Bush moet ingrijpen

De situatie in Israël en de Palestijnse gebieden wordt met de dag instabieler. De niet-eindigende spiraal van aanslagen, vergeldingsacties, bulldozers die huizen slopen, dreigende retoriek en ontlading in de vorm van wederzijds geweld drijft de twee partijen bijna onvermijdelijk in de richting van volledige oorlog. Het vredesproces, ooit in Oslo begonnen, is dood en begraven. De stemming is buitengewoon grimmig, zowel onder de Palestijnen als onder de Israëliërs. Een nieuwe aanslag met dramatische gevolgen – een Palestijn schoot gisteren zijn automatische geweer leeg in een feestzaal in de Noord-Israëlische plaats Hadera – heeft de zaak andermaal op scherp gezet. Daaraan vooraf gingen wekenlange schermutselingen over en weer, pesterijen en vernederingen door de regering-Sharon jegens de Palestijnse leider Arafat, gevolgd door aanslagen die weer werden gevolgd door disproportionele vergeldingsacties van het Israëlische leger.

En zo hebben Israël en de Palestijnen elkaar nu al maandenlang vast in een moorddadige houdgreep. Decennialang durende haat is weer volledig doorgebroken. Het dunne laagje vernis van voor het begin van de tweede intifada anderhalf jaar geleden is afgebladderd. Een uitweg lijkt er niet te zijn, behalve in voortzetting van het geweld, eindigend in een grote, rampzalige confrontatie. Onder militairen en in de Knesset, het Israëlische parlement, gaan stemmen op de Palestijnse gebieden te heroveren en de politie daar te ontwapenen. Premier Sharon heeft met zijn verklaring dat tegenstrever Arafat ,,irrelevant'' is een stemming geschapen om definitief met de Palestijnse leider af te rekenen.

De aanslagen ontregelen de Israëliërs en maken hen wanhopig. Keiharde vergeldingsacties van het leger hebben Palestijnse – schuldloze – burgers tot begrijpelijke razernij gebracht. Inmiddels is het goed denkbaar dat het dieptepunt nog niet is bereikt en dat het ergste nog moet komen. Maar het is een misvatting om te veronderstellen dat een militaire oplossing het antwoord is. De terreur van extremistische Palestijnse organisaties moet stoppen. Voorlopig is er maar één persoon die dat kan bewerkstellingen – en dat is Arafat. Hij is tot nader order degene met wie Israël zaken moet doen. Maar Arafat wordt steeds verder in het nauw gedreven door Sharon, die de wijsheid mist om op essentiële momenten terughoudendheid te tonen. Een onmachtige Arafat biedt ruimte aan terroristen; een losgeslagen Sharon zal zich – als het erop aankomt – ook niet door de matigende invloed van coalitiegenoten als Peres en Ben Eliezer van een volledige oorlog laten weerhouden.

Van de Amerikaanse bemiddelaar in het conflict, generaal b.d. Anthony Zinni, is nu alweer enige tijd niets vernomen. Toch zijn het de Amerikanen die als enigen kunnen ingrijpen. Zij moeten beide partijen dwingen hun gewelddadigheden te staken en de gesprekken over een bestand te hervatten. De ernst van de situatie is van dien aard dat niet onderhandelaar Zinni daartoe het signaal moet geven, maar het hoogste niveau in de Amerikaanse regering. Minister Powell van Buitenlandse Zaken, of beter nog: president Bush zelf.