Ook leden Al-Qaeda mogen niet worden mishandeld

De VS laten zich niets gelegen liggen aan de Geneefse Conventie, zoveel maakt de behandeling van de gevangen genomen Talibaan wel duidelijk. Het is verbijsterend dat deze opstelling in Europa zo weinig protest oproept, vindt Hugo Young.

Als er één ideaal is dat de Engelsen en de Amerikanen met elkaar verbindt, dan is dat rechtvaardigheid. Iedereen gelooft dat in Engeland en Amerika aan het gewoonterecht, dat in beide landen heerst, dezelfde principes ten grondslag liggen. Dat is de essentie van de oorlog tegen het terrorisme. Toch blijken diezelfde principes niet in beide landen te gelden. De manier waarop de Amerikanen de gevangengenomen Talibaan en Al-Qaeda-leden op de basis Guantanamo op Cuba behandelen, is veelbetekenend. Maar even veelbetekenend is de kloof die hierdoor ontstaat tussen twee culturen die meenden het eens te zijn over alles wat echt van belang is.

Voor Washington is `Camp X-Ray' een verlengstuk van de oorlog. De gedetineerden mogen geen krijgsgevangenen heten, maar worden vastgehouden op grond van oorlogsreglementen die zijn vastgesteld door de partij die nog steeds in oorlog is. Ze worden niet op Amerikaans grondgebied toegelaten en de Geneefse Conventie is niet van toepassing verklaard, zodat ze kunnen worden behandeld naar het inzicht van Amerikaanse generaals en politici – wat niet hetzelfde is als dat van Amerikaanse juristen. Hun wordt bepaalde grondrechten en internationale bescherming onthouden.

Zolang het Rode Kruis niet in het kamp is geweest, weten we niet hoe het er toegaat. Het vastketenen van potentiële zelfmoordmisdadigers aan hun vliegtuigstoel kan, gezien de omstandigheden, niet direct een ernstige vorm van mishandeling worden genoemd. Maar de Amerikaanse autoriteiten hebben een aantal details niet ontkend: het afscheren van baarden, de kooien in de openlucht, kappen over het hoofd, het niet bepaald overtuigende bewijs dat de gevangenen zouden worden vastgehouden op grond van een duidelijke beschuldiging. Met de opmerking dat de omstandigheden in het kamp `hem absoluut niet interesseren' gaf de Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld, blijk van zijn minachting voor de gevangenen en zijn dédain voor iedereen die een kritisch geluid zou durven te laten horen.

Er zijn overigens wel critici in de VS. Human Rights Watch, een overwegend Amerikaanse onderzoeksgroep, deed woensdag bij de publicatie van zijn jaarrapport over mensenrechten in zesenzestig landen een felle uitspraak over hypocrisie. ,,Terroristen denken dat hun doel alle middelen heiligt'', aldus directeur Kenneth Roth. ,,In de strijd tegen de terreur mag die logica niet worden overgenomen. Het principe van mensenrechten mag niet worden geschonden, voor welk doel dan ook.'' Roth vergeleek de militaire tribunalen die Bush heeft aangekondigd met de tribunalen van een onbeduidende tiran die van zijn politieke vijanden af wil komen – iets wat Washington in andere omstandigheden onmiddellijk zou veroordelen.

Maar Human Right Watch is niet representatief. De tendens is: aanvaarding. Op de websites van de New York Times en de Washington Post kan ik geen redactionele commentaren of columns ontdekken waarin kritiek wordt geuit op het regime dat Rumsfeld voor Camp X-Ray goed genoeg vindt. Over de voors en tegens is amper discussie. En dat terwijl het om een belangrijke principiële zaak gaat en om een president die zich blijkbaar niets aantrekt van internationale conventies, iets waar de grote Amerikaanse kranten in andere tijden bol van zouden hebben gestaan. Maar neen, de kwestie verdampt langzaam in de mist van loyaliteit die sinds 11 september ieder meningsverschil in de bolwerken van de Amerikaanse media smoort.

