Het fotoalbum zonder toekomst

NEW YORK. Van de zomer ontving ik per post een fotoalbum van een huwelijksfeest. Mijn vriend, de heer Baumgold, had het aan mij opgestuurd. Zijn huwelijk was voorbij, een nieuw huwelijk kondigde zich aan. Het verleden moest worden opgeruimd om plaats te maken voor de toekomst. Maar kennelijk had hij het niet over zijn hart weten te verkrijgen het album in de prullenmand te deponeren en zo was het bij mij terechtgekomen.

Mijn huis stond open voor het verleden van derden die er vanaf wilden als van een schurftige hond. Tussen de puinhopen vond ik altijd wel wat, een kraal, een sjaal, een sok, waarmee ik iets kon aanvangen.

Ik bladerde wat in het fotoalbum, en borg het op in een dode hoek naast de boekenkast om het bij gelegenheid naar mijn opslagruimte te brengen.

Later die zomer ontving ik twee gouden trouwringen van Baumgold, die ik aan een goede vriendin gaf, uiteraard zonder de herkomst van die ringen te verklappen, en daarmee was Baumgolds huwelijk definitief beëindigd. Het gezwel was weggesneden.

Na een tijd was ik ringen en album vergeten, tot ik een week of zes geleden een e-mail kreeg van Baumgolds ex-vrouw.

Vroeger had ik vaak post voor Baumgold ontvangen die hij om voor de hand liggende redenen niet thuis bezorgd wilde krijgen. En altijd was ik bereid een alibi voor hem te zijn. En hij voor mij. Dienst en wederdienst tot de dood erop volgt.

Een kort bericht op mijn antwoordapparaat, `ik ben vanavond bij jou, dat je dat weet', was voldoende. Wat gaat het de mensen aan waar we werkelijk zijn, ook al wonen we met die mensen in één huis en zijn we met ze in de echt verbonden?

In veel was ik bijna gestikt, een visgraat, een kippenbotje, een handvol pinda's, maar nog nooit in een leugen.

De ware manipulator sleurt zijn omgeving mee in de illegaliteit. Hij zet de mensen aan tot zaken waarvan ze dachten dat ze die nooit zouden doen, hij zorgt ervoor dat ze hun morele grenzen verleggen. Hij verleidt ze stap voor stap, tot ze bedriegen, oplichten, stelen, en moorden als het moet. Dan deelt de manipulator met de gemanipuleerde een geheim. En vanaf dat moment is er altijd de dreiging dat de manipulator dat geheim zal verklappen. Macht is gebaseerd op afschrikking, en afschrikking is niets dan angst. De mensen bang maken is geen kunst, als ze iets zijn is het wel dat: bang.

Alle manipulatie begint met liefde, want als je echt van iemand houdt, dan doe je alles voor diegene, toch? De manipulator vraagt bewijzen voor de liefde van de gemanipuleerde, bewijzen die uit steeds grotere diensten en opofferingen bestaan. Tot de val dichtklapt.

Het begint met liefde en eindigt met vernietiging. Dat is de weg van alle liefde, maar in het geval van de manipulator blijft de vernietiging niet tot de liefde zelf beperkt, maar strekt zich uit tot het lichaam van de geliefde, haar bezittingen, haar vrienden, haar verleden. Haar wereld.

Het hierboven beschreven proces, volledig aan de realiteit ontleend, leidt kortom tot vernietiging van de omgeving van de manipulator. Napalm, bestaand uit woorden en een spaarzame daad.

Zelf had ik nog nooit iemand de illegaliteit in gesleurd. Het examen voor manipulator had ik niet gehaald. Gebrek aan talent waarschijnlijk. Met fatsoen had dat niets te maken, over mijn eigen fatsoen maak ik me geen illusies.

Ik begreep wel dat het niet in mijn voordeel was mijn omgeving te vernietigen. Ik wilde mijn omgeving, mijn omgevingen moet ik zeggen, intact laten, ook al betekende dat dat ik mijn toevlucht moest nemen tot een onwaarheid. Ik loog om te laten leven. Als ik loog was ik net een vrouw die een kind baarde.

Toen de ex-vrouw van Baumgold contact met mij zocht, twijfelde ik. Ik wist dat Baumgold het bijzonder onaangenaam zou vinden als ik zijn ex-vrouw zou ontmoeten.

De manipulator moet zorgen dat de gemanipuleerden zich niet kunnen verenigen, tegen hem. Maar ik wist ook dat hij aan de laatste akte in zijn opera was begonnen.

