Mijn vader

Mijn vader, geboren in 1949, ging als jongen op zaterdag werken als bakkersknecht.

Op een keer moest hij ergens een taart brengen. Met zijn bakfiets trapte hij langs de Oudegracht in Utrecht naar het adres dat de baas had opgegeven.

Daar belde hij aan.

De deur werd opengedaan en mijn vader zei: ,,Hier is de taart.''

,,Oh, eh, dank je wel.''

Toen ging mijn vader terug naar de bakkerij. De bakker zei: ,,Waar heb jij die taart gebracht?''

,,Bij die mensen.''

,,Nee dus. Zij vragen waar de bestelling blijft.''

Als een speer fietste mijn vader terug naar het verkeerde adres. Hij belde aan. De deur werd opengedaan door een man met slagroom in zijn snor...

Helaas, de taart was al op. En mijn vader kreeg op zijn kop.