Persoonscontrole

Voor de Rotterdamse voetbalderby Sparta-Neptunus in 1944 werden de toeschouwers gecontroleerd op hun identiteit. Eén van die gehate landwachters werd na de oorlog ter verantwoording geroepen door het Bijzonder Gerechtshof. Hem werd ten laste gelegd dat `hij [...] opzettelijk, terwijl Nederland in oorlog was met Duitschland, ten voordele van de vijand [...], teneinde onderduikers te vangen, persoons- en legitimatiebewijzen heeft gecontroleerd'. Het dossier van de man, wiens naam ik niet noem, ligt in het Algemeen Rijksarchief en bevat een treurig verhaal.

De verdachte was een zogeheten `Meikever', die zich na de bezetting aansloot bij de NSB in de hoop er maatschappelijk beter van te worden. ,,Ik waagde een gokje'', zei hij in een verhoor, ,,om uit Duitschland te kunnen blijven omdat ik mijn ontslag ieder ogenblik verwachtte. In 1943 kreeg ik mijn ontslag en heb toen gesolliciteerd voor plaatsing bij den Distributiedienst, Kring Rotterdam.''

Zo geraakte hij een jaar later bij het stadion. ,,Dit was voor de controle van Persoonsbewijzen.'' Als iemand werd gepakt, werd die afgevoerd naar een nabijgelegen NSB-lokaal. Toevallig trof de verdachte niemand aan, maar collega's hebben wel arrestaties verricht. In september 1944 kreeg hij spijt: ,,Ik heb mij dan ook aan den dienst onttrokken.'' De contributieoverzichten van de NSB bewijzen zijn gelijk, maar hij zei er niet bij dat die maand Dolle Dinsdag was geweest, toen grote delen van het land meenden dat ze bevrijd waren. De verdachte lette vermoedelijk op zijn tellen, of waaide mee met de laatste wind. Een persoonlijk drama was dat hij drie maanden later alsnog werd afgevoerd na de Razzia van Rotterdam.

In 1946 kreeg hij vier jaar cel opgelegd, waarbij zijn lidmaatschap van de Landwacht, `dat in 1944 het Nederlandsche Volk op ernstige wijze geterroriseerd heeft', zwaar telde. Zijn gezin leed zwaar onder zijn detentie, schreef de echtgenote in een emotioneel gratieverzoek. Er waren twee kinderen, van twee en vijf jaar, die hun vader misten. `Wij waren toch zoo'n gelukkig gezin. [...] Hij heeft er zoo'n spijt van, maar er waren omstandigheden dat je voor rare dingen komt te staan.'

Een parketwachter bezocht de familie om het verzoek te beoordelen. De vrouw had trombose en mocht niet meer werken van de dokter. Dat deed ze toch om extra geld te verdienen. De diender had het er moeilijk mee, maar stemde uiteindelijk niet in met het verzoek. `Het feit dat verdachte als hulplandwachter dienst heeft gedaan bij voetbalwedstrijden, al zou dit slechts eenmaal zijn geweest, om onderduikers op te sporen en deze in de klauwen van de zoo gehaten bezetter te spelen, bewijst de mentaliteit van de persoon.'

Op 15 februari 1947 werd het verzoek definitief afgewezen. De afloop is ongewis, maar weinig hoopvol, zoals de vrouw schreef: `Mijn beide kinderen zie ik verdwijnen als sneeuw voor de zon.'

jurryt@xs4all.nl