Er zit poëzie in een pedofiel konijn

Kunnen de gedichten van podiumdichters gebundeld worden zonder dat er iets verloren gaat? Ramona Maramis draagt al jaren gedichten voor, vooral op podia in Groningen. Nu is een aantal van die gedichten gebundeld in Duckstad aan de Amstel. Hardop voorlezen is niet nodig om de woordkracht ervan te voelen. Venijn is er voldoende.

Het gebeurt vaker bij een eersteling dat de gedichten nog sterk verankerd zijn in het eigen leven van de dichter en bij sommige dichters gaat dat nooit meer over. Toch zijn de beste gedichten meestal universeel invoelbaar. Ze appelleren aan iets diepers dan de persoonlijke beleving. Maramis lijkt af en toe wat veel bij zichzelf te blijven, maar soms raakt ze aan dat diepere gevoel. Dat heeft te maken met de ironische grimmigheid die in haar woorden huist. Het lijkt wel alsof ironie en venijn samen verdriet en teleurstelling wegpoetsen. En juist daardoor worden breekbare gevoelens zichtbaar.

In de poëzie van Maramis strijden kind en volwassene om voorrang. In het titelgedicht, over haar jeugdjaren in Amstelveen, zoekt de dichter de grens op waar de herinnering nog zoet is, maar tegelijk al wrang wordt. De huidige overvloed van een virtuele supermarkt contrasteert met de herinnering aan `een boterham met slechts 1 soort kaas/ Want verder was er niets'. De conclusie lijkt dan te worden dat alles vroeger beter was, maar de realiteit dwingt dan tot de uitroep `allemaal gelul'. Dat is nét even te makkelijk. Maar het zo tegenover elkaar afzetten van heden en verleden, van beeld en verzonken detail, maakt haar gedichten wel levendig. Er wordt gespeeld, en tegelijk serieus een poging gedaan de andere kant van de zoete herinnering te zien.

Een voorbeeld. Ze is opgegroeid met dat snoezige Bruna-konijn, Nijntje. Maar `dit witte schepsel' is niet zomaar snoezig, een pluchen aaibeest of een tekening. In het derde deel van de `cyclus' over Nijntje met de titel `Fuck Nijntje' blijkt het `een pedofiel konijn'. Lief wordt kwaadaardig, ongemerkt is het kinderspeeltje veranderd in een verwijzing naar Dutroux. Hoewel het wat nukkig is opgetekend met zo'n rauwe titel, is die wending toch verrassend.

De gedichten in Duckstad aan de Amstel gaan niet alleen over iconen uit de kindertijd. Een flink aantal hangt dicht tegen de wereldse realiteit aan. Je zou Maramis zelfs bijna een sociaal bewogen dichter kunnen noemen. Maar van idealen valt niet te leven. Om een `Greenpeace'-missionaris haalt de `ik' de schouders op, terwijl klein commentaar tussen haakjes, `(ik doe dit te vaak: ze liggen wat losjes/ in de kom)', toch enige sympathie verraadt. De nuchtere constatering van het overal maar de schouders over ophalen omdat de wereld toch niet te redden is, maakt van zo'n klein detail een nuchtere, maar ook licht pijnlijke constatering. In zo'n detail schuilt een teleurgestelde generatie, het verhaal van ongewilde onverschilligheid.

Het gevaar van spelen met ironie is dat er soms een flauw gedicht of flauwe strofe opduikt. Zoals in `Boswandeling', waarin de `ik' op zoek gaat naar aardappelhoofden, zodat `voor het eerst in mijn leven/ de zoektocht naar eikels en pissende kevers/ een totaal overbodige bezigheid' is geworden. Toch doen die mindere gedichten niet af aan de hedendaagse, licht-scherpe en uitgekleed krachtige toon van de andere gedichten. Soms zijn die overbeladen met verwijzingen naar het heden (video-stills, bio-café, BSE), waarmee de dag van vandaag opeens onnozel wordt. Soms zijn ze juist verstild in eenvoud, zoals `Noordzee-soap'. Juist die combinatie maakt de bundel weliswaar niet evenwichtig, maar wel sprankelend en veelbelovend.

Ramona Maramis: Duckstad aan de Amstel. Vassallucci, 48 blz. €11,35