David Schickler schetst perverse New-Yorkers

In een neo-gotisch gebouw in Manhattan woont een stel eenzame, verveelde en gestoorde figuren. Allemaal leven ze hun eigen leven: ze schrijven voor een tijdschrift over reizen, doen goede zaken op Wall Street of spelen met glans de rol van een zwijgende muis in een niet humoristisch bedoeld maatschappijkritisch toneelstuk. Allemaal zijn ze de hoofdpersonen in verschillende verhalen die bij elkaar een roman blijken te zijn.

Wat al deze levens met elkaar verbindt, is het gebouw waarin ze wonen, de portier die overal het zijne van denkt en een negentiende-eeuwse lift. De New-Yorkse schrijver David Schickler brengt de levens in Kissing in Manhattan op een terloopse manier samen. Pas in het zesde verhaal blijkt dat de regie over al deze mensen in handen is van één man. Jammer genoeg voor de bewoners is deze regisseur, Patrick geheten, een pervers iemand die zijn ellendige verleden even vergeet door vrouwen op zijn bed vast te binden, om daarna vrienden uit te nodigen en de vastgebonden vrouwen de gehele nacht in vertwijfeling alleen achter te laten. Een andere onprettige bijkomstigheid is dat Patrick dermate stinkt dat de priester elke keer zijn preek even moet stoppen om bij te komen.

Alle bewoners en Patricks kennissen komen samen tijdens een twee weken durend bacchanaal. De intrigerende afzonderlijke verhalen veranderen in een spannende roman, die door de adequate en bondige stijl van Schickler ongehoord veel vaart heeft. Helaas komt dit samenbrengen van de levens het geheel niet ten goede. Mislukte liefdes worden omgezet in geslaagde, seksduivels worden bekeerd en de priester krijgt een iets te goddelijke rol toebedeeld waarbij je maar hoopt dat het ironisch bedoeld is. Kissing in Manhattan is een roman die beter een verhalenbundel had kunnen blijven.

David Schickler: Kissing in Manhattan. Review, 245 blz. €13,95. De Nederlandse vertaling Een liefde in Manhattan (van Lilian Schreuder) is verschenen bij Prometheus €16,–-.