Nog steeds is discussie beperkt mogelijk. De woorden van Rumsfeld hadden een ondertoon van wraak. Nu de VS er niet in zijn geslaagd Osama bin Laden gevangen te nemen, wordt kennelijk een andere weg gevolgd: zoveel mogelijk Talibaan en Al-Qaedaleden gevangen nemen om hun de collectieve verantwoordelijkheid voor de monsterlijke massamoord in het Pentagon en het World Trade Center aan te wrijven. Het gaat er niet om of dat de waarheid is, het gaat erom voor welk forum, in welke context en onder welke omstandigheden de waarheidsvinding plaats heeft. Die vragen worden niet gesteld – een beroep op rechtvaardigheid wordt in Amerika lastig gevonden.

Die stemming heerste aanvankelijk ook in Engeland. Althans in parlementair Engeland. Anti-terrorismewetten wekken bij politici in Engeland dezelfde panische instemming als in de VS. Maar de Engelsen reageerden anders op het kamp van Rumsfeld. Niet alleen kranten, ook sommige ministers maken zich zorgen.

Zij kunnen de eenzijdige interpretatie van het internationaal recht die Washington met alle geweld lijkt te willen afdwingen, niet verdedigen. Op een vraag van de BBC kon (minister van Buitenlandse Zaken) Jack Straw weinig meer laten horen dan het gestotter van een man die er niets mee te maken wil hebben. Wat voor beroerde wetten de politici van Labour zelf ook bereid zijn aan te nemen, ze zijn diep geschokt door wat zich in Guantanamo schijnt af te spelen. Op vragen van parlementsleden verzekerde premier Blair hen herhaaldelijk dat alle gevangenen `vanzelfsprekend' een `fatsoenlijke en menselijke' behandeling moeten krijgen. Hij maande hen het rapport van het Rode Kruis af te wachten, maar leek niet te kunnen geloven dat de Amerikanen iets onbehoorlijks deden. Maar hij leek ook geneigd het te ontkennen als ze dat wel zouden doen.

Blair heeft waarschijnlijk ongelijk. De verklaringen van Rumsfeld en de onverschilligheid van het publiek laten zien dat Amerika zeer waarschijnlijk nog lange tijd weinig wil weten van de lastige details van het internationaal recht. En dat wijst op een aantal andere kwesties die spanningen tussen Engeland en Amerika kunnen veroorzaken, kwesties die Blairs mantra dat hij niet hoeft te kiezen tussen Europa en Amerika – oftewel dat hij niet van Washingtons zijde hoeft te wijken – zwaar op de proef kunnen stellen.

Een tijdlang leek Irak het breekpunt te kunnen worden. Die mogelijkheid bestaat nog steeds. Het gerechtvaardigde verlangen om van Saddam Hussein af te komen leeft nog steeds in Washington, maar wordt voorlopig onderdrukt door het nog gerechtvaardigder idee dat daaraan veel en misschien zinloze risico's zijn verbonden. Maar als Irak voor Amerika weer prioriteit zou krijgen, is het niet zeker dat hierdoor de Europese vleugel van de coalitie zou afscheuren. Als de VN opnieuw zou proberen wapeninspecteurs in Bagdad te krijgen en die zouden opnieuw geschoffeerd worden, zouden waarschijnlijk weinig EU-lidstaten zich tegen de wensen van Amerika verzetten.

De gevolgen van Guantanamo zijn veel gevaarlijker. Hoorzittingen achter gesloten deuren van burgers van EU-landen die mogelijk de doodstraf te wachten staat, gaan in tegen ieder Europees instinct. Ook zonder terechtstellingen kunnen de VS erop rekenen dat zijn langdurige wraakactie op Al-Qaeda gepaard gaat van groeiende weerstand in de Europese publieke opinie. Want, in strijd met de mythe van het Engels-Amerikaanse respect voor individuele vrijheden: de ethiek van mensenrechten is op het Europese continent veel sterker. In antwoord op 11 september heeft niet één EU-land zulke draconische wetten ingevoerd als Groot-Brittannië. Als Blair de VS blijft verdedigen en hoe dan ook menselijk en fatsoenlijk blijft noemen, loopt hij het risico veel belangrijker vrienden kwijt te raken.

Hugo Young is columnist van The Guardian.

© The Guardian