Hollands oerhuis aan de Thames

Duitsland en Engeland bewonderen het Nederlandse rijtjeshuis. In een nieuwe ecowijk in Greenwich bouwt een Nederlandse architect rijtjeshuizen die moeten dienen als voorbeeld voor de Engelse woningbouw. `Wij spreken van huizen in Euro Style.'

Het rijtjeshuis is in Nederland zo gewoon en gangbaar dat het verveelt. Vaak wordt het rijtjeshuis in Nederland zelfs bekritiseerd als een schraal, eenvormig product van de geïndustrialiseerde Nederlandse woningbouw. In het buitenland denkt men daar anders over. Zo verscheen vorig jaar in Duitsland het boek Das niederländische Reihenhaus. Het is één grote lofzang op het Nederlandse rijtjeshuis, volgens de vier Duitse auteurs een oerdegelijk en goedkoop huizentype dat op compacte wijze alle bewoners een entree op de begane grond geeft en, als het mee zit, een tuintje. ,,Jaloers kijken we naar de Nederlandse kopersmarkt, die een aandeel van slechts 25 procent etagewoningen kent, terwijl dit in Duitsland 56 procent is'', schrijven zij. Ze zien het Nederlandse rijtjeshuis als een modern product, dat vergelijkbaar is met hedendaagse personenauto's die al naar gelang de wensen van de klanten van allerlei extra onderdelen kunnen worden voorzien.

Het Duitse enthousiame over het rijtjeshuis heeft nog niet geleid tot de export van dit typisch Nederlandse product naar Nederlands belangrijkste handelspartner. Toch begint het Nederlandse huis een exportproduct te worden. In China begint binnenkort de bouw van een complete `Nederlandse' stad met grachten en Nederlandse huizen bij Shanghai, naar een ontwerp van Kuiper Compagnons. En in Greenwich, vlakbij Londen, worden nu `duurzame' Nederlandse rijtjeshuizen gebouwd, ontworpen door het Haagse architectenbureau Splinter. De 39 huizen, die komende zomer worden voltooid, vormen het Thamesmead EcoPark en zijn bedoeld als voorbeeld voor de Britse woningbouw. Een van de woningen zal een modelhuis worden om aan het publiek te laten zien hoe het in elkaar zit. Bij het milieuvriendelijke woningcomplex in de uitbreidingswijk Thamesmead komt ook een bezoekerscentrum met voorlichting over milieuvriendelijke woningen en duurzaam bouwen.

EcoPark Thamesmead wordt niet ver van de Theems gebouwd door de Gallions Housing Association. Vertegenwoordigers van deze woningbouwvereniging kwamen een paar jaar geleden kijken in Nederland, dat een grote internationale reputatie heeft als het om sociale woningbouw en duurzaam bouwen gaat. Zelfs nu in Nederland zelf de overheid, projectontwikkelaars en woningbouwverenigingen prioriteit geven aan de bouw van duurdere koopwoningen ten koste van sociale woningbouw, komen buitenlanders nog naar Nederland om er het wonder van de sociale woningbouw te aanschouwen. Meestal gaat het om inspiratie en het overnemen van een enkel idee en komt het niet tot de daadwerkelijke export van Nederlandse woningen. Maar de delegatie van Gallions Housing Association had wel nadrukkelijk als doel een geschikte Nederlandse architect voor een ecowijk te vinden. De Engelsen raakten het meest onder de indruk van het door Jan Splinter ontworpen voorbeeldproject Duurzaam Bouwen van 74 videwoningen aan de Weerselostraat in Den Haag uit 1998. Vervolgens vroeg Gallions Splinter een dergelijk project in Greenwich te ontwerpen.

`De Engelse bouwmarkt is behoorlijk gesloten'', vertelt Jan Splinter in de vergaderruimte van zijn bureau in Den Haag. ,,Er zijn dan ook niet veel Nederlandse architecten die daar hebben gebouwd. Berlage heeft voor de Tweede Wereldoorlog in Londen het Holland House ontworpen en nu heeft Erick van Egeraat een paar opdrachten, onder andere voor een Shakespeare-theater in Stratford-upon-Avon. Maar verder zijn er geen Nederlanders aan het werk in Engeland.''

De bouwkosten van de Nederlandse rijtjeshuizen bedragen 90.000 pond per woning. Dit is voor Nederlandse begrippen een forse bouwsom, maar in Engeland niet: bouwen in Engeland is een moeizame en dure activiteit. ,,De woningbouw in Engeland is nog heel traditioneel'', zegt Splinters compagnon Harrie Pappot. ,,De industrialisatie van de bouw is er lang niet zo ver voortgeschreden als in Nederland. Er wordt in Nederland nu veel geklaagd over de Vinex-huizen, maar vergeleken met soortgelijke huizen in Engeland zijn ze goed en goedkoop. Engelse architecten houden zich ook niet met woningbouw bezig. Voor bekende Nederlandse architecten als Hertzberger is het heel gewoon om woningen te ontwerpen, maar een Engelse beroemdheid als Norman Foster houdt zich er verre van. De meeste Engelse woningen worden gebouwd door aannemers die eigen standaardontwerpen gebruiken.''

