Hoe de islam zich uit het moeras trekt

Na de dood van Khomeini is Iran bezig aan een voorzichtige modernisering die het land vooruit moet helpen maar de islam trouw blijft. Vier journalistes doen verslag van hun ervaringen in een land, dat mogelijk een model biedt voor de getroubleerde Arabische wereld.

Vier journalistes berichten over de Islamitische Republiek Iran, een land dat zij jarenlang hebben bestudeerd en diverse keren hebben bezocht. Vrouwen hebben daar een voorsprong, want alleen zíj kunnen informele contacten aanknopen met seksegenoten en met hen spreken over de afzondering en de rechten van de vrouw, die in Iran nog altijd netelige kwesties zijn.

De auteurs hebben zich ter plaatse moeten kleden in ten minste een lange jas met hoofddoek, en soms ook in de chador, de alles verhullende zwarte lap die aan het eind van de achttiende eeuw in de mode schijnt te zijn gekomen. Medema verhaalt uitvoerig over haar oefeningen en avonturen met dit weerbarstige kledingstuk, Roelants hult zich in discreet stilzwijgen, Sciolino maakt er een vrolijke boel van, en Wright heeft soms lak aan de voorschriften. Daarmee zijn de verschillen tussen de auteurs al enigszins aangeduid.

Maar alle vier tonen zij Iran als een land waarin de chador zijn relevantie alweer bijna verloren heeft. Geïnterviewde vrouwen reageren soms wat verstoord op buitenlandse belangstelling voor die lap: er zijn dringender zaken aan de orde. Uit alle vier boeken rijst het beeld op van een land dat zich na de eerste tien jaar van revolutie, terreur en oorlog geleidelijk herstelt en tot normaliteit probeert terug te keren.

De Islamitische Republiek heeft uiteenlopende bronnen van inspiratie. Sinds de revolutie van 1979 berust vrijwel alle macht bij de groot-ayatollah en de hiërarchisch ingerichte kaste der molla's. Het principe dat het hoogste gezag berust bij de hoogste geestelijke als vertolker van de goddelijke wil, behoort beslist niet tot de traditionele sjiitische islam. Khomeini heeft het echter in zijn grondwet opgenomen, en die geldt formeel nog steeds.

Aan de oude Sovjet-Unie herinnert de Iraanse economie, die voor tachtig procent in staatshanden is en dus kwakkelt, en de paranoïde angst voor een `culturele invasie', maar anderzijds ook de inderdaad revolutionaire mogelijkheden die geschapen zijn voor de armen. Het onderwijs is beter en toegankelijker dan ooit. De totalitaire staat is in Iran niet zo grondig gerealiseerd als in Oost-Europa. De staatsterreur vertoont leemtes waarvan de bevolking handig weet te profiteren.

De eeuwenoude Perzische cultuur hebben de geestelijken niet klein gekregen. Molla's zijn ook Perzen: ook zij kennen nationale trots, ook zij lezen de grote dichters, ja zelfs wel eens een wijngedicht van Omar Khayyam. Op de Wereldtentoonstelling in Hannover vorig jaar had Iran een paviljoen waar niets islamitisch te zien was, maar dat geheel was gewijd aan de glorie van het voor-islamitische Perzië.

Ook het rijk van de Sjah is niet spoorloos verdwenen. Onder zijn bewind waren aanzienlijke moderniseringen doorgevoerd, zij het dikwijls verkeerd en hardhandig. Het huidige Iran teert nog op de verworvenheden van toen. Aan het westen is de gedeeltelijke democratie ontleend, die op bizarre wijze naast het autoritaire systeem bestaat. Verder is het westen duidelijk aanwezig met schotelantennes (en dus nieuws en popmuziek), internet, mobiele telefoons, Mickey Mouse, cola, hamburgers en patat, Mercedessen (voor de ayatollahs), dure parfums en kleding uit Parijs. Vrijwel geen enkele manifestatie van de Grote Satan ontbreekt hier.

Schriftgeleerden

Alle auteurs beschrijven vele aspecten van het Iraanse leven. Wat het land onderscheidt van soortgelijke landen, en dat is werkelijk fascinerend, is een duidelijk begin van een hervorming van de islam door de niet-conservatieve geestelijkheid. Iraanse geestelijken zijn goed geschoold, ook in filosofie, en gewend te discussiëren en elkaars denkbeelden kritisch te toetsen.

Nu zij, veelal tot hun eigen verrassing, hun schriftgeleerdheid in de praktijk moeten brengen, maken zij soms wetten die voor Iran, en misschien voor de hele islamitische wereld, van groot belang zijn. Wright heeft daar goed doorwrochte hoofdstukken over geschreven. Sinds kort is het bijvoorbeeld de man onmogelijk gemaakt zijn vrouw zomaar te verstoten. Scheidingen hebben voortaan voor een rechtbank plaats, en als de man het intiatief neemt, moet hij alimentatie betalen. Ook de vrouw kan om scheiding verzoeken. De vrouw behoudt veel vaker dan voorheen het zorgrecht voor de kinderen.

