De sfeer moet juist zijn

F. Springer is de schrijver van romans waarin afstand een grote rol speelt, zowel letterlijk als emotioneel. ,,Je wilt niet reageren in de opwinding van het ogenblik.' Onlangs verscheen zijn `Verzameld Werk'.

Het nieuwe boek van F. Springer, dat verschijnt ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag, wordt 25 januari gepresenteerd in Leiden. Het protocol is als volgt: ontvangst, drie voordrachten over het werk van de schrijver, dan een praatje waarin Springer gefeliciteerd wordt met zijn verjaardag, het nieuwe boek en het pas verschenen Verzameld Werk en tot slot natuurlijk gezellig napraten onder het genot van een hapje en een drankje.

Schrijvers met een flinke staat van dienst kennen het patroon van recepties meestal goed, maar zij zijn amateurs in vergelijking met diplomaten. F. Springer, die dezelfde is als de inmiddels gepensioneerde diplomaat Carel Jan Schneider (1932), heeft zijn kennis dus van twee kanten. Er is dan ook geen boek van Springer of er komen recepties in voor, welkomst- en afscheidsrecepties voor ambassadeurs, lezingen of andere praat- en drinkbijeenkomsten voor Nederlanders in den vreemde. Een speciale voorkeur heeft Springer voor reünies. Zijn verhalen worden vaak in gang gezet door een onverwacht weerzien met een oude klas- of studiegenoot, of krijgen hun ontknoping tijdens een bijeenkomst met de hele groep van toen, waar blijkt dat er in al die tijd maar weinig is veranderd. Dat gaat zo in Tabee, New York (1974), in Bougainville (1981), in Kandy (1998).

Op het bureau van Carel Jan Schneider, in de werkkamer van zijn appartement in Den Haag, ligt een uitnodiging voor weer zo'n reünie, maar hij weet nog niet of hij ook gaat. ,,Hij komt van een oud klasgenootje van het gymnasium, dat vraagt of we nog eens bij elkaar zullen komen. Ik deed eindexamen in 1952, dus ik weet nu al dat een heleboel mensen er niet meer zijn. En er komt nog iets persoonlijks bij. Mijn vrouw en ik zaten op dezelfde school, wij deelden heel veel herinneringen aan die school, aan leraren, vrienden en vriendinnen. Zij is in 1998 overleden. Als ik daar nu in mijn eentje heen moet, kan het zijn dat de weemoed zo sterk wordt, dat ik wilde dat ik niet gegaan was.'

,,Anderzijds; weemoed hoort bij reünies, confrontaties met je voorbije jeugd. Als je na zo'n reünie naar huis gaat, vraag je je af of het allemaal niet anders had kunnen gaan, of dat het er juist toen al inzat dat het zo zou lopen als het gelopen is. Dat laatste blijkt dan meestal het geval, en dat stemt weemoedig.'

Het nieuwe boek, Allemaal gelogen, is een bundeling van artikelen en verspreide schetsen die Springer in de loop der jaren schreef, onder meer voor de achterpagina van deze krant. Springer schrijft over zijn literaire wortels, over zijn liefde bijvoorbeeld voor Bel-Ami van Guy de Maupassant en het werk van F. Scott Fitzgerald, met wie F. Springer en twee van zijn hoofdpersonen (Felix Sterremeer en Fergus Steyn) hun initialen delen. Scott Fitzgeralds The Great Gatsby keert op allerlei manieren terug in Springers werk. `Een eskimo op het dak', het eerste verhaal dat Springer ooit publiceerde, is ook in het boek opgenomen, plus ervaringen van Carel Jan Schneider die door F. Springer tot roman zijn bewerkt. Zijn repatriëring vanuit Nederlands-Indië bijvoorbeeld, bekend uit de roman Kandy, maar ook de terugkeer van Schneider en zijn vrouw naar Nieuw-Guinea, hun eerste standplaats, waar Bericht uit Hollandia (1962) zich afspeelt, en Schimmen rond de Parula (1979). En dan staat er nog een nieuwe novelle in het boek, Bangkok, een elegie, waarin de verteller en zijn vrouw terugkeren naar een standplaats van jaren her.

U lijkt de weemoed van de reünie zelfs op te zoeken. Uit uw boek blijkt dat u en uw vrouw in 1990 een rondreis maakten langs oude standplaatsen in Azië.

,,Voor mij moet een reis wel een reden hebben; een lezing of zo, ik ben niet zo'n toerist. Deze reis begon ermee dat we voor een VPRO-radioprogramma teruggingen naar Nieuw-Guinea, Irian Jaya, waar we van '58 tot '62 woonden. Daarna naar Jakarta, waar ik een lezing in het Erasmushuis gaf, toen Singapore, Bangkok, Bangladesh. Bij die tocht, nu alweer tien jaar geleden, kwam een flinke dosis nostalgie kijken, kan ik u verzekeren. Wij wandelden daar echt zo'n beetje door een voorbije periode van ons leven. Soms aarzelden we, wisten we niet of we daar nou allemaal wel zin in hadden, maar vaker overheerste de nieuwsgierigheid. Hoe zou het afgelopen zijn met deze of gene, hoe zijn al die levens verlopen?'