Baumgold had de grote vernietiging uitgenodigd om bij hem thuis in de woonkamer te komen repeteren. Ook mensen op de tribunes waren nu niet meer veilig. Misschien was het tijd voor de terugtocht.

Een terugtocht die pijn zou doen, ook ik had van Baumgold gehouden.

Laten we de manipulator geen onrecht aandoen. Om te kunnen manipuleren beschikt hij over het vermogen jou te doen geloven in je onoverwinnelijkheid, met zijn hulp uiteraard. Wat dat betreft is hij een trooster waar de maagd Maria nog wat van kan leren. Wie eens gevoelig voor hem was, zal altijd gevoelig voor hem blijven.

Ik besloot Baumgolds ex-vrouw te ontmoeten voor een glas wijn. Reizen, feestdagen en ziektes kwamen tussenbeide en het duurde tot afgelopen zondag voordat we elkaar eindelijk zagen.

Ze zag er goed uit.

,,Eigenlijk zou Baumgold hier moeten zijn'', zei ze. We keken, maar hij was er niet.

Daaraan voegde ze toe: ,,Hij is de duivel.''

Ik houd niet van dat woord, of het nu om Bin Laden of Baumgold gaat.

,,Toen ik eindelijk door begon te krijgen wat er al die jaren achter mijn rug gebeurde.'' Ze schudde haar hoofd.

Ik vroeg haar wat ze wist. Ze wist wat, maar niet alles. Ik vond dat ze genoeg wist. Soms is verraad een noodzakelijk medicijn, en dan ben ik de eerste om het voor te schrijven. Maar ik was blij dat ik Baumgold niet hoefde te verraden, dat ik het verleden van zijn ex-vrouw niet jaar voor jaar, maand voor maand, dag voor dag uit elkaar hoefde te halen, tot er niets van zou overblijven. Niets dan een duivel, in haar woorden, of een ziekte, in mijn woorden: Baumgolds ziekte.

,,In het begin, toen ik net bij hem weg was'', zei ze, ,,zocht ik hem overal. Ik ging naar cafés waar hij heenging, ik liep door straten waar hij doorheen liep, ik stond uren voor het huis waar we samen hadden gewoond.''

,,Wist je toen al dat hij de duivel was?'' ,,Ja'', zei ze, ,,dat wist ik al!''

,,Ik heb je ringen'', zei ik, ,,althans een vriendin van me heeft ze. Als je ze terug wilt.'' Ze dacht even na.

,,Nee'', zei ze, ,,houd die maar. Hij heeft je al die jaren afgezet. Hij heeft iedereen afgezet, zijn dag was pas goed als hij iemand kon afzetten.''

Een beetje afzetten is niet erg, zolang bepaalde grenzen niet worden overschreden.

,,Sommige mensen nemen dwangmatig'', zei ik. ,,Anderen geven dwangmatig. Ik behoor tot de laatste groep.''

Ik vroeg me af of ze was gekomen omdat ze wraak wilde, en in mij het instrument zag om haar plannen uit te voeren.

Maar wraak was niet wat ze wilde.

Ze was nog steeds te bang voor de duivel.

Sommige mensen in mijn omgeving dachten dat Baumgold mij binnenkort zou gaan vermoorden. Omdat die moord hem dat beetje roem zou verschaffen wat de laatste akte van zijn opera draaglijk zou maken.

Ook ik hield er rekening mee. Altijd al eigenlijk. Heerlijk om 's avonds in bed te stappen met de gedachte: wat een bijzondere dag, ik ben vandaag weer niet vermoord.

Je hoort van mensen: na de elfde september moeten we leren leven met risico's. Ik leef al dertig jaar met risico's. Baumgolds risico kon er nog wel bij. Ik ging naar huis en haalde zijn fotoalbum tevoorschijn.

Het verleden zag er goed uit. Behoorlijk dood, maar vakkundig geconserveerd.

Toen ik het album dichtsloeg, kon ik de waarheid niet langer ontkennen. Baumgolds ziekte was ook mijn ziekte. Misschien niet zo heftig en ongecontroleerd, niet zo uitgezaaid. Maar toch.

Ik wist dat mijn zelfhaat alle liefde van de wereld zou overwinnen, platwalsen en vernietigen. Ik was wel bang voor de dag waarop ik vermoord zou worden, maar ook wat je vreest kan een verademing zijn.