Aardig

- Hij zag mij met mijn vuilniszak zeulen en hij zei: `Vrouw, geef maar hier. Die zet ik wel even voor je langs de stoep.' Hij zei: `Zet hem voortaan maar gewoon naast je deur, dan zorg ik wel dat hij langs de trottoirrand komt.' Zo aardig.

- Ja, ontzettend aardig. De ketting van mijn fiets was er weer eens af en hij zag mijn lange rode nagels en haalde meteen zijn gereedschapskist. Cool. En hij heeft ook gezorgd dat mijn achterlicht het weer doet.

- Weet je wat ik meteen van hem vond? Dat hij zo vriendelijk kijkt. Dat voel je toch als vrouw direct: of iemand oké is. Hij straalt het gewoon uit.

- Over wie hebben jullie het toch?

- Over die man die op nummer zestien is komen wonen.

- O die! Ja, een prima vent. Zo aardig, dat ik dacht dat hij homo was.

- Dacht ik ook.

- Ik ook.

- Ik ook.