Schneider en zijn vrouw woonden overal ter wereld. Na Nieuw-Guinea werkte hij achtereenvolgens in New York, Bangkok, Brussel, in Bangladesh vlak na de zwaar bevochten onafhankelijkheid, in Teheran tijdens Khomeiny's islamitische revolutie, in Angola, Straatsburg en in Oost-Berlijn, waar hij ambassadeur was tot kort voor de val van de Muur. Een levenslange training in afscheid nemen, lijkt het, als echo van dat ene afscheid van Nederlands-Indië.

,,Behalve in Straatsburg en Nieuw-Guinea zijn wij eigenlijk nooit ergens langer dan twee, drie jaar gebleven. Ik vond dat nooit zo erg, ik had het na die paar jaar dan wel weer gezien en was toe aan iets anders. Meestal was het afscheid niet zo moeilijk, je hoeft niet overal maar ineens Anklang te vinden, maar soms hadden we echt vrienden gemaakt, en dan was het ronduit pijnlijk. In Nieuw-Guinea bijvoorbeeld, waar ook onze kinderen geboren zijn.

,,Het moeilijkste afscheid in al die jaren was eigenlijk dat van onze eigen kinderen. Dat wordt wel eens vergeten, dat je op den duur je kinderen niet kunt meenemen. Hun basis moest Nederlands zijn, vonden mijn vrouw en ik. Mijn dochter deed eindexamen, mijn zoon zat op het gymnasium, toen ik na een periode Den Haag werd overgeplaatst naar Teheran. Dat was een rottige periode, voor mijn vrouw ook heel zwaar. Het is naar dat je geen vraagbaak kunt zijn voor je kinderen omdat je zo ver zit.'

Al vaker is gezegd dat het werk van F. Springer gebouwd is op afstand. Zijn boeken spelen ver van Nederland, in milieus van diplomaten, ondernemers overzee en andere expatriates. Bovendien houdt hij er een broodnuchtere, sterk relativerende stijl op na – `Distantie!' roept de verteller in Bangkok, een elegie ook weer – en graven zijn vertellers vaak diep in hun geheugen, op zoek naar verre verledens.

Uit het Verzameld Werk, elf boeken bij elkaar, duikt nog een vorm van afstand op. Springer ondertekent zijn romans met plaats en jaartal, en wie al die plaatsen onder elkaar zet, ziet hoe Springer en Schneider al die jaren een estafette hielden tussen landen en steden, omdat geen enkel boek is gesitueerd op de plaats waar het geschreven is. Bougainville speelt in Bangladesh en werd geschreven in Teheran en Luanda. Quissama speelt in Angola en werd geschreven in Straatsburg. Toen F. Springer naar Duitsland vertrok om een boek over Berlijn te schrijven, schreef hij in plaats daarvan Kandy, over Nederlands-Indië. En in Den Haag werkt hij nu aan zijn boek over Berlijn.

U had eigenlijk kunnen weten dat schrijven over Berlijn in Duitsland niet zou lukken.

,,Misschien wel, als je het zo op een rijtje zet. Het is waar dat ik afstand altijd nodig gehad heb in mijn werk, in beide soorten werk. In de diplomatieke dienst bestaat afstand nu niet meer, iedereen zit met zo'n elektronisch draadje aan elkaar. Ik denk niet dat ik dat zo leuk had gevonden. Ik vond het nou juist altijd zo aardig mijn eigen gang te gaan, een beetje in mijn eentje te oeroessen en uit te vinden hoe alles moest.

,,Ik ben niet zo'n afstandelijk persoon, maar ik heb altijd afstand gecreëerd om de dingen goed te kunnen beoordelen. Er gebeurt iets ingrijpends en dan wil je daar een neerslag van maken. Niet alleen als schrijver, maar ook als diplomaat. Je wilt dat niet doen in de opwinding van het ogenblik. Dat wordt een gewoonte, nog later wordt het misschien een levenshouding.

,,Je wilt ook je gevoelens onder controle houden. Je ziet veel gruwelijke dingen, in Bangladesh bijvoorbeeld stierven de mensen op straat van de honger. `Verdomme, dat kan toch niet', wil je dan zo uit je hart opschrijven, maar als je het wat afstandelijker op papier zet, maakt het meer indruk. Liever dat, dan grote woorden die je later alleen maar zult betreuren. Vandaar ook al de zakelijke ondertitels in mijn boeken; legende, relaas, gedenkschrift. En vandaar ook dat er almaar geschrapt en herschreven moet worden.'

