China en India zien elkaar niet als bedreiging

China en India zijn de afgelopen dagen nader tot elkaar gekomen. Dat komt vooral doordat de Chinese regering zich steeds meer distantieert van bondgenoot Pakistan.

De twee volkrijkste landen ter wereld, China en India, zijn dezer dagen aanzienlijk nader tot elkaar gekomen. Zhu Rongji, de eerste Chinese premier sinds tien jaar die een bezoek brengt aan India, heeft zich in het conflict tussen India en Pakistan neutraal opgesteld – tot aangename verrassing van India. China grenst zowel aan India als aan Pakistan. Het bezoek maakt de verschuivingen in de complexe verhoudingen tussen de drie landen duidelijker zichtbaar.

Peking maande de afgelopen weken zowel Pakistan als India tot zelfbeheersing. China's opstelling heeft Pakistan teleurgesteld, want Pakistan en China leken tot voor kort onlosmakelijk met elkaar verbonden als strategische partners en als tegenstrevers van India. China lijkt zich inmiddels echter om verschillende redenen te willen ontworstelen aan al te exclusieve banden met Pakistan. China is allereerst ernstig verontrust over de groeiende Amerikaanse invloed in Centraal- en Zuidoost-Azië. Het is Peking er veel aan gelegen om Amerika's invloed in de regio in te dammen om zelf een onafhankelijke rol als grootmacht te kunnen spelen in de regio.

Daarnaast is China inmiddels minder overtuigd van de wenselijkheid van een partnerschap met een land als Pakistan, dat enerzijds ruim baan verleent aan de Amerikanen en dat anderzijds onderdak verleent aan extremistische moslimgroeperingen van het soort dat China liever niet aan zijn landsgrenzen ziet. China is meer en meer bevreesd voor gewelddadige acties van moslimseparatisten in de aan Pakistan grenzende provincie Xinjiang, en het land is er niet zo zeker van dat Pakistan de opleiding en bewapening van Chinese separatisten in Pakistan weet te verhinderen.

India ziet China echter van oudsher als een bedreiging en zal China's toenadering met aarzeling tegemoet treden. Dat komt vooral door China's opstelling ten opzichte van Pakistan. Zonder China's steun had Pakistan zich niet of niet zo snel kunnen ontwikkelen tot een kernmacht, en India verdacht China ervan dat het Pakistan steunde om zo India's aandacht af te leiden van de problemen rond de Chinees-Indiase grens.

China en India voerden in 1962 een korte maar bloedige grensoorlog, die leidde tot tientallen jaren van wantrouwen tussen beide landen. China en India zijn het oneens over de precieze loop van de 4.500 kilometer lange grens door het Himalaya-gebergte tussen beide landen. Ook heeft China zo'n twintig procent van de omstreden deelstaat Kashmir in handen, dat volgens India door Pakistan illegaal aan China is overgedragen. China maakt verder aanspraak op grote delen van de noordoostelijke Indiase deelstaten Arunachal Pradesh en Sikkim. China en India hebben voorlopig besloten om de oplossing van hun complexe en netelige grensconflict naar de achtergrond te verschuiven.

Een ander heikel punt betreft Tibet. India herbergt zo'n 120.000 Tibetaanse vluchtelingen. Onder hen bevindt zich de Dalai Lama, die in 1959 uitweek naar de Noord-Indiase stad Dharamsala. Begin 2000 voegde de Karmapa Lama zich bij hem. Hij was vanuit Tibet naar Dharamsala gevlucht, en zijn verschijnen in India bracht de Chinese overheid in grote verlegenheid. Hij is na de Dalai Lama en de Panchen Lama de belangrijkste Tibetaanse leider, en werd zowel door Peking als door de Dalai Lama als zodanig erkend.

Zo'n vijfhonderd Tibetanen protesteerden tijdens het bezoek van Zhu Rongji met zwarte proppen stof in hun mond tegen het gebrek aan vrijheid in China, in Dharamsala werden Chinese vlaggen verbrand. Eerder protesteerden Tibetaanse ballingen in de deelstaat Jammu en Kashmir tegen het toekennen van de Olympische Spelen aan China. Veel Tibetaanse volkeren wonen daar in een gebied dat direct grenst aan de omstreden delen van Kashmir.

Met het bezoek van Zhu Rongji aan India lijkt de kou uit de lucht. Tijdens zijn toespraak aan een diner met zijn Indiase ambtsgenoot Atal Behari Vajpayee zei Zhu Rongji: ,,China heeft India nooit beschouwd als een bedreiging, en wij geloven ook niet dat India ons als een bedreiging ziet.'' Hij refereerde daarmee aan India's kernproeven in 1998, die India toen onder meer motiveerde door aan te geven dat het China als belangrijkste bedreiging voor India's veiligheid zag. Inmiddels heeft China aan India laten zien dat het in tijden van hoog oplopende spanningen in de regio een bemiddelende en matigende rol op zich wenst te nemen.