is zonder te vervallen in het imago van een puritein en een pretbederver? Zonder het etiket opgedrukt te krijgen dat je iets zou willen verbieden?

De neiging van sommigen om op seksueel terrein van alles te verbieden maakt juist deel uit van het verontrustende.

Misschien willen puriteinen de seksualiteit wel verbieden omdat ze zowel eentonig als mooi en dichterlijk wordt voorgesteld.

Het is de plicht van ons, de liefhebbers, om zelf met de nuancering te beginnen.

Nuancering betekent niet meehuilen met de wolven die vinden dat seks prachtig is, behalve voor kinderen. Deze rage heeft meer te maken met het sussen van het eigen geweten dan met oprechte bezorgdheid.

Je onschuld is niet verdwenen wanneer je kennismaakt met seks.

Je eetlust is ook niet verdwenen als je kennismaakt met oorlog.

Er valt ook voor kinderen weinig te kiezen. Iedereen zal een vergelijk moeten treffen met seks en oorlog, liefst zo vroeg mogelijk.

Juist de les dat seks iets simpels en liefs zou moeten zijn lijkt me een doodklap voor kinderen. Hoe zouden ze die les moeten combineren met wat in hun hersencellen allang aanwezig is? Het spookt daar maar rond en spookt daar maar rond.

Ik hoop niet te klinken als iemand die tussen twee bordeelbezoeken door ook eens een relativerend geluid over seks wil laten horen, het staat me altijd, sinds ik in de wieg van me aftrappelde, voor de geest dat de mens geen afgerond geheel is.

Geilheid doorkruist het verdriet, ze doorkruist de hoop, ze doorkruist de tederheid. Ze valt nergens eens mooi mee te combineren.

Geen seksualiteit of de denkbeeldige zorgen marcheren mee.

Te langzaam. Te snel.

Te hard. Te zacht.

Geen seksualiteit of er zijn ook wel reële zorgen.

De trompetlul, de zwerende eikel en de schuimzak.

Ik beperk me nu even tot de mannen.

Waarom willen de lelijkerds ook zo nodig? Nog zo'n probleem.

Al met al vormt seks een statistisch niet te verwaarlozen doodsoorzaak, door hartstilstand, door de messteken van een jaloerse partner en door, wat gebruikelijker is, een virus.

De sleutelwoorden van de erotiek zijn niet tederheid en lust, maar macht en pornografie.

Waarom wil iemand dictator worden?

Alle mannen zouden, meteen vandaag nog, liever Hitler of Mugabe zijn dan Melkert of Balkenende. Mannen zijn slecht, oneindig veel slechter dan de zwartgalligste vrouw kan verzinnen.

Was je maar dictator, denk je. Of topvoetballer. Dan mag je lekker doen wat je wil.

Je schrikt. O jee. Wat wil ik dan wat moeder niet mag weten?

De man wil alles wat in de pornografie valt na te slaan.

Hoe harder en gruwelijker de pornografie is, hoe eerlijker.

De fabrikanten van pornografie willen verkopen. Ze zullen dus geen fantasieën gaan vertonen die hun klanten niet hebben.

Ik hoor wel eens klagen dat pornografie zo tegenstaat wegens de repetitie en het mechanische. Kom nou, het mechanische is juist het wanhopig aantrekkelijke. Waar ik in een pornowinkel altijd opgewonden van raak is niet de diepgang, maar de hoeveelheid. Tweehonderd drieëntachtig variëteiten kunstlullen, drieduizend naaktcovers, een oceaan van tieten. Van de overvloed genees je niet. Je zou van nu af tot je laatste snik willen blijven klaarkomen.

De verschrikking.

Ik heb seks wel eens gezellig horen noemen. Ik zie nachtmerrieachtige beelden voor me van mensen die aan fysieke vrijetijdsbesteding doen bij de schemerlamp. Intiem, vitaminerijk. Ik heb seks horen aanbevelen als remedie tegen stress. Zelfs mannen die tachtig zijn geworden, en in alle opzichten een perkamenten hippie, lijken zich nog te schamen als ze toegeven dat ze eindelijk van de seks verlost zijn.

We eten, reizen en beminnen niet langer. We spelen restaurantje, we spelen vakantietje en we spelen seks. Zonder allure. Met gespeelde soepelheid. Met gefakete lust. We hebben ons voorgenomen te genieten, en genieten zullen we. Als verplichte bijzaak. Als een kip zonder kop.

In een land waar niets meer te veroveren valt en niets meer te ontdekken, ligt de walging als eerste op de loer.

We staan op het punt de walging te ontdekken, al weten we het nog niet.

Seks maakt niet gelukkig. Wat je gelukkig maakt is de geslaagde verovering, macht dus. Wat je gelukkig maakt is dat jij in staat was tot die verovering, met jouw neus en ogen en romp en kuiten, ijdelheid dus. De tegenspeler doet er niet toe je naait tenslotte een zak met stront.

Natuurlijk zijn er ook de momenten van vernedering die niet uit je geheugen vallen weg te branden. Daar moet weer nieuwe macht overheen.

Seks is honger en oorlog. Seks hoort in de catacomben thuis. Seks is getrouwd met de angst. Angst en duisternis kunnen niet blijvend worden weggepoetst. Dat seks als iets vrolijks wordt gezien zou ons niet vrolijk mogen stemmen. Laten we onze vrije tijd aan beuzelarijen besteden. Laten we van seksualiteit opnieuw een hoofdzaak maken.

Eén ding weet ik zeker. Als ik ga sterven zal ik in een smal bed liggen onder een wit laken in een verlaten ziekenhuiszaal en ik zal aan alle seks denken die ik nooit heb gehad, wat neerkomt als ik tenminste nog zal kunnen rekenen op oneindig veel meer seks dan ik wel heb gehad. Dat geldt voor elk schepsel ter wereld, maar in mijn laatste minuut zal ik me hierin volstrekt uniek voelen. Heb deernis.

Ook in de literatuur wemelt het van vrolijke seks. De literatuur is, zoals u weet, een zaak van leugens en maskers. Geen spiegel van ons bedrog en zelfbedrog, maar verbeelding. Red u zelf en blijf blind geloven in de literatuur. Dit is mijn bede tot u.

Dit is de tekst van een `zedenpreek' die Gerrit Komrij vanavond uitspreekt bij de opening van het festival Winternachten in Den Haag. Inl. www.winternachten.nl of 070-3465272.