Rot, rot en nog eens rot

Is Las Vegas de `schaduw hoofdstad' van Amerika, een `criminele stadstaat', bolwerk van `internationale corruptie? Een overtrokken beeld van de gokstad.

Vijf van de negentien vliegtuigkapers verantwoordelijk voor de aanslagen van 11 september waren regelmatige bezoekers van Las Vegas. Zo bezocht Mohammed Atta, leider van de groep volgens de FBI, de stad tussen mei en augustus ten minste twee keer. Of de kapers Las Vegas als doel hadden of er slechts samenkwamen om plannen te smeden is niet bekend. Wel duidelijk is dat de kapers bepaald niet vies waren van de zondige geneugten die synoniem zijn met Las Vegas.

Volgens The Washington Post bezocht Atta een striptease club op de beruchte Las Vegas Boulevard, kocht er alcohol en speelde daar computerspelletjes in een speelhal. Een van de strippers van de `Olympic Garden Topless Cabaret' herinnert zich een andere kaper, Marwan Al-Shehhi, levendig. `Een cheap bastard', verklaarde ze tegenover de San Francisco Chronicle. Ze gaf hem een lapdance voor 20 dollar. Een fooi gaf hij niet.

Dat Las Vegas een ontmoetingsplek voor massamoordenaars is, zal de auteurs van The Money and the Power - The making of Las Vegas and its hold on America 1947-2000 geenszins verbazen. Sally Denton and Roger Morris zien de gokstad in hun omvangrijke boek namelijk als een symbool van verdorvenheid, als de meest kwaadaardige stad van de Verenigde Staten. Je zou The Money and The Power nog het beste kunnen vergelijken met een non-fictie versie van het werk van romanschrijver James Ellroy, die in boeken als L.A. Confidential, American Tabloid en het recente The Cold Six Thousand de minder frisse aspecten van het Amerika van de jaren vijftig en zestig beschrijft. Ellroys favoriete personages – onder wie John F. en Robert Kennedy, Marilyn Monroe, miljardair Howard Hughes, FBI-chef J. Edgar Hoover en vakbondsbaas Jimmy Hoffa – komen ook in The Money and the Power in al hun infame glorie aan bod. En net als bij Ellroy zijn alle hoofdpersonen in dit boek door en door verrot en zit onder de familievriendelijke vernislaag van de Amerikaanse maatschappij een duistere onderwereld die de touwtjes werkelijk in handen heeft.

Dat de geschiedenis van Las Vegas niet kosjer is, wisten we natuurlijk al lang. Hoe de stad door de maffia van een slaperig woestijndorpje werd omgetoverd tot 's werelds grootste gokparadijs vol glitter, glamour en neon, werd elders al uitvoerig beschreven. Maar Denton en Morris zien de stad niet alleen als een speelplaats voor de maffia, de auteurs menen dat Las Vegas de `schaduw hoofdstad' van het land is, een `criminele stadstaat', de nexus van `internationale corruptie op de hoogste niveaus van de overheid en de zakenwereld'. De belichaming kortom, van het feit dat `Amerika bijna uitsluitend door geld wordt geregeerd'.

Het begint allemaal `onschuldig' genoeg. De auteurs beschrijven hoe de maffiosi Meyer Lansky en Bugsy Siegel in Las Vegas hun befaamde Flamingo casino openen. Mede dankzij de romantisering van Hollywood – denk aan Bugsy en Casino – is het moeilijk geen bewondering voor deze archetypische gangsters op te brengen. Maar wanneer Las Vegas eenmaal begint te groeien en daarmee de geldstroom op gang komt, slaat de corruptie op elk niveau toe. De ene na de andere senator, gouverneur en ordehandhaver van Nevada wordt, al dan niet via slinkse omwegen, door de georganiseerde misdaad omgekocht en al snel zijn ook presidenten niet veilig meer. Kennedy, Johnson, Nixon, Reagan en Clinton, allemaal waren ze volgens de auteurs `verplicht aan de invloed en macht van Las Vegas'.

Ironisch genoeg lijkt het er momenteel overigens op dat waar al die overheidsdienaren er niet in slaagden Las Vegas op de knieën te krijgen, dat de terroristen van 11 september wèl is gelukt. Sinds september is de gokindustrie van Las Vegas in een enorme recessie geraakt. Het ineenstorten van de vliegtuigindustrie heeft ervoor gezorgd dat hotels en casino's leeg blijven. Ruim 15.000 arbeidsplaatsen zijn al verdwenen en het eind lijkt nog niet in zicht.

Denton en Morris zien Las Vegas als metafoor voor de onderbuik van Amerika en als we de auteurs mogen geloven dan is zo'n beetje elke zwarte bladzijde uit de Amerikaanse geschiedenis van de laatste vijftig jaar op Las Vegas terug te voeren. De invasie aan de Varkensbaai in Cuba, de verkiezing van en de moord op John F. Kennedy tot president, de moord op zijn broer Robert en het Watergateschandaal, zijn allemaal met Las Vegas verweven. Als het boek na 11 september was geschreven, dan waren ze ongetwijfeld tot de conclusie gekomen dat ook de grootste terroristische daad uit de Amerikaanse geschiedenis zijn oorsprong in Las Vegas heeft.

