Rol niet-moslims Pakistan hersteld

In Pakistan komt een einde aan de politieke discriminatie van christenen en andere minderheden bij verkiezingen. Het afschaffen van het systeem van aparte kieslijsten voor christenen, Ahmedi's, hindoes en andere niet-moslims is een nieuwe belangrijke stap in het streven van de militaire leider, generaal Pervez Musharraf, om van Pakistan een moderne en tolerante islamitische staat te maken.

In oktober worden in Pakistan parlementsverkiezingen gehouden. Tot dusver waren in het parlement, dat Musharraf na zijn staatsgreep had ontbonden, tien zetels gereserveerd voor de minderheden. Die restrictie vervalt.

Het afschaffen van de aparte kieslijsten is een van de reeks herzieningen die Musharraf heeft aangekondigd voor de verkiezingen. Een andere belangrijke en omstreden maatregel betreft de eis dat kandidaten voor een parlementszetel ten minste drie jaar universitaire opleiding hebben gevolgd. Op die wijze wil Musharraf de kwaliteit van de democratie omhoogschroeven.

Critici wijzen erop dat die voorwaarde neerkomt op `apartheid' op basis van genoten onderwijs in een land waar meer dan 60 procent van de bevolking niet kan lezen of schrijven. Volgens sommigen is de maatregel bedoeld om fundamentalistische religieuze partijen de wind uit de zeilen te nemen en ligt hij in het verlengde van de huidige campagne tegen moslimextremisme in Pakistan.

Maar ook bestaande seculiere partijen, die door Musharrafs coup in oktober 1999 buitenspel zijn gezet, vrezen dat hun electorale basis in plattelandsgebieden wordt ondermijnd.

In de nieuwe opzet voor de verkiezingen van oktober wordt het aantal parlementszetels verhoogd van 217 naar in totaal 350. Hiervan zijn zestig zetels gereserveerd voor vrouwen en 25 voor zogeheten `technocraten'. Die quota bestonden bij de afgelopen verkiezingen nog niet. [Vervolg PAKISTAN: pagina 4]

PAKISTAN

Minderheden blij over nieuwe burgerrechten

[Vervolg van pagina 1] Voor het laatst in de jaren zeventig waren er twintig zetels gereserveerd voor vrouwen.

De aparte kieslijsten voor minderheden werden ingevoerd onder het militaire bewind van Zia ul Haq (1977-1988) die het islamitische karakter van Pakistan wilde versterken.

Vertegenwoordigers van minderheidsgroeperingen hebben verheugd gereageerd op het feit dat zij voortaan weer op gelijke basis kunnen deelnemen aan de verkiezingen. ,,Ik ben eindelijk weer een gelijkwaardige burger van Pakistan geworden'', reageerde de christelijke politicus Julius Salik die tussen 1994 en 1996 hij de eerste christelijke minister (voor Welvaart) was in een federale regering (die van Benazir Bhutto).

Met de bekendmaking van de nieuwe spelregels voor de verkiezingen zijn nog lang niet alle vraagtekens weggenomen rond het beoogde herstel van de democratie in Pakistan. Generaal Musharraf heeft gezegd dat hij zich zal houden aan het door de Hoge Raad gesanctioneerde tijdschema. Dat schrijft voor dat de verkiezingen ten laatste in oktober worden gehouden. Maar de generaal heeft ook gezegd dat hij zal aan blijven als president. Op welke basis en, belangrijker nog, met welke bevoegdheden om de politieke gang van zaken in de gaten te houden, is nog onduidelijk. Ook is nog onduidelijk welke nadere voorwaarden Musharraf verbindt aan de grote politieke partijen om deel te nemen aan de verkiezingen en of terugkeer van `corrupte' politici zoals Benazir Bhutto van de PPP mogelijk is. Achter de schermen zijn gesprekken gaande tussen Musharraf en de politieke partijen die de weg moeten banen voor een soepele terugkeer naar de democratie. Volgens sommige analisten is daarbij voor Musharraf samenwerking met Benazir Bhutto op de een of andere manier onontbeerlijk. De politica verblijft thans in Dubai.