Aardlauriercitroenappel

Het stond in de krant en dan is het waar. Of echt gebeurd. En ik las het in een Engelse krant.

Wie houdt er van de smaak van citroen? Vroegen ze in de krant. Ik! Riep ik. Wie houdt er van de geur van laurierblad? Ik! Riep ik weer. Komt goed uit, schreven ze in die krant. Want hier heb je iets heel lekkers, waar dat allebei in zit. Waar zit het dan in, vroeg ik. In een aardappel, zei de krant. Leg snel uit hoe dat zit, zei ik.

Luister goed, zei de krant. Je neemt een aardappel. Ik luisterde ademloos. Borstel hem schoon onder koud kraanwater, maar schil hem niet, zei de krant. Zal ik doen en niet doen, zei ik. Goed zo, zei de krant. Droog hem af! Doe ik al!

Snij nu de aardappel in de breedte door de helft. Schenk nu met je rechterhand een scheutje, een klein scheutje olijfolie, in de holte van je linkerhand. En strooi daar zout op.

Voor elkaar, zei ik. Nu wrijf je die halve aardappel, zo tussen allebei je handen in met zout en olie. Dan neem je het bakblik en je zet die halve aardappel met de schil naar boven, erop.

Met een mes maak je er voorzichtig een snee in. In het midden, en van boven tot bijna beneden aan toe. In die snee doe je een schilfer citroenschil en een laurierblad. Blijft goed zitten. Logisch. Doe hetzelfde met net zoveel aardappelen als je wilt. Zet het bakblik in de hete oven. Op 200 graden en een half uur lang. Eruit halen. Prikken of ze gaar zijn. Voorzichtig op een warm bord leggen. Verbrande citroen en laurier eruit halen en de rest opeten. Je eet aardappel maar je proeft laurier en citroen. Wonderlijk! En lekker.

Zo stond het in de krant. En het was lekker. Want wat in de krant staat is waar. Ja, maar kranten kunnen niet praten. Daarom heeft dat ook nooit in de krant gestaan. Wat?

Dat kranten praten konden.