Helderheid nodig over status Verenigd Europa

De opmerkelijkste uitspraken naar aanleiding van de introductie van de euro kwamen van een Italiaan. Niet van minister Martino, die meent dat de euro nog best op een mislukking kan uitlopen. (Dat kan.) Evenmin van minister Bossi, die verklaarde dat de euro hem niet interesseert. (Daarover valt verder weinig te zeggen.) Zij waren afkomstig van Tommaso Padoa-Schioppa, lid van de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank, in een vraaggesprek met deze krant. Na vastgesteld te hebben dat de invoering van de euro een enorme verandering betekent, zei Padoa-Schioppa: ,,Centrale bankiers en economen verkeren niet in de beste positie om dat te zien. Voor ons gaat het om monetair beleid, de hoogte van de rente en van de inflatie. Bankbiljetten en munten hebben weinig te maken met die doelstellingen van centrale bankiers.''

Anders gezegd, ook zonder de euro zou Europees monetair beleid kunnen worden gevoerd. De betekenis van de nieuwe munt ligt dan ook op een ander vlak. Padoa-Schioppa: ,,De politici die een sleutelrol speelden bij de onderhandelingen over het Verdrag van Maastricht wisten heel weinig over economische en monetaire zaken. Mensen als de Duitse bondskanselier Helmut Kohl of de Franse president François Mitterrand waren niet vertrouwd met economische en monetaire kwesties. Maar ze waren wel vertrouwd met politieke doelstellingen. In hun gedachten was een van de belangrijkste verdiensten van de euro dat deze een stap zou zijn in de richting van een politieke unie. Zonder dat vooruitzicht zou het besluit om op de euro over te gaan niet zijn genomen.''

Dus toch een politieke unie, tegen alle pragmatische bezwaarmakers van dit moment in? Padoa-Schioppa: ,,Het is een vergissing om te zeggen dat een politieke unie automatisch volgt op de euro. De toekomst is onzeker. De toekomst is geworteld in het verleden, maar staat niet in het verleden beschreven. We kunnen praten over mogelijkheden van verdere Europese integratie, maar er is nog niets besloten.''

Dreigt de euro niet een mislukking te worden als er op afzienbare termijn geen politieke unie komt? Padoa-Schioppa: ,,Maar politieke integratie op economisch gebied is al zover gevorderd, dat dit niet meer het belangrijkste probleem is. Het gebrek aan politieke integratie doet zich veeleer voelen op andere terreinen, zoals veiligheid, justitie, buitenlands beleid.''

Dit lijkt me de sleutel tot het betoog van deze Italiaanse centrale bankier. Grofweg valt het denken over Europese integratie uiteen in twee scholen. Aan de ene kant de voorstanders van het nemen van kleine stappen, die zich niet al te veel zorgen willen maken over het uiteindelijke doel en dat liefst zo beperkt mogelijk houden. Anderzijds degenen die menen dat over dat doel klaarheid moet ontstaan willen de kleine stappen in de goede richting gezet blijven worden. De suggestie wordt daarmee gewekt dat het eerste een praktisch technisch proces is en dat bij het tweede de politiek ingrijpt. Maar een scheiding aanbrengen tussen bestuurlijke techniek en politiek is onwezenlijk. De Economische en Monetaire Unie en de euro zouden mogelijk zonder een politieke unie kunnen, omdat zij in wezen al een politieke unie vormen, het resultaat zijn van een politieke beslissing. Zoals uit de woorden van Padoa-Schioppa valt op te maken.

Er wordt de laatste jaren veel gelamenteerd over het verlies van soevereiniteit en identiteit van de lidstaten aan de `Europese bureaucratie' in Brussel. Hiermee wordt de zaak op zijn kop gezet. Het verlies van soevereiniteit van de Europese staten was na de Tweede Wereldoorlog een gegeven en in sommige gevallen was dat verlies al van veel oudere datum. Natuurlijk was soevereiniteit altijd al een relatief begrip, meer onderhevig aan een voortdurend balanceren in een Europees geheel dan de uitdrukking van een onveranderlijke status. Maar in 1944 waren twee externe grootmachten op het Europese toneel verschenen, om er te blijven: de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. Oost-Europa werd praktisch ingelijfd bij het nieuwe Sovjet-imperium, West-Europa wapende zich daartegen met een keur van internationale verbintenissen. De West-Europese Unie, de Raad van Europa en de Europese Gemeenschappen (in volgorde van opkomst) waren daarvan een zuiver Europese uitdrukking. De Europese samenwerking en integratie waren onder meer bedoeld om het onvermijdelijk geworden soevereiniteitsverlies van de West-Europese staten te compenseren met een nieuw te scheppen Europese soevereiniteit hoewel dat om politieke redenen niet zo geformuleerd werd. Het gaat ver om de Europese eenwording achteraf verantwoordelijk te maken voor een proces waarvoor zij een alternatief moest en moet bieden.

Maar is de ondergang van de Sovjet-Unie niet het bewijs dat de hele operatie overbodig is geworden? Onder bescherming van de Verenigde Staten staan de Europese landen op eigen benen. Wat bereikt is aan Europese integratie, het zogenoemde acquis communautaire, kan in stand worden gehouden. De ene markt mag niet verloren gaan, moet zelfs met Oost-Europa worden uitgebreid. Samenwerking op allerlei gebied binnen, buiten of half-binnen en half-buiten de Europese Unie blijft denkbaar, en is mogelijk soms zelfs gewenst. Maar daarvoor hoeft toch niet het tabernakel van een gefederaliseerde politieke unie te worden opgezet?

Misschien dat de gebeurtenissen van de elfde september of meer nog wat daarna gebeurde tot een originele beantwoording van die vragen aanleiding geven. Om te beginnen: de NAVO, hoewel daarvoor in aanleg geëigend, is niet de organisatie gebleken waarin Europese landen zich hebben laten gelden. Mogelijk wilden zij dat ook niet, maar situaties zijn denkbaar waarin zij dat wel zouden willen. Er zijn voorzichtige aanwijzingen dat Europese landen grote moeite zouden hebben met een robuuste uitbreiding van de `oorlog tegen het internationale terrorisme' naar, bijvoorbeeld, Irak. In alle opzichten, de politieke, militaire, justitiële en financiële, zijn intussen de Europese reacties op de elfde september door de Verenigde Staten bepaald. Tot ieders tevredenheid. Tot nog toe.

De lidstaten van de Europese Unie die troepen sturen naar Afghanistan hebben dat niet willen doen onder een Europees vaandel, hoewel het Belgische voorzitterschap zoiets had aanbevolen. Ook hebben zij niet gezamenlijk uitdrukking willen geven aan hun zorg over de kwade kansen in de Amerikaanse aanpak. De methodiek van de `kleine stappen' maakt zoiets ook praktisch onmogelijk. Om in dergelijke situaties verbeeldingskracht te tonen is meer nodig. Een idee over de toekomstige status van een verenigd Europa bijvoorbeeld.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.