Voor EcoPark Thamesmead ontwierp Splinter 5 types rijtjeshuizen. Alle types hebben de indeling van het Nederlandse oerhuis: op de begane grond zijn de woonkamer en keuken gesitueerd, slaapkamers en badkamer liggen op de eerste etage. Daarnaast hebben ze een aantal bijzonderheden. De woonkamer heeft aan de voorzijde een extra ruimte gekregen in de vorm van een kleine `sun room' die op de eerste verdieping doorloopt als vide. In het schuine dak zit een daklicht dat de trap naar de eerste etage van daglicht voorziet.

,,In eerste instantie vroeg de Gallions Housing Association ons om typisch Hollandse huizen'', vertelt Splinter. ,,Kenmerkend voor het Nederlandse huis is een minimum aan verkeersruimte, zoals hallen en trappenhuizen, en grote woonkamers. Maar dit was de Engelsen uiteindelijk toch te Hollands. In Engeland is men erg gesteld op ruime hallen en brede trappen en een grote badkamer. De woonkamer hoeft voor de Engelsen niet zo groot te zijn. Een woonkamer van drie bij vier vinden ze al redelijk, een kamer van 30 vierkante meter is immens. De meeste huizen in EcoPark Thamesmead worden zo'n 90 vierkante meter – heel ruim voor Engelse sociale woningbouw.''

In Nederland worden alle rijtjeshuizen gebouwd met een betonnen draagconstructie, maar beton wordt in Engeland geassocieerd met armoedige sociale woningbouw uit de jaren zestig en zeventig, de tijd van het `brutalisme'. ,,Niet toevallig heeft Stanley Kubrick in de betonnen flats van Thamesmead zijn film `A Clockwork Orange' opgenomen'', vertelt Splinter. ,,Engelsen willen geen beton meer. In Nederland is het ook de gewoonte om rijtjeshuizen als een collectief blok te ontwerpen, maar dat willen Engelsen evenmin: elke woning moet individueel herkenbaar zijn. Aan grote glasvlakken in de gevels zijn Engelsen ook niet gewend, maar die hebben we wel gehandhaafd.''

Splinters huizen in Greenwich bevestigen de Duitse vergelijking van het Nederlandse rijtjeshuis met een auto die aan specifieke wensen kan worden aangepast. ,,We kregen natuurlijk ook te maken met wettelijke regels voor de Engelse woningbouw'', vertelt Splinter. ,,Een slaapkamer moet bijvoorbeeld een geventileerde kast hebben en ook moet elk huis een flinke bezemkast hebben. Met wat gepuzzel hebben we alle Engelse wensen in het Nederlandse rijtjeshuis kunnen krijgen. Zo zijn de huizen in Greenwich een mengsel geworden van Nederlands pragmatisme en een aantal specifiek Engelse wensen en eisen waaraan niet te ontkomen viel.''

Daarnaast zijn de huizen in Greenwich uitgerust met allerlei energiebesparende en milieuvriendelijke voorzieningen. In het schuine dak zijn zonnecollectoren verwerkt, het regenwater wordt opgevangen en hergebruikt. Voorzover het niet wordt hergebruikt, komt het in een naburige vijver terecht waar het op natuurlijke wijze wordt gezuiverd. Bovendien zijn de huizen in Thamesmead geheel gebouwd van lokale materialen. ,,Het hout voor de gevels, de bakstenen, de leien van de daken – alles komt uit de buurt van Greenwich'', aldus Splinter. ,,Dit is net zo belangrijk als milieuvriendelijke voorzieningen als het hergebruik van regenwater. Lokaal verkrijgbare materialen hoeven niet over grote afstanden te worden vervoerd; ook dit is milieuvriendelijk.''

Hoewel Splinter en Pappot zijn aangetrokken voor duurzame huizen, zijn ze geen duurzaam-bouwen-fanaten die alle nieuwe energiezuinige foefjes onmiddellijk toepassen. Inzichten in duurzaam bouwen veranderen namelijk snel, volgens Pappot op het modieuze af.

,,Zo gold het red cedar-hout, dat nu in de Nederlandse bouw op grote schaal wordt toegepast, jarenlang als milieuvriendelijk'', vertelt hij. ,,Het is zelfs een soort symbool geworden voor duurzaam bouwen, omdat het geen onderhoud behoeft. Maar nu heeft Greenpeace red cedar in de ban gedaan, omdat het niet bepaald op een milieuvriendelijke wijze wordt geproduceerd. Voor ons ligt duurzaam bouwen veel meer in goede plattegronden. Woningen moeten niet te krap worden gemaakt: als alle functies een precies bemeten ruimte krijgen, dan kan een woning later moeilijk worden veranderd en aangepast aan nieuwe eisen en wensen. Wat ons betreft is duurzaam bouwen vooral een kwestie van flexibiliteit en veranderbaarheid van de woningen. De rijtjeshuizen in Thamesmead zo ontworpen, dat ze van allerlei verschillende materialen kunnen worden gebouwd. Ze zouden ook heel goed in Scandinavië helemaal van hout kunnen worden vervaardigd. Wij spreken daarom van huizen in Euro Style.''

Of het Nederlandse rijtjeshuis ook echt een succesrijk exportproduct zal worden, weet Jan Splinter nog niet. ,,Maar'', zo zegt hij, ,,we overwegen wel nu een filiaal op te zetten in Engeland.''