`Polderoverleg bood uitweg uit WAO'

De SER heeft een akkoord over de WAO bereikt. De `vechtjassen' van het midden- en kleinbedrijf (MKB) hebben er hard voor geknokt, zegt voorzitter Hans de Boer.

Hans de Boer staat bij het schoolbord in zijn werkkamer. Met stift. Hoe het nieuwe stelsel voor de WAO er gaat uitzien, tekent de voorzitter van MKB-Nederland het liefst even uit. Dan begrijpt hij het zelf ook het beste. Hij is opgelucht nu de kogel binnen de Sociaal-Economische Raad (SER) door de kerk is. ,,Wij hebben het een maand geleden bijna getorpedeerd, maar nu is het zover dat ik wel voor mijn troepen durf te staan'', zegt De Boer.

MKB Nederland, de werkgeversvereniging voor het midden- en kleinbedrijf, zette in december de goede verhoudingen in het Nederlandse poldermodel op het spel. De onderhandelingen dreigden volgens De Boer en zijn onderhandelaar Alfred van Delft op een `laf' compromis uit te draaien. Nu is De Boer met het gisteren uitgelekte akkoord ,,dik tevreden''. Honderd procent je zin krijg je in de polder nooit, weet hij. ,,Maar dit was het maximaal haalbare.''

Kern van het WAO-voorstel, dat deze week nog doorgerekend moet worden door het Centraal Planbureau (CPB), is dat alleen werknemers die aantoonbaar vijf jaar of langer uit de roulatie zullen zijn, in aanmerking komen voor een volledige WAO-uitkering. Zij moeten dan wel voor 80 procent of meer arbeidsongeschikt zijn bevonden. Werknemers die tussen de 35 en de 80 procent arbeidsongeschikt zijn, moeten naar rato werken. Zij krijgen een aanvulling op hun inkomen via een private verzekering. Werknemers onder de 35 procent krijgen geen uitkering en moeten blijven werken.

,,Het is een akkoord op hoofdlijnen'', beklemtoont De Boer. ,,En als de berekening van het CPB tegenvalt, zijn we een eind verder van huis dan we nu denken'', geeft hij toe.

Medio december dreigden de onderhandelingen te mislukken. Er was al maanden onderhandeld toen MKB-onderhandelaar Van Delft met zware kritiek naar buiten kwam op een bijna-akkoord tussen VNO-NCW en FNV. Vervolgens kwam het MKB zelfs met een eigen plan. Het overleg liep vast, SER-voorzitter Herman Wijffels hekelde de opstelling van het MKB, dat een unaniem advies zou dwarsbomen. De Boer ontkent dat het MKB pas laat dreigde op te stappen. Hun kritiek hadden ze intern al eerder geuit, zegt hij. Volgens De Boer had de actie wel een gunstig effect: er werd tenminste weer goed naar het MKB geluisterd.

,,We moesten iets doen. Het voorstel dat er lag had ik nooit overeind kunnen houden voor mijn achterban'', zegt De Boer nu. ,,Wat VNO en FNV probeerden was de WAO met goedkope middelen wegdefiniëren.'' Het risico dat ondernemers nu lopen omdat ze extra premie moeten betalen voor iedere WAO'er die zij veroorzaken – de Pemba-regeling – zou worden vervangen door een knip in de WAO bij 50 procent arbeidsongeschiktheid. Iedereen die minder dan 50 procent arbeidsongeschikt was, zou dan in dienst moeten blijven van de werkgever. ,,Kleine ondernemers zouden dan nog steeds een enorm risico lopen als er werknemers ziek zouden worden. Het Pemba-risico, weliswaar ook een Russische roulette, werd vervangen door een knip-risico.''

De Boer kan nog kwaad worden om de in zijn ogen laffe opstelling van de andere sociale partners. ,,Zij probeerden ons voor het blok te zetten. Maar zo werkt het niet in de polder, althans, niet in mijn polder. Je moet frank en vrij de belangen van je eigen club kunnen verdedigen. Het is simpel: MKB is een lobbyclub en ik moet zorgen dat er voor mijn mensen een goed akkoord komt.''

Hij heeft wel ideeën over `de losse eindjes' die er nog zijn. Wat doe je bijvoorbeeld met iemand die deels arbeidsongeschikt is, en dus een aanvulling op zijn loon krijgt, maar zijn oude werk niet meer kan doen? Die moet formeel aangepast werk krijgen. De Boer: ,,Ik voel er veel voor om dat te regelen aan de hand van de omvang van bedrijven. Een klein installateursbedrijf met tien werknemers kan niet zomaar voor twee, drie man een administratieve baan opzetten als ze ziek zijn. Voor een bedrijf als Philips is dat veel makkelijker. Daar moet je pragmatisch mee omgaan.'' Voor deels zieke werknemers in kleine bedrijven moet dan buiten dat bedrijf naar vervangend werk gezocht worden via de reïntegratiebureaus, vindt De Boer.

Ook voor de zware rol voor de keuringsartsen, die uiteindelijk bepalen voor hoeveel procent iemand nog kan werken, heeft De Boer een oplossing. ,,De crux zit hem in harde keuringscriteria. Dat zal best moeilijk worden voor verzekeringsartsen. Die bevoegdheid moet je straks niet meer bij één man of vrouw leggen. Harde criteria, als het ware computergestuurd, en wellicht teams van twee artsen in plaats van één.''

De discussie tussen de sociale partners over de WAO verdient al met al niet de schoonheidsprijs, erkent De Boer. Pas onder druk van staatssecretaris Hoogervorst (Sociale Zaken) kwam de vaart er meer in. Hij dreigde dat het kabinet het SER-advies niet zou afwachten.

Toch is De Boer uiteindelijk best tevreden over het functioneren van `de polder' op het onderwerp WAO.

Het heeft voor het eerst sinds jaren de verschillende belangen van de sociale partners helder aan het licht gebracht, terwijl er toch een akkoord bereikt is, vindt hij. Goed voor de verhoudingen, in de ogen van De Boer.