Rauw en controversieel schrijver

Vanochtend vroeg is in een Madrileense kliniek op 85-jarige leeftijd de Spaanse schrijver en Nobelprijswinnaar Camilo José Cela overleden. Cela was eerder deze week opgenomen na aanhoudende ademhalingsproblemen. Met het verscheiden van de schrijver is Spanje het waarschijnlijk over één ding eens: het zal een stuk rustiger worden in het Spaanse literaire wereldje. Want Cela, met dat karakteristieke, dreigend grote hoofd en die bassende stem, wist zich tot op het eind van zijn leven omringd door polemiek.

Over de kwaliteiten van zijn oeuvre bestaat nog de minste controverse. Het werk La familia de Pascual Duarte (De familie van Pascual Duarte) uit 1942 wordt algemeen als zijn meesterwerk beschouwd. In een rauwe, realistische stijl, die brak met de gebruikelijke literaire traditie van dat moment, vertelt Cela het gruwelijke verhaal van een ter dood veroordeelde boer die achtereenvolgens zijn hond, zijn moeder, een paard, de minnaar van zijn vrouw en de landeigenaar heeft afgeslacht. In Nederland kreeg Cela bredere bekendheid door zijn roman La Colmena (De Bijenkorf) uit 1952, die dertig jaar later als film geregisseerd door Mario Camus een groot publiekssucces werd.

Het probleem van de in 1916 in een Galicisch dorpje geboren Cela was dat zijn literaire stijl in belangrijke mate overeenkwam met zijn dagelijkse omgangsvormen. De een noemde ze flamboyant, de ander ronduit grof, maar waar Cela zijn voeten zette, was heibel nooit ver te zoeken. Bij de toekenning in 1989 van de Nobelprijs voor zijn oeuvre merkte de schrijver nog laconiek op dat het leven als een partijtje tennis was. ,,En ik heb dit keer gewonnen.'' Links Spanje verweet de winnaar evenwel dat hij zich onder de dictatuur wel erg dicht tegen het Franco-regime aanschurkte, en zich zelfs had laten inhuren als censor. Conservatief was Cela zeker. In 1957, in de harde jaren van de dictatuur, werd hij lid van de Koninklijke Academie van Spanje. Zijn column in het dagblad Abc gold als verplicht leesvoer van koningsgezind rechts. Maar het waren niet de politieke uitspraken van Cela die tot de meeste opschudding leidden. Toen de toekenning van de Cervantesprijs wat lang op zich liet wachtten, gaf de schrijver te kennen dat deze wat hem betreft ,,met stront bedekt'' was wat hem er niet van weerhield de prijs in 1995 alsnog in ontvangst te nemen. Moorden werden er niet gepleegd, maar in zijn eigen familie kreeg Cela laaiende ruzie met zijn zoon over geld en familiebezit. Er doken beschuldigingen op van plagiaat, het niet afleveren van werk dat al betaald was en van het overschrijven van zijn eigen speeches. Bij de herdenkingen van het honderdste geboortejaar van schrijver Federico García Lorca leverde Cela laatdunkende uitspraken over diens homoseksualiteit. Controversieel of niet, ook zijn tegenstanders moesten erkennen dat Cela onmiskenbaar een deel van Spanje vertegenwoordigt. ,,Cela is een kenner van de Spaanse ziel en het werk van Cervantes'', zo prees de socialistische minister van Cultuur de schrijver in 1995 bij de toekenning van de gelijknamige prijs. Rechts heeft een icoon verloren, links een man die men met liefde haatte.