Jongens onder elkaar

Net als de echte oorlog kent de televisie-serie `Band of Brothers' geen hoofdpersonen. Onder aanvoering van Steven Spielberg en Tom Hanks werd de serie een ongebruikelijk monument voor `the greatest generation'.

Van de Tweede Wereldoorlog bestaan meer fictieve dan werkelijke beelden. Na hun oorlogsfilm Saving Private Ryan besloten hoofdrolspeler Tom Hanks en regisseur Steven Spielberg daar nog een ambitieuze televisieserie aan toe te voegen. Ook na Schindlers List en vooral zijn immense Holocaust-project, waarin hij getuigen van de jodenvervolging op film vastlegt, is Spielbergs fascinatie voor de oorlog nog lang niet voorbij. Toen Hanks bij hem kwam met het plan voor de tv-serie besloten de twee die samen te produceren. Hanks regisseerde bovendien een van de de tien afleveringen en speelde een rolletje als Britse soldaat. Spielberg en Hanks maakten van Band of Brothers een docudrama. Het werd meer dan een halve eeuw na de oorlog opgenomen, maar wat je ziet is echt zo gebeurd, of in ieder geval bijna echt. Met 120 miljoen dollar, die dit de duurste tv-productie maken die er ooit is gemaakt, zijn de tijd en de omstandigheden zo nauwkeurig nagebootst dat de film meer documentaire dan fictie lijkt.

Net als de echte oorlog kent Band of Brothers geen hoofdpersonen - niet de politici, niet de generaals en officieren en evenmin de soldaten zelf. Band of Brothers schetst een portret van de ongeveer honderdvijftig paratroopers van de E-compagnie (`Easy') van het 2de bataljon van het 506de regiment van de 101ste luchtlandingsdivisie van het Amerikaanse leger. Volgens Ambrose, die voor zijn werk veel veteranen heeft gesproken en de oprichter is van het D-Day museum in New Orleans met een belangrijke collectie oral history, hebben de oud-soldaten van de E-company onderling een hechtere band dan de veteranen van andere eenheden. Aan het begin van iedere aflevering blikken de oude mannen met ingehouden emotie en soms betraande ogen terug op de tijd die hen voor het leven tekende. Ze zijn geen helden, zeggen ze, de echte helden liggen op de kerkhoven in Normandië, Nederland en België.

Band of Brothers werd een tien uur durende mannenfilm. Ondanks de vijfhonderd sprekende rollen en tienduizend figuranten komt er vrijwel geen vrouw in voor. De serie gaat over de kameraadschap van mannen die op elkaar zijn aangewezen om te overleven. ,,Het enige dat nog geborgenheid en zekerheid biedt zijn de eenheid zelf en de vriendschappen onderling'', zegt een van de oorlogsveteranen in de documentaire Standing alone together die bij de serie hoort. ,,De rest van de wereld lijkt bezien vanuit de strijd geen prettige plaats.''

Band of Brothers is de verfilming van het gelijknamige boek uit 1992 van de populaire – en vorige week wegens plagiaat in opspraak geraakte – historicus Stephen E. Ambrose. Boek en serie beschrijven de lotgevallen van legereenheid sinds de oprichting en opleiding in 1942 tot het einde van de oorlog in 1945. Ambrose ontleende de titel van zijn boek aan Shakespeare: ,,We few, we happy few, we band of brothers'' zijn de slotwoorden van een toespraak van Henry V (4 akte, scène 3) tot zijn manschappen. Wie de slag tegen de Franse overmacht overleeft, zal er volgens Henry later met trots op terugzien: zij zullen allen, van hoog tot laag, tot het einde der tijden, een broederschap vormen. Zo'n zelfde gevoel van trots, onbesmet nationalisme, is wat uit Band of brothers spreekt.

Voetsoldaat

The big red one van regisseur Samuel Fuller was 20 jaar lang hét voorbeeld van oorlogsdrama met het perspectief van de gewone voetsoldaat. De film, met een vergelijkbare verhaallijn van training tot bevrijding, verbleekt bij de prestatie van Spielberg en Hanks. Deels is dat een kwestie van geld en filmtechniek: die ene Russische tank die in The big red one keer op keer moet doorgaan voor een Duitse Panzer verliest het van de exact nagemaakte voertuigen en wapens, de tientallen digitaal gekopieerde vrachtvliegtuigen en de spectaculaire luchtlandingen in Band of Brothers. Belangrijker is dat Fuller er niet in slaagt de beleving van de oorlog naderbij te brengen. `War sucks, iedereen is gek en onder de ruwste bolster zit een hart van liefde', dat is wat hij de verwende 21ste-eeuwer te bieden heeft.

Het begin van Spielbergs speelfilm Saving Private Ryan bracht in 1998 de werkelijkheid van de landing in Normandië dichterbij dan ooit. Daarmee vergeleken verschrompelde de jaren zestig-klassieker The longest day tot een keurige propagandafilm met een overvloed aan helden. Spielberg liet zien en horen wat de soldaten die uit de landingsboten het strand moesten veroveren meemaakten, zagen en hoorden. Na die eerste 25 minuten overheerste helaas de dramatische verzonnen zoektocht naar een soldaat wiens drie broers kort na elkaar sneuvelden en die daarom zo snel mogelijk levend terug moet naar zijn moeder. Maar voor Band of Brothers kozen Spielberg en Hanks voor de niet-sentimentele werkelijkheid.

