Nederlandse Sonatines II

De tweede cd in de zo succesvolle serie van Kees Wieringa met Nederlandse pianosonatines telt liefst drie sonatines van Léon Orthel (1905-1985). De Haagse pianist-pedagoog kon zich kort en bondig uitdrukken, zoals in zijn korte Epigrammen, waarin hij met atonale gegevens experimenteerde.

Verder was Orthel vrij behoudend. Niet voor niets heet zijn meest succesvolle compositie Piccola Synfonia (1939). Dit werk is tot eind 1943 zo'n dertigtal maal uitgevoerd. Maar geleidelijk aan werd hij steeds minder gespeeld en verzuchtte Cor de Groot kort na zijn dood in Mens & Melodie: ,,Wie vergeet een componist? Het publiek of de uitvoerenden?'' Vermoedelijk is het de tijdgeest. Hoe dit ook zij, Orthels piano-oeuvre was afgezien van enkele etudes geheel gewijd aan sonatines en hoe goed hij zich daarin uitdrukte blijkt uit deze weer volstrekt integer gespeelde muziek.

Jan van Dijk (1918), twee keer vertegenwoordigd, is eveneens in staat de aforistische vorm terzake te hanteren. En over een oeuvre gesproken: hij schreef al zo'n 950 composities!

Rosy Wertheim droeg bij met het oudste stuk uit 1918 en Tera de Marez Oyens met het nieuwste uit 1963. Daartussen staan sonatines van Hans Franco Mendes en Otto Ketting. Franco Mendes en Wertheim kregen een flinke tik van de oorlog mee, ze overleefden deze, maar componeerden daarna nauwelijks of niet.

Nederlandse Sonatines II door Kees Wieringa piano. Do Records 006.