`De bijbel toont smaak voor het banale'

De dichteres Antjie Krog treedt vanavond op in Den Haag. Kleine beschrijvingen overtuigden haar van de grootsheid van de Bijbel.

De nieuwe bundel vertaalde gedichten van Antjie Krog, Kleur komt nooit alleen, is net van de persen gerold. In de lobby van haar hotel in Den Haag bladert de schrijfster nieuwsgierig door het boek, dat in 2000 in Zuid-Afrika verscheen onder de titel Kleur kom nooit alleen nie. ,,Ik ben erg blij met de vertaling', zegt Krog, ,,juist omdat in deze gedichten echo's te vinden zijn van hedendaagse Nederlandse poëzie.' Ze bezocht Nederland al vaker de afgelopen jaren, voor optredens op Poetry International en de Nacht van de poëzie, en ontdekte toen het werk van dichters als Eva Gerlach en Anna Enquist. ,,Daar was ik erg van onder de indruk. Oudere dichters kende ik wel, zoals Nijhoff, Marsman en Lucebert, maar die bleven voor mij altijd wat op een afstand.'

Antjie Krog (Kroonstad, 1952) is een van de bekendste en populairste dichters van Zuid-Afrika. In de jaren negentig was ze sterk betrokken bij het ANC en de strijd tegen apartheid. Tegenwoordig is ze redacteur boeken van de zondagskrant Rapport, in die hoedanigheid interviewde ze onlangs Gerrit Komrij, wiens gedichten in Engelse vertaling zijn verschenen. Krog is nu in Nederland voor het Haagse literaire festival Winternachten. Vanavond houdt ze, evenals een aantal andere schrijvers, een `zedenpreek' over `de staat van lust en liefde' in haar land.

Krog maakt duidelijk dat het noodzakelijk is, onderscheid te maken tussen het boek dat haar raakte als lezer, en het boek dat haar stimuleerde als schrijver. ,,Toen ik jong was, las ik als een lezer, louter voor mijn plezier. Als achtjarige kreeg ik een boek voor volwassenen onder ogen, geschreven in het Afrikaans, over een tweeling van wie er één stierf. De titel weet ik niet meer, die doet er ook niet toe. Wel weet ik nog goed dat ik, terwijl ik las over het doodgaan van een personage, me realiseerde dat ik huilde. Ik was zo verbaasd: dat boek deed iets met me wat het leven zelf niet kon, want in die tijd huilde ik niet, dat had ik met mezelf afgesproken. Ongeveer een jaar later ging mijn grootmoeder dood, en in mijn dagboek schreef ik over de begrafenis. Een maand later herlas ik die passage, en ik moest weer huilen. Ik realiseerde me toen dat mijn woorden de herinnering aan de begrafenis terug konden brengen, en zo sterk dat het leek of ik het allemaal herbeleefde. Het basisprincipe van de literatuur had ik toen wel zo ongeveer begrepen.

,,In latere jaren ben ik meer gaan lezen als een schrijver: niet alleen voor mijn plezier, ook om verder te komen met schrijven. De bijbel heeft wat dat betreft voor mij het fundament gelegd, dat boek leerde me zoveel over literatuur. In onze vertaling, die gebaseerd is op jullie Statenvertaling, wordt koning David omschreven als `rooierig en mooi van aansig'. Van een van Davids vrouwen wordt gezegd, `sy heeft een goeie verstand gehad'. De kracht van zulke kleine beschrijvingen overtuigden me van de grootsheid van dat boek. Als die details er niet in stonden, was het grote verhaal veel moeilijker te aanvaarden geweest.

,,De bijbel is ook extreem banaal. In Jeremia geloof ik, wordt beschreven dat de profeet `drek' op zijn brood moest smeren en dan opeten. En wat te denken van Lot die seks heeft met zijn dochters als hij dronken is, of Thamar die door haar halfbroer Amnon wordt verkracht. De bijbel toont smaak voor het banale en de erotiek van het verbodene. In het Oude Testament gaan het verhevene en banale op een prachtige manier samen, je leest verhalen over koningen en profeten en verhalen over doodgewone stervelingen. Dat is in het Nieuwe Testament heel anders, dat is filosofischer en de verhalen zijn eenduidiger, schoongepoetst en meer ondergeschikt aan het brengen van de boodschap.'

In Krogs eerste bundels zijn bijbelse invloeden het duidelijkst zichtbaar, al in de titel van haar debuut Dogter van Jefta (1970). In sommige vroege gedichten lijkt ze haar talent in dienst te stellen van de Heer: `Hier is my hande liewe Here/ sterk en gewillig soos my hart/ Van nou af is ek 'n bruid/ bevrug deur Gees,/ van nou is ek vroedvrou vir 'n volk/ van nou af verwag ek/ U.' Volgens Krog is dat allemaal voor de vorm; haar interesse in de bijbel is voornamelijk literair. ,,Als de bijbel niet zo mooi geschreven was, had ik geen enkele band met het geloof gehad. De kinderbijbel die mij thuis werd voorgezet vond ik vervelend, daarin kreeg je alleen het verhaal naverteld zonder de sappige details. Op kostschool kreeg ik later twee keer per dag bijbelstudie, toen heb ik mezelf aangeleerd de passages aan te strepen die mooi geschreven zijn. Dat doe ik nu nog, als ik poëzie lees. Ook als je niet christelijk bent, zou je de bijbel moeten kennen. Zo'n enorme hoeveelheid literatuur is er uit voortgekomen, waarvan je zonder enige bijbelkennis de nuance niet snapt. En je kunt de Schrift best als een literaire tekst behandelen. De problemen beginnen pas, als de mensen de bijbel als een godsdienstig handboek gaan lezen. Ik heb de Koran gelezen, om te ontdekken of die ook zo'n literaire benadering kon verdragen. Misschien lag het aan de Afrikaanse vertaling, maar ik was teleurgesteld door de kaalheid van de taal; zo weinig details, zo weinig spel met de verbeelding.'

De Zuid-Afrikaanse cultuur is een orale cultuur, vertelt Krog. Minstens zo belangrijk als de bijbel waren voor haar de verhalen van haar oom. ,,Hij nam alle kinderen op zondag mee naar de rivier, en bij het kampvuur vertelde hij over mensen met vreemde namen als `Odysseus de Beer' en `Herakleitos van der Merwe'. Pas toen ik wat ouder was begreep ik dat zijn verhalen over de Griekse mythologie gingen. De Griekse goden en helden liepen gewoon bij ons in de omgeving rond, niet als symbolen maar als echte mensen. Door de verhalen van mijn oom veranderde het hele landschap: het saaie, droge veld waar wat vee staat is plotseling een plaats waar een eenogige reus kan opduiken, waar Sirenen kunnen gaan zingen. Ik kon voor het eerst, door die magische verbintenis met Afrika, begrijpen wat de Westerse cultuur inhield.'

De meest recente bijbelvertaling in het Afrikaans is `Die Bybel, nuwe vertaling', Kaapstad : Bybelgenootskap van Suid-Afrika, 1991.