Dat maakte Band of Brothers tot een serie die zich niet gemakkelijk geeft. Je ziet hoe de mannen getekend raken door hun ervaringen, maar veel gevoel voor een of meer individuen roept het niet op. In een oorlogssituatie is die vluchtigheid realistisch, voor een dramaserie is het ongebruikelijk. De meest constante factor is Richard Winters, aanvoerder van een van de pelotons. De soldaten die alle afleveringen overleven zijn lang niet altijd prominent aanwezig. Je leert er tientallen kennen die soms na korte tijd al sneuvelen – nooit weet je wie er wanneer zal sterven. Het zijn deze mannen, deze burgersoldaten, van wie de grootheid volgens Ambrose, en in zijn spoor Spielberg en Hanks, vastgelegd en gehuldigd moet worden. Ze bouwen een monument voor wat wel `the greatest generation' wordt genoemd.

Tafelzilver

Band of Brothers houdt zich niet blind voor gemaakte fouten. Duitsers die zich met geheven armen overgeven worden neergeschoten en de Amerikanen plunderen er op los. Zelfs de verder onkreukbare Richard Winters doet wat iedere soldaat in iedere oorlog heeft gedaan. Met het tafelzilver dat hij meenam uit Hitlers hotel in Berchtesgaden eet hij nog steeds, vertelt hij in de documentaire. In de serie zien we hem het inpakken.

Wat de volhardende kijker krijgt is een intense blik op de lange tocht die jongens van rond de twintig maken door Europa, waar ze na de strijd in Normandië tijdens de Slag om Arnhem in de buurt van Eindhoven worden gedropt. Daarna worden ze ingezet nabij Bastogne, als de Duitsers in een tegenoffensief de geallieerden dreigen te verslaan. Voor de oorlog is afgelopen bevrijden ze in de omgeving van München een concentratiekamp en bereiken ze als eersten Hitlers Adelaarsnest in Berchtesgaden, alwaar ze zich te goed doen aan Görings drankvoorraad.

De delen 1 en 2 van de serie die zondag aaneensluitend worden uitgezonden, laten zien hoe tijdens de opleiding de groep wordt gevormd. De beste aflevering is deel 7 die zich in de Ardennen afspeelt. Easy-company wordt in december 1944 zonder winterkleding, zonder munitie en zonder voldoende rantsoenen naar het wankelende front bij Bastogne gestuurd. Van vluchtende soldaten bietsen ze kogels. Het is winter en koud en in de claustrofobische omgeving van een besneeuwd bos ervaar je de verschrikkingen en vriendschappen in een vrijwel uitzichtloze situatie.

Deze aflevering confronteert de kijker het hardst met de strijd, ook omdat een verteller het verhaal in de ik-vorm aanvult. Veel beelden weigeren te voorzien in overzicht; soms zwaait de camera angstig zoekend en schuilend : zo zou je zelf kijken als je daar in dat koude bos met je wapenbroeders probeerde te overleven. Je begrijpt wat een van de veteranen bedoelde toen hij zei: ,,Moeder aarde is de beste vriendin van de infanterist: je graaft een gat en je bent uit het zicht.'' Maar niet veilig voor de granaten waarmee de Duitsers de ondiepe schuttersputjes in de bevroren grond bestoken. En steeds kan uit de mist tussen de bomen een tegenaanval opdoemen.

Brabantse boer

Deel 7 eindigt met een voor de serie ongebruikelijk onrealistische scène in de banken van een beschoten kerk, waar de verteller de mannen langsgaat. De gesneuvelden vervagen een voor een. De violen, het koper en het koor in de muziek van filmcomponist Michael Kamen garanderen tranen. Het is niet het einde van het avontuur, maar wel van de gevaarlijkste periode in het bestaan van Easy-company. Hun standhouden betekende het einde van de Duitse aanval op het westfront.

In aflevering 4, Replacements, speelt de Nederlandse acteur Jack Wouterse een Brabantse boer in wiens schuur een paar Amerikanen verzeild raken. ,,Het was een kleine maar wel een echte rol: tien minuten screentime'', zegt Wouterse. In 2000 was hij er een weekje voor in Engeland. ,,Bij aankomst stonden er veertig campers klaar met de catering. Een ruimte zo groot als Schiphol-Oost voor alleen al de kleren van de Duitsers. Gigantisch. Die scène van mij is in twee dagen opgenomen. De hele boerderij was steentje voor steentje nagebouwd. Ze wilden dat ik wat langer bleef, maar ik moest weer in het theater optreden. Toen kwamen er ineens vier cameramensen op de set om de opnamen te versnellen. Dat heb ik nog nooit meegemaakt. Het was erg leuk. Ik voelde me een soort filmtoerist.''

De gedragen herkenningsmelodie zal de komende maanden een ijkpunt worden in de week. En al kijk je slechts een paar maal, de serie reduceert voorgaande oorlogsfictie – zelfs Saving Private Ryan – voorgoed tot nostalgie. Het extreme realisme maakt van het kijken een schrijnende ervaring. Je ziet de mannen in de greppel naast je liggen, kogels zingen om je oren en de granaten ontploffen akelig dichtbij. Je weet dat je moet opstaan en moet gaan rennen. De oorlog is tastbaar.

`Band of Brothers' (Regie: Richard Loncraine, Tom Hanks, e.a., VS, 2001). Tien delen vanaf zondag 20 januari, SBS6, 21.00 uur. Herhalingen op V8 vanaf maandag 21 januari, 21.00 uur.

Er is nog geen beslissing genomen over uitzending van de documentaire `Standing alone together'.