Raymond Chandler als amusante mopperaar

Raymond Chandler is zo ongeveer de uitvinder van de `hardboiled' detective: het spannende verhaal in een effectieve, keiharde stijl, met een onverstoorbare hoofdpersoon die onderkoelde monologen afsteekt. Bovendien zijn de verfilmingen van zijn werk zo invloedrijk gebleken dat het nauwelijks meer mogelijk is om Farewell, My Lovely of The Big Sleep te lezen zonder de stemmen van Humphrey Bogart of Edward G. Robinson te horen.

Allerminst onverstoorbaar is de Chandler in The Raymond Chandler Papers, een bloemlezing uit brieven, korte fragmenten en aantekeningen, samengesteld door Tom Hiney en Frank MacShane. Met deze bundel geven ze een geslaagde reconstructie van een nooit geschreven autobiografie.

Het leven van Chandler tekent zich in deze selectie af als een tragedie in vijf bedrijven. In de eerste drie delen wordt een beeld geschetst van iemand die eerst slechte poëzie schrijft, later de vorm maar niet de erkenning voor zijn werk vindt, en dan filmscripts gaat bewerken.

In het lange vierde bedrijf gaat het beter met Chandler, maar hij blijft gelukkig mopperen. Zo klaagt hij over literaire agenten en over de FBI, vindt hij dat de Nobelprijs voor literatuur te vaak naar tweederangs schrijvers gaat en is hij tegen sciencefiction en vrouwenboeken: ,,I am getting sick of all these women writers who are never satisfied to tell you a story; they have to tell you exactly how to think about it every minute, reminding one of John Betjeman's translation of the critical cliché `thoughtfully written' as `by a woman and boring'.' Dankzij het buitengewoon amusante en lucide gezeur is dit een zeer vermakelijk deel.

De slotakte is mooi maar tragisch. Zelfhaat zat er bij Chandler altijd al wel in (`To know me in the flesh is to pass on to better things'), maar die begint ongezonde proporties aan te nemen: hij drinkt nu veel te veel, zijn vrouw is overleden en hij doet een halfbakken zelfmoordpoging.

Chandler schrijft een paar keer over zijn eigen hoofdpersoon Philip Marlowe. Op verzoek van een lezer geeft hij een prachtige karakterschets van zijn held, met meer diepte dan hij in het werk zelf eigenlijk ooit gedaan heeft, en die bijna het karakter van een zelfportret heeft. Aan het eind van zijn eigen leven komt hij nog een keer op zijn hoofdpersoon terug, een eenzame man, `zoekend maar niet verslagen'.

Tom Hiney & Frank MacShane (ed.): The Raymond Chandler papers: Selected Letters and Non-Fiction 1909-1959. Penguin Books, 268 blz. €15,40