J'Accuse...!

De mooiste voorpagina uit de geschiedenis van het dagbladwezen vind ik die waarmee L'AURORE op 13 januari 1898 is verschenen, met J'Accuse...!, de open brief van Émile Zola aan Félix Faure, President van de Republiek. Kapitein Alfred Dreyfus was schuldig bevonden aan verraad, werd gedegradeerd en veroordeeld tot levenslange verbanning naar het Duivelseiland. Alles ten onrechte. Het proces deugde niet, antisemitisme speelde een rol en gevestigde belangen moesten worden beschermd. Zola nam het op voor de kapitein en meldde zich met zijn brief bij de heer Ernest Vaughan, de directeur en hoofdredacteur. Die begreep wat zijn plicht was: publiceren. Maar hoe? Met grote foto's van Dreyfus, Zola, majoor Esterhazy (de intrigant en werkelijke schuldige) en de president? Een klein stukje van de brief op de voorpagina en de rest binnenin? Of de hele tekst op de één gegooid (zoals ze bij de krant zeggen), en dan maar geen foto's? Het laatste natuurlijk. Voor het J'Accuse...! gebruikte hij de vetste letter in een kop over de hele breedte. En de rest van de voorpagina bood ook alleen drukletters, niets anders dan de woorden van Zola. En dan treffen we op de pagina's vier en vijf de portretten van allen die bij het schandaal betrokken zijn.

In zekere zin had Vaughan het gemakkelijk. Foto's in dagbladen waren schaars. Het eerste dagblad dat in Nederland de eerste foto publiceerde, is de Amsterdamse Courant. Dat was op 24 februari 1890, van de brand in de Amsterdamse Schouwburg. Een foto van een brand valt nooit te versmaden. De allereerste foto van een grote brand moet tweemaal nieuws geweest zijn: als foto op zichzelf en van de brand, ook al was die drie dagen tevoren geblust. (De vervaardiging van een bruikbaar cliché had vier dagen gekost). In het J'Accuse ging het niet om het gezicht van Zola, maar om zijn woorden. Dat had Vaughan uitstekend gezien. Daarom is deze voorpagina een historisch document.

In de vorige eeuw zijn de druktechniek, de fotografie en de communicatie steeds beter geworden, terwijl er geen gebrek was aan gebeurtenissen die een foto waard waren. De foto rukte op, ten nadele van het gedrukte woord. Er kwamen tijdschriften, Life, Het Leven, de Picture Post, Paris Match, waarvan de inhoud voor het grootste deel uit foto's bestond. Die waren weer niet tegen de televisie opgewassen. Wetenschap en uitgevers ontdekten de beeldcultuur. Daar is, las ik, niets tegenop gewassen. In een vraaggesprek met Peter Giesen (Volkskrant, 5 januari) kondigt de Amerikaanse historicus en mediadeskundige Mitchell Stephens de nederlaag van het woord tegen het beeld aan. Hij voorziet dat de beeldcultuur op den duur haar eigen Spinoza en Descartes zal voortbrengen.

Dat zal wel, denk je bij dergelijke voorspellingen. Maar hoe moet het intussen met de krant van vandaag en morgen? Hoe moet het met Le Monde en de Frankfurter Allgemeine Zeitung bijvoorbeeld, waar het gedrukte woord ook op een aarzelende terugtocht is? Voorzover ik het kan beoordelen kan het twee kanten op: òf het dagblad laat in foto's zoveel mogelijk zien van wat er die dag en gisteren is gebeurd. Dan ziet de `lezer' veel kleine foto's. Hij ziet een beetje in stilstand van wat er straks bewegend op de televisie komt. Daarmee gaat het dagblad een wisse ondergang tegemoet, net als indertijd die weekbladen. Òf de lezer krijgt een paar zeer grote foto's voorgeschoteld, van een kwart pagina of meer. Hij had ook duidelijk kunnen zien wat die voorstellen als ze op twee in plaats van op zes kolom waren afgedrukt. Maar hij is nu eenmaal door dit olifantsformaat overweldigd.

Stellen we ons voor dat er een kangoeroe met een door de bosbranden ernstig verbrande neus op staat. Wat gaat er bij de aanblik door ons heen? Vreselijk. Zielig dier. Heeft Australië voldoende opvangcentra? Wie zou die branden hebben aangestoken? En waarom? Daar zou ik wat meer over willen weten! Jammer voor deze lezer, maar dat gaat niet. Alle ruimte waarin hij dit had kunnen lezen is gebruikt voor de verbrande neus. Was het mededogen van de lezer minder geweest als hij die foto in kleiner formaat onder ogen had gekregen? Onderschat die lezer niet! Niet zijn dierenliefde, noch zijn honger naar informatie. Door deze enorme foto voelt hij zich beledigd (want miskend in zijn dierenliefde) en bekocht (met te weinig waar in woorden voor zijn geld).

Dat het woord de strijd tegen het beeld voert, zal waar zijn. Voor het dagblad bestaat er een manier om zich daarin te handhaven, door het gedrukte nieuws met het nieuws in beeld van gepast formaat te combineren, in plaats van ertoe bij te dragen dat het woord binnenkort door het opgezwollen beeld wordt verpletterd.