Corsica krijgt toch niet meer autonomie

De Franse Constitutionele Raad heeft de belangrijkste passage verworpen in het wetsvoorstel van de regering-Jospin over meer autonomie voor het eiland Corsica in de Middellandse Zee.

Volgens de negen `Wijzen' is het voorstel om de lokale Assemblée onder bepaalde voorwaarden wetgevende bevoegdheden toe te kennen in strijd met de grondwet. Daarmee tast de raad het zogeheten `processus de Matignon', vernoemd naar het werkpaleis van eerste minister Lionel Jospin, aan in de kern. Jospin heeft laten weten ,,met grote kalmte'' van het besluit kennis te hebben genoemen. Volgens hem heeft hij ,,het uiterste'' gedaan om ,,een vernieuwende oplossing'' aan te dragen voor het door nationalistisch geweld geteisterde eiland. Het is de negende keer dat de linkse regering-Jospin door het overwegend rechtse college van de raad op de vingers wordt getikt.

De Corsica-plannen van Jospin, gebaseerd op onderhandelingen met onder anderen de nationalisten, hebben veel tumult teweeggebracht, omdat tegenstanders een precedentwerking vreesden ten aanzien van andere naar zelfstandigheid strevende Franse regio's, zoals bijvoorbeeld Frans Baskenland en Bretagne. Minister van Binnenlandse Zaken Jean-Pierre Chevènement trad om deze reden in augustus 2000 af, na goedkeuring van de plannen door de Corsicaanse Assemblée. Naast de wetgevende bevoegdheden vormde het verplichte onderwijs in de Corsicaanse taal een steen des aanstoots. De Constitutionele Raad heeft zich evenwel alleen tegen paragraaf 4 van het eerste artikel, over de wetgevende bevoegdheden, gekeerd.

De raad had de regering al eerder in een advies gewaarschuwd. Voor president Jacques Chirac was dat aanleiding om zijn steun aan de Corsica-plannen in te trekken, maar premier Jospin volhardde. De regeringspartijen spreken in een reactie van een ,,beperkte interpretatie'' van het recht door de Raad, en van ,,door politieke overwegingen ingegeven censuur''. Presidentskandidaat Chevènement ziet zijn gelijk bevestigd en spreekt van ,,een oorvijg voor de regering''. De voornaamste oppositiepartij, de RPR van president Jacques Chirac, noemde de beslissing van de raad ,,goed nieuws voor de republiek''.