In Iran nemen veel meer vrouwen deel aan het openbare leven dan in de meeste andere islamitische landen. De kledingvoorschriften hebben daartoe bijgedragen. Vrouwen kunnen nu studeren, karateles nemen, rechter worden of geestelijke; vrijwel alle banen staan voor hen open. Alles op voorwaarde dat zij geen mannen aanraken en het vrouwenvertrek in textiele vorm om zich heen dragen. Maar onder de chador wordt soms Chanel gedragen (Sciolino heeft er een fraai hoofdstuk over), en de hoofddoek kan een Dior met tijgermotief zijn.

Kort na Khomeini's revolutie waren de vrouwenrechten sterk beknot, nu worden ze weer enigszins verbeterd. Is dat vooruitgang? Ja, omdat de sjah zijn hervormingen buiten de islam om had doorgevoerd. In het huidige Iran zijn het geestelijken die vernieuwen, op basis van koran en traditie. Zo duurt het allicht wat langer, maar voorzien van het keurzegel van de islam zullen deze moderniseringen steviger verankerd zijn in de maatschappij.

De islam lijkt soms weerhaken te hebben: waar het geloof zich vast zet, krijg je het er niet meer uit. In Iran blijken hoge geestelijken dit nu toch voor elkaar te krijgen en dat levert een fraai schouwspel op. Het is te hopen dat de oelama in de Arabische landen zich hierdoor laten inspireren. Helaas zijn zij een stuk minder ontwikkeld en leven ze in een intellectueel minder stimulerende omgeving. Want ondanks de aanvankelijk sterke repressie en de daaruit voortvloeiende brain drain heeft Iran een behoorlijk geschoolde bevolking, een levendige pers die dapper en soms met succes voor haar vrijheid vecht, prachtige films en goede literatuur.

Zelfs het opportunisme van conservatieve theologen kan in Iran gerieflijk uitvallen. Een eeuwenoude, in onbruik geraakte instelling van het sjiitische recht was het `tijdelijk huwelijk', de sighe. Dit wordt sinds tien jaar weer aangemoedigd. Buitenechtelijke relaties, die enkele uren maar ook decennia kunnen duren, kunnen daarmee worden gereguleerd, compleet met contract en bruidsprijs. Het fatsoen van menige vrouw wordt zo gered, prostituees zijn met zo'n contract onder dak en hoeven niet bang te zijn voor pooiers of politie. De hogere molla's hoeven niet steeds ontuchtigen te laten stenigen, en de lagere verdienen een centje bij met het opstellen van de akten.

Oude rotten

Intussen is Iran toch nog zeer onvrij, en dat betekent ook dat journalistiek werk er anders verloopt dan elders. `Begeleiders' en andere behulpzame ambtenaren zijn onvermijdelijk, en uitnodigingen zijn absoluut noodzakelijk. Van deze auteurs vertelt Medema het meest over haar werkwijze. Zij heeft zich laten uitnodigen door familieleden van Iraanse vrienden, wier gastvrijheid zij maximaal uitbuit. Soms is het wat gênant te lezen hoe zij hun tot last is. Extra schrijnend is dat Iraniërs die een westerse journaliste ontvangen kort daarna bezoek krijgen van de geheime politie. Evenals haar collega's is Medema zich dat terdege bewust; het spijt haar, maar zij kan niet anders.

De Amerikaanse Sciolino en Wright zijn oude rotten in Iran. Zij bieden solide, met een goede index verrijkte werkstukken, waarin journalistieke impressies en gedegen achtergrondstudie elkaar op prettige wijze afwisselen. Hun beider boeken lijken nogal op elkaar; naar ik vermoed omdat Amerikaanse journalisten van jongsafaan leren hoe schrijven eigenlijk hoort. De Nederlandse auteurs zijn veel individueler, wat wel zo aardig is. Medema is mededeelzaam over zich zelf, Roelants is terughoudend en laat het woord geheel aan degenen die zij interviewt. Aan geen van de vier boeken is men bekocht. Wie een korte en krachtige inleiding in Iran zoekt, is met Roelants het beste uit. Haar boekje is dun, maar pregnant geschreven, en het bevat zeer veel informatie. Het heeft ook de beste foto's, gemaakt door Bas Czerwinski, goed scherp afgedrukt, maar helaas veel kleiner dan zij verdienen. Wie meer wil dan een inleiding vindt in het boek van Wright de meeste diepgang. Je kunt natuurlijk ook de raad van Roelants opvolgen: ga zelf eens naar Iran. Het kan weer.

Nies Medema: In de hemel krijg je fruit. Berichten uit Iran. Mets & Schilt. 192 blz. E20,–

Carolien Roelants: Iran achter de schermen. Met foto's van Bas Czerwinski. Prometheus/NRC Handelsblad. 141 blz. E14,50

Elaine Sciolino: Persian Mirrors. The Elusive Face of Iran. The Free Press, 402 blz. E33,95

Robin Wright: The Last Great Revolution. Turmoil and Transformation in Iran. Vintage Books, 351 blz. E20,35