Crème brulée

Van een vriendin kreeg ik zo'n setje om crème brulée te maken: 6 ondiepe bakjes van aardewerk voor de crème plus een bijpassend karameliseer-ijzer. Zo'n vliesdun laagje goudbruine karamel op de crème is de kern van dit sublieme toetje. Na 45 minuten verhitting in een gloeiendhete gasvlam bleek dat karameliseer-ijzer nog steeds niet bij machte om het laagje suiker op de crème zelfs maar lauw te krijgen, laat staan tot smelten te brengen. De commercie is goed in het verkopen van illusies en bekommert zich niet om onze frustraties. Weg met die waardeloze karameliseer-ijzers, ze behoren tot de keukenfolklore van weleer toen je in kolenfornuizen en haardvuren nog poken roodgloeiend kon stoken om suiker op taarten en toetjes tot karamel te verhitten. Wie thuis zonder frustraties crème brulée wil maken – ook de hitte van de grill van een doorsnee gasfornuis is onvoldoende om de suiker goed te karameliseren zonder dat de crème wordt aangetast – die schaft zich in een goed adviserende keukenwinkel zo'n handig mini-brandertje van Roburn aan dat op schoon aanstekergas brandt. (Gebruik geen Ronson aanstekergas, dat is vervuild en laat een smaakje na.)

Bereiding: Vermeng de room met 60 gram suiker en wacht tot deze is gesmolten. Roer er dan eierdooiers en vanillemerg door. Vul hiermee de bakjes voor tweederde, plaats ze in een heet waterbad en laat de crème in een voorverwarmde oven (150 graden Celsius) stollen in 30 minuten (40 minuten voor de ramequins), vervolgens afkoelen en, afgedekt met plasticfolie, koud worden in de ijskast. Bestrooi het oppervlak van de crème pas op het moment van karameliseren met anderhalve eetlepel suiker. Haal de vlam van het brandertje heen en weer over de suiker tot zich goudkleurige pareltjes vormen die vervloeien tot een vliesdun laagje goudbruine karamel; dit proces duurt 5 minuten. Zet de crème terug in de ijskast om weer koud te worden. Niet te lang, anders wordt de karamel nat en gaat smelten. Wie zei dat dit een makkelijk toetje is?