Helaas komt deze samenzweringstheorie niet erg overtuigend over. De auteurs baseren zich grotendeels op anonieme bronnen, nemen de uitspraken van elk louche figuur voetstoots aan en laten zich leiden door allerhande vergezochte Oliver Stone-achtige theorieën. Tot op het lachwekkende af. De auteurs beschrijven bijvoorbeeld hoe Jack Ruby in het weekend voordat hij Lee Harvey Oswald vermoordde naar Las Vegas vloog en dat hij voorafgaand aan de aanslag `tenminste zeven keer' vanuit Dallas naar een vriend in Las Vegas belde. Voor de auteurs is daarmee het bewijs geleverd voor de relatie tussen de georganiseerde misdaad in Las Vegas en de moord op Kennedy.

Dat is jammer, want het plaatst het hele boek in een dubieus daglicht terwijl de auteurs in grote lijnen de spijker ongetwijfeld op zijn kop hebben geslagen. Want feit is dat de enorme hoeveelheid geld die de gokindustrie genereert – Amerikanen spenderen meer aan gokken dan aan alle vormen van vermaak bij elkaar – het maatschappelijke leven grondig heeft verziekt. Feit is dat door de jaren heen elke systematische poging om een grootscheeps onderzoek te verrichten naar de invloed van de georganiseerde misdaad in Las Vegas op niks is uitgelopen. Feit is dat ondanks het familievriendelijke uiterlijk van het moderne Las Vegas de verdiensten nog steeds worden ingezet voor activiteiten die het daglicht niet kunnen verdragen (Las Vegas is een van de grotere financiers van de drugshandel en criminelen komen er hun drugsgelden witwassen).

Hoe zeer de boven- en onderwereld in Las Vegas bijvoorbeeld nog altijd met elkaar verbonden zijn, blijkt wel uit de persoon van Oscar B. Goodman. De klantenkring van deze advocaat leest als een `who is who' van de Amerikaanse onderwereld: georganiseerde misdaad chef Meyer Lansky, de huurmoordenaar Tony `the Ant' Spilotro (onsterfelijk gemaakt door Joe Pesci in de film Casino) en drugshandelaar Jimmy Chagra om er maar enkele te noemen. Twee jaar geleden werd Goodman tot burgemeester van Las Vegas verkozen.

In Cult Vegas: The Weirdest! The Wildest! The Swingin'est Town on Earth, zul je de woorden georganiseerde misdaad niet tegen komen. Auteur Mike Weatherford richt zich op de kant van de stad die Denton en Morris geheel links laten liggen: die van het vermaak. En dan niet de `pret' van de gokautomaten en de roulettetafels, maar die van de Elvis-imitators, de `rat pack' en de vele B-artiesten die van de stad hun thuis hebben gemaakt. Weatherford is geïnteresseerd in het Las Vegas zoals dat wordt afgebeeld in `cultfilms' als Mars Attacks! en Honeymoon in Vegas.

Cult Vegas is vooral een werkje van smakelijke anekdotes en trivia. Weatherford verhaalt van de nachtelijke escapes van de `rat pack'-leden Frank Sinatra, Sammy Davis Jr. en Dean Martin. Hij beschrijft hoe horrorster-op-zijn-retour Bela Lugosi genadeloos flopt als ceremoniemeester van een varietyshow (hoe kan het ook anders) en hoe Lugosi's sidekick Vampira een onwaarschijnlijke vriendschap sluit met een piepjonge Elvis Presley. Een van de meer doorwrochte hoofdstukken handelt over de oorsprong van de kitscherige lounge muziek en hoe die stroming in de jaren negentig een bescheiden comeback maakte.

Een diepgravende analyse van de Las Vegas vermaakindustrie kun je Cult Vegas met de beste wil van de wereld niet noemen. Maar met zijn vrolijke, oppervlakkige toon slaagt Weatherford er – in tegenstelling tot Denton en Morris – wèl in de `fun' van Las Vegas te laten zien. Waar Denton en Morris Las Vegas-toeristen beschrijven als `earnest morons flinging their money down the drain', daar laat Weatherford zien wat voor die `morons' de aantrekkingskracht van een weekendje Las Vegas kan zijn.

Sally Denton en Roger Morris:

The money and the power:

The Making of Las Vegas and Its Hold on America, 1947-2000.

Alfred A. Knopf.

Prijs circa 38 euro. ISBN 037540130X

Mike Weatherford: Cult Vegas:

The Weirdest! The Wildest!

The Swingin'est Town on Earth.

Huntington Press.

Prijs circa 28,95 euro. ISBN 0929712714