`Allemaal gelogen. De herinnering als mooi verhaal' heet het nieuwe boek, naar uw adagium dat de waarheid niet schuilt in de feiten, maar in het mooiste, meest evocatieve verhaal. Het is uw vaste antwoord op de vraag die u al jaren gesteld wordt naar de grens tussen herinnering en verzinsel in uw boeken. Tegelijkertijd hecht u sterk aan de authenticiteit van de sfeer in uw verhalen. Over sfeer mag niet gelogen worden?

,,Dat klopt. De sfeer is de kern van een verhaal, en die moet juist zijn. Ik probeer hem zo kort mogelijk aan te duiden, met weinig woorden. Ik zie het voor me, hoe alles klonk, proefde, rook in een bepaalde tijd, op een bepaalde plaats. Ik zou niet gauw schrijven over Rio de Janeiro; ik ben daar nooit geweest, ik zou de sfeer niet kunnen grijpen.'

Maakt u veel versies van een verhaal?

,,Ik krabbel me wild. Van Tabee, New York heb ik denk ik wel een stuk of vijf compleet nieuwe versies gemaakt. Het was aanvankelijk ook veel langer. Dat is niet goed, dan heb je je toch weer te veel laten gaan. Je moet zoiets een tijdje laten liggen, en dan opnieuw het mes erin zetten. Ik heb ook wel manuscripten vernietigd, zelfs tot het eind toe afgeschreven manuscripten heb ik rücksichtslos weggesmeten. Soms had ik ze dan wel eerst gekannibaliseerd, er stukken uitgehaald ten behoeve van boeken die wel zijn uitgegeven.'

Het moet altijd kaler, geserreerder.

,,Pregnanter. Hoe korter hoe beter.'

In het geval van uw Indische romans, `Bandoeng-Bandung' (1993) en `Kandy' (1998), stond in sommige kritieken toch dat u zich te veel had laten meeslepen.

,,Ik geloof niet dat dat terecht is. Die Indische boeken gingen wel dieper. De kamptijd en repatriëring zijn zaken die zo door mijzelf beleefd zijn en die ik heel lang heb laten liggen voordat ik er weer naar kon kijken. Het zijn persoonlijker verhalen, gevoelens die eruit moesten. Maar ik heb het zo simpel mogelijk gehouden.'

Het was te nostalgisch, werd u verweten.

,,Het is waar dat nostalgie makkelijk kan ontaarden in kitsch, je kan het laten druipen, zo van `weet je nog, daar onder de klapperbomen', maar ik ben helemaal niet tegen nostalgie in de literatuur. Er zijn toch ook veel mensen voor wie nostalgie juist het middel tot herkenning is. Je moet het alleen niet overdrijven, en ik geloof niet dat ik dat heb gedaan.'

Toch put u als schrijver steeds uit uw herinnering. F. Springer staat als het ware achterwaarts gericht, met zijn rug naar het nu en zijn gezicht naar vroeger. Terwijl diplomaten juist van die planners moeten zijn: Opwaarts! Voorwaarts! Besturen is vooruitzien!

,,Die dadendrang hou je niet tegen, die zit in Nederlanders geloof ik, en die strookt lang niet altijd met de andere cultuur en het andere tempo van zo'n land. Er wordt dus snel kippendrift ontwikkeld. Ik weet zelf nog heel goed hoe ik in Bangladesh werd meegesleept door de euforie die daar heerste, de sfeer van `schouders eronder'. Ik werd zo enthousiast, dat ik mezelf moest afremmen; je gaat dan te veel beloven, en het kan niet anders, of dat wekt later maar teleurstelling. Wat helpt, is om de zaken in een iets groter verband te blijven zien. Toen ik in Bangladesh zat, had ik de neiging Bangladesh te zien als de navel van de wereld.'

,,Het is waar dat ik als schrijver veel uit het verleden heb geput. Dat is inmiddels natuurlijk ook een kwestie van leeftijd geworden. Neem alleen al het feit dat ik, met hulp van Liesbeth Dolk, mijn archief heb geordend. Ik ben een groot verzamelaar van papier, van jongs af aan al, verhalen, ambtelijke rapporten, correspondentie – als je veel in het buitenland zit heb je een enorme correspondentie. Dat cumuleerde al die tijd als een wilde, tot een berg van uiteindelijk veertig jaar papier. Ik heb het nu gerangschikt en gearchiveerd, en werd zo dus geconfronteerd met allerlei dingen die ik totaal vergeten was. Inderdaad, een soort reünie met mezelf.

,,Wat achter je ligt als je oud bent, is een heel groot gebied, waar je naar kijkt met veel meer precisie en verwondering. Je hebt ook meer tijd voor reflectie. Ik werd lang geleefd door mijn werk. Dat is niet meer zo. Er komt nu heel veel boven, ook uit periodes uit mijn leven die lang weg zijn geweest. En dan is het opeens niet meer zo ver, Indië 1940, of Nieuw-Guinea, 1958.'

F. Springer: Allemaal gelogen. De herinnering als mooi verhaal. 224 blz. Querido, E24,97 (geb.) of E15,90 (paperback)

Verzameld Werk. 1084 blz. Querido E57,50