Patiënt niet gebaat bij rechtstreekse medicijnreclame

In Europa mag de farmaceutische industrie zich niet rechtstreeks tot de patiënt richten om reclame te maken voor een geneesmiddel. Dat is maar goed ook want reclame jaagt de kosten voor medicijnen omhoog, meent Dorette Corbey.

De farmaceutische fabrikanten willen zich voortaan rechtstreeks tot patiënten richten met reclame voor hun geneesmiddelen. Tot nu toe is die rechtstreekse reclame in Europa verboden, maar er zijn voorstellen om dat te veranderen: patiënten hebben geen bescherming meer nodig en al helemáál geen betutteling. Consumenten en patiënten willen informatie en zijn inmiddels zelf mondig en deskundig, aldus de industrie. Reclamecampagnes kunnen bovendien bijdragen tot meer kennis van ziekten en ziekteverschijnselen.

Dat klinkt te mooi om waar te zijn. Er zijn nogal wat bezwaren in te brengen tegen reclame voor receptgeneesmiddelen. Consumenten of patiënten zijn lang niet allemaal even deskundig. Wie ziek is of een slechte gezondheid heeft, is kwetsbaar en extra vatbaar voor verkooppraatjes die beterschap beloven. De grens tussen informatie aanbieden en problemen aanpraten is nogal dun. Om een geneesmiddel te verkopen moet immers ook een ziekte of een kwaal aan de man gebracht worden.

In de VS, waar receptreclame is toegestaan, zijn campagnes voor een groot deel gericht op medicijnen tegen zogeheten `sociale ziekten' zoals kaalheid, impotentie, nervositeit, verlegenheid en klamme handen. Dit zijn algemene klachten waar veel mensen mee te maken hebben, maar die weinig te maken hebben met volksgezondheid. Reclamecampagnes spelen daarnaast in op gevoelens van ongerustheid (`Is het gewone vergeetachtigheid, of is het Alzheimer?')

Tegen deze bedenkelijke campagnes past een gezond wantrouwen. Medicalisering is vaak ongezond en voor meer informatie is geen reclame nodig. Bovendien beslissen patiënten niet zelf welke geneesmiddelen ze gebruiken, maar hun arts. Maar reclame blijkt in de VS wel te werken.

Patiënten die zich na een reclameboodschap melden bij hun arts met een verzoek om een recept hebben vaak succes: in 80 procent van de gevallen schrijft de arts inderdaad het gevraagde medicijn voor. Van de vijftig geneesmiddelen die de laatste jaren in de VS het meest gepromoot zijn, zijn de verkoopcijfers verdubbeld. De vraag is of al deze patiënten inderdaad bij deze medicijnen gebaat zijn.

Reclame is niet alleen bedenkelijk, maar jaagt ook de kosten omhoog. Meer uitgaven voor marketing leidt tot weer hogere prijzen. Medicijnen zijn al duur vanwege de hoge onderzoekskosten. Het op de markt brengen van een geneesmiddel duurt lang: na de ontdekking van een werkzame stof moeten vele tests uitgevoerd worden om de effectiviteit en de veiligheid van het middel aan te tonen. Dat lukt lang niet altijd, dus veel potentiële geneesmiddelen bereiken nooit de markt.

Volgens de farmaceutisch industrie bedragen de ontwikkelingskosten per medicijn gemiddeld 500 miljoen dollar, inclusief alle ingeslagen doodlopende wegen, de mislukkingen en pech. De schattingen van non-profitorganisaties zijn aanzienlijk lager, maar ontwikkelingskosten moeten niettemin terugverdiend worden. Daarvoor bestaat octrooibescherming en daarvoor is ook steun van de overheid nodig. Per land worden in onderhandeling met de overheid prijzen voor geneesmiddelen vastgesteld. Als de octrooibescherming na 20 jaar is beëindigd kan een namaakgeneesmiddel op de markt gebracht worden, maar ook dan liggen de prijzen vaak nog hoog.

De geneesmiddelenmarkt is een miljardenmarkt. Tegenover hoge ontwikkelingskosten, staan dankzij beschermende constructies ook hoge inkomsten. Zo verdiende het geneesmiddelenconcern Bayer alleen al in 1998 bijna anderhalf miljard euro aan ciproxin, een antibioticum tegen ernstige darmklachten, tuberculose en miltvuur. De fabrikant van Prozac verdient jaarlijks bijna 2 miljard dollar aan dit populaire middel tegen depressiviteit.

De farmaceutische industrie kent, vergeleken met andere sectoren, zeer hoge winstcijfers. Aan het eind van de jaren '90 was de winstmarge in de grote farmaceutische ondernemingen rond de 20 procent. Voor de samenleving is dit echter een bittere pil, want ondanks goede beschermende regelgeving en ondanks hoge winstcijfers loopt de innovatie terug. Vanuit het gezichtspunt van volksgezondheid is het grootste probleem dat de farmaceutische industrie zich vooral richt op `winstgevende' ziekten en kwalen.

Tropische ziekten waar miljoenen mensen aan sterven en zeldzame ziekten zijn voor de farmaceutische industrie onrendabel en daarom wordt daar niet of nauwelijks in geïnvesteerd. Van de 1400 nieuwe medicijnen die sinds 1970 op de markt zijn gebracht waren slecht 13 bestemd voor tropische ziekten.

Uit jaarverslagen blijkt dat veel farmaceutische bedrijven aanzienlijk hogere bedragen aan marketing uitgeven dan aan onderzoek. De farmaceutische industrie zou moeten concurreren op basis van innovatie en het ontwikkelen van nieuwe medicijnen, maar koerst de laatste jaren op grotere verkoop van het bestaande. Nog meer reclame is dan een logische stap. De farmaceutische industrie kan niet verweten worden dat ze winst wil maken. Maar de wijze waarop winst gemaakt wordt heeft directe gevolgen voor de volksgezondheid.

Het belangrijkste bezwaar tegen het toestaan van reclame is dat het een stap in de verkeerde richting is. Directe reclame zal de oriëntatie op winstgevende ziekten versterken, en zal proberen een breed en koopkrachtig publiek aan te spreken. In plaats van reclame toe te staan moet de EU zich veel actiever opstellen in de geneesmiddelensector. De Europese Unie moet zelf fondsen creëren om actief deel te nemen aan onderzoeksprojecten die nu niet gefinancierd kunnen worden.

Er moet een Europees prijsbeleid komen, met een medicijnenindex om de kosten per land te kunnen vergelijken. Prijzen moeten in ieder geval transparant zijn. De ontwikkelingskosten van een nieuw product moeten meegewogen worden bij vaststelling van de prijs, en de prijs moet in verhouding staan tot de therapeutische meerwaarde.

De Europese overheden kunnen hogere prijzen afspreken als ze in ruil daarvoor garanties krijgen dat ook `onrendabele' ziektes een plaats krijgen op de onderzoeksagenda.

Dorette Corbey is lid van het Europees Parlement voor de PvdA.