Vermalen tussen Arafats acties en Israëls wraak

Israël verwoestte een week geleden in de Gazastrook 58 huizen. De bewoners zijn razend, ook op Arafat.

Een paar keer per dag overkomt het haar. Dan denkt de 28-jarige Palestijnse Mona Abdil Sallem Matar uit Rafah in het zuidelijkste puntje van de Gazastrook bij zichzelf: niet vergeten de kleren van de kinderen gereed te maken voor het nieuwe schoolsemester. Of: nu echt eens dat lek op het dak laten maken. En: hopelijk doet de wasmachine het weer na die dure reparatie.

Maar meteen beseft Mona dan wat er precies een week geleden is gebeurd. Hoe om twee uur 's nachts Israëlische bulldozers verschenen en ze met haar man ternauwernood hun zes kinderen en de belangrijkste papieren bijeen kon graaien en vluchten.

Hoe ze twee uur later terug durfde komen en ontdekte dat hun hele huis was verwoest, inclusief schoolkleren, wasmachine, medicijnen, fotoboeken van de trouwerij.

Zevenenvijftig andere huizen viel hetzelfde lot ten deel, 700 mensen zijn nu dakloos. Ze slapen in noodtenten of bij familie, maar de huizen in Rafah zijn klein en de gezinnen groot, dus moeten de nieuwe daklozen overdag de straat op. Ze poseren voor fotografen bovenop de puinhoop van hun huis, of zwerven er verdwaasd rond.

Toch is de dominante emotie in Rafah geen wanhoop of verdwazing. Het is razernij. De mensen zijn woedend op premier Sharon die stelde dat de verwoeste huizen onbewoond waren. Op de Arabische wereld en de internationale gemeenschap die werkeloos toezien hoe sinds het begin van de intifada alleen al in de Gazastrook meer dan 2.000 huizen geheel of gedeeltelijk zijn vernietigd. En op Hamas en Yasser Arafat, die hun strijders aanvallen laten uitvoeren vanuit Rafah, maar de bewoners de Israëlische prijs ervoor laten betalen. De enige die zich het lot van de nieuwe daklozen aantrokken waren het Rode Kruis, de Verenigde Naties en Saddam Hussein. Eerstgenoemde zorgden voor tenten, dekens en voedsel, de Iraakse leider stuurde meteen 5.000 dollar per getroffen familie.

De woede in Rafah is zo groot dat de inwoners openlijker dan ooit willen praten over hoe ze sinds het begin van de Palestijnse opstand zestien maanden geleden zijn vermalen tussen de Palestijnse guerrillastrijders aan de ene kant en de meedogenloze en disproportionele Israëlische wraak aan de andere.

,,Die strijders komen uit Gaza-stad of Khan Yunis in het noorden'', zegt Mona's zus Hannan bitter. ,,Ze vuren een paar kogels af, spelen de held hier in de buurt, en gaan weer naar huis, lekker slapen. Maar wij worden vervolgens de hele nacht door de Israëliërs beschoten met mitrailleurs en raketten.''

Natuurlijk proberen we de strijders tegen te houden, zeggen de inwoners van Rafah, want we kennen de Israëlische politiek van collectief straffen maar al te goed; Palestijnse dorpen of wijken worden van de buitenwereld afgesloten of verwoest als straf voor aanvallen door strijders vanuit die dorpen of wijken.

Een inwoner van Rafah vertelt hoe een vriend van hem in het begin van de intifada probeerde een Palestijnse strijder te beletten vanaf zijn dak op de Israëliërs te schieten. Het liep uit op een handgemeen, een paar dagen later verdween de vriend. Kort daarna werd zijn lijk gevonden.

,,Ik heb een dure auto'', zegt supermarkteigenaar Ra'fat Al-Babli, wiens huis er sinds vorige week donderdag ook niet meer is. ,,Als ik gewapende strijders zag aankomen, vroeg ik of ze vijf minuten wilden wachten. Dan kon ik mijn auto even op een veilige plek neerzetten.'' Hannan zegt: ,,Soms worden ze ontzettend kwaad als we ze vragen ergens anders te gaan schieten. Noemen ze ons spionnen voor de Israëliërs, verraders. Dat worden vaak enorme scheldpartijen. Want wij denken juist dat zij voor de joden werken. Ze geven de Israëliërs met hun acties namelijk een rechtvaardiging om onze huizen te verwoesten.'' [Vervolg GAZA: pagina 4]

GAZA

'Wat Israël ook doet, vlucht niet'

[Vervolg van pagina 1] Het zuidelijke deel van de stad is na de vredesakkoorden van Camp David tussen Israël en Egypte in handen van de Egyptenaren gekomen, het noordelijke deel ligt in Gaza. Dwars door de stad loopt een niemandsland van slechts een paar meter breed, waarlangs Israëlische grenswachten patrouilleren. De daken van de Palestijnse huizen vormen een ideale plek om die patrouilles onder vuur te nemen. Ook hebben de Palestijnen sinds de deling van Rafah begin jaren tachtig tunnels gegraven naar de Egyptische kant. Veel inwoners waren afgesneden van hun familie aan de andere kant en ontbeerden de juiste papieren om de grens legaal over te steken. Volgens Israël zijn sinds de intifadah langs deze weg ook veel wapens gesmokkeld.

Israëlische commentatoren, westerse waarnemers en de inwoners van Rafah zelf vermoeden dan ook dat de verwoestingen door het Israëlische leger bovenal een strategisch doel dienen: het verbreden van het niemandsland, ten koste van de huizen aan Palestijnse zijde. Immers, zeggen de bewoners van Rafah, de aanval door Hamas waarvoor de recente verwoestingen een vergelding waren, hadden een eind verderop plaats. En sinds het uitroepen van het staakt-het-vuren door Arafat medio december, was het juist heel rustig in dit deel van Rafah.

De tragedie van de afgelopen week is het moeilijkst voor de 70-plussers, zegt supermarkteigenaar Ra'fat Al-Babli, wiens vader bij hem inwoont. De verwoeste wijk werd namelijk bewoond door Palestijnse vluchtelingen, moslims en christenen die in 1948 hals-over-kop uit hun huizen zijn gevlucht of verjaagd door Israëlische troepen. Om op hun oude dag nog eens alles kwijt te zijn, dat is menigeen te veel. ,,Mijn vader heeft een zenuwinzinking gehad'', zegt Ra'fat. ,,Hij slaapt nu bij mijn zus. Iedere ochtend loopt hij als een robot naar de plek van ons huis. Dan moeten we hem weer uitleggen wat er is gebeurd. Zijn leven is een les voor mij: wat de Israëliërs je ook aandoen, vlucht niet weg. Want je mag nooit meer terug.''