Kuyper was een leugenaar

Toen de antirevolutionaire politicus Abraham Kuyper in 1901 van koningin Wilhelmina de opdracht kreeg een kabinet te formeren, wilde hij zijn geestverwant mr. Th. Heemskerk, wethouder van financiën en gemeentewerken van Amsterdam, op Binnenlandse Zaken hebben. Na een eerste gesprek tussen Kuyper en Heemskerk vroeg laatstgenoemde enkele dagen bedenktijd. In die bedenktijd schreef Kuyper hem een brief waarin hij met grote klem aandrong op aanvaarding van een benoeming: ,,Er is niemand anders. Daarom zijt gij vanzelf als met Gods eigen vinger aangewezen, en kunt ge niet de toekomst van ons land op het spel zetten.'

Toen Heemskerks vrouw, die met vakantie in Interlaken zat, van Kuypers verzoek hoorde, stuurde ze haar man een telegram dat het karakter van een ultimatum had: ,,Kuyper is een leugenaar. De beste mannen laten hem in de steek en jij wil je daarvoor ter beschikking stellen. Dat zou waanzin zijn, ik ga onder deze omstandigheden niet naar Den Haag.' Heemskerk zag daarop af van de post, overigens zonder Kuyper over de interventie van zijn vrouw te spreken.

De brief/telegramwisseling tussen Heemskerk en zijn vrouw is te lezen in het onderhoudende boekje Kuyper ist ein Luegner, waarin prof. dr. J. de Bruijn van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme een gedetailleerde en soms vermakelijke inkijk geeft in de kabinetsformatie van 1901. Het kabinet Kuyper kwam er, ondanks Heemskerks nee. Maar het voorval is tekenend voor de reacties die Kuypers optreden altijd weer uitlokte. De antirevolutionaire voorman kende alleen volgelingen en tegenstanders. Wie zich niet als trouw soldaat achter zijn vendel schaarde kon op zijn tegenstand rekenen.

Nog voordat koningin Wilhelmina, die als twintigjarige in 1901 haar eerste kabinetsformatie deed na de troonsbestijging in 1898, hem officieel had belast met de opdracht, had Kuyper al kandidaten voor ministersposten gepeild. Mede daardoor lukte de formatie, ondanks verdeeldheid in het confessionele kamp en ondanks de weerstand tegen Kuypers persoon, tamelijk snel.

Het in Den Haag verschijnende antirevolutionaire blad De Hollander kwam na aftrek van dagen waarop niet gewerkt kon worden op twaalf dagen. In hetzelfde bericht werden merkwaardigerwijs ook de namen genoemd van partij- en coalitiegenoten die voor het ministersschap hadden bedankt: behalve Heemskerk ook Kool, Seret, MacKay, De Savornin Lohman en Havelaar. Zo kregen zij, veronderstelt De Bruijn, van Kuyper via de pers nog een indiscrete trap na.

J. de Bruijn: Kuyper ist ein Luegner. De kabinetsformatie van 1901. Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme, 121 blz. E11,–