Politie-uniform

Als één van de oudste ex-rijksveldwachters in Nederland, wil ik gaarne opmerken, dat het politie-uniform (NRC Handelsblad, 10 januari) ook 50 jaar geleden allerlei gebreken kende. Denk maar aan de koppelriem met rechts gedragen pistooltas (ook voor linkshandigen), het pistoolkoord waarmee de drager snel kon worden gewurgd, terwijl ook een achtervolging in rijbroek met rijlaarzen (eigenlijk motorlaarzen) van een in de verte verdwijnende verdachte geen sinecure was. Een en ander werd gecompleteerd door een forse pet van (als ik het mij goed herinner) Bulgaars model met baleinen, die veel wind ving, hetgeen op het platteland veelvuldig voorkwam.

Een politieman die het ongeluk had een dergelijke pet, ook nog wel op het kledingboekje toegewezen te krijgen, stopte dit voorwerp in de regel in de fietstas. Alleen op zon- en feestdagen werd de pet onder de linkerarm gehouden om ellende met superieuren en met name de burgemeester, te voorkomen.

Kennisnemende van de in uw krant geëtaleerde vraagstukken ten aanzien van het politie-uniform, die terdege van belang zijn, ben ik zo vrij de verwachting uit te spreken, dat nu duidelijk de tijd is gekomen voor de schouderholster, die zowel links als rechts kan worden gedragen (linkshandigen dus rechts). Het schiettuig is aldus gecamoufleerd en wekt geen agressie. De koppel moet vervallen, want die is in het lijf-aan-lijf geduw en getrek gevaarlijk.

In de parka kan voldoende ruimte worden gevonden om de beslist noodzakelijke hulpmiddelen te bergen. De blousson en de lange broek met bies moeten behouden blijven. Bij de normale surveillance zijn dat doelmatige en goede uitrustingsstukken. Een cap (baskische muts bv.) een parka, met ingebouwde zakken is prima, maar in de zomer moet ook een luchtiger tenue kunnen worden gedragen.