Media faalden in Afghanistan

De propaganda van het Witte Huis inzake de oorlog tegen het terrorisme ging er bij de pers in als koek. Daardoor raakten de echte kwesties op de achtergrond, vindt Jonathan Power. Bijvoorbeeld dat Bin Laden cum suis nooit in een dergelijke oorlog verslagen konden worden.

De media hadden ten onrechte alle vertrouwen in de oorlog van George Bush tegen de Talibaan, en voor dat vertrouwen hebben ze zwaar moeten boeten. Nu de balans kan worden opgemaakt is het volkomen duidelijk dat elk spoor van Osmama bin Laden ontbreekt, terwijl zijn aanhouding juist het doel van de oorlog heette te zijn. Uit de lijsten van slachtoffers blijkt dat er niet alleen meer burgers in Afghanistan zijn omgekomen dan Amerikanen in het World Trade Center en het Pentagon, maar ook dat het aantal slachtoffers onder journalisten acht keer hoger lag dan onder Amerikaanse militairen.

Toch hebben de westerse media over het geheel genomen alle propaganda van het Witte Huis geslikt. De media vonden het een gerechtvaardigde en noodzakelijke oorlog en hebben dan ook hun toch al aanzienlijke budget uitgegeven – en meer, want hun financiële middelen zijn praktisch uitgeput en ze hebben zelfs het leven van hun verslaggevers op het spel gezet – om de oorlog tot in de gruwelijkse details te verslaan. Het valt niet te ontkennen dat oorlog precies de adrenalinestoot opwekt waardoor oude redacteuren jong blijven en jonge journalisten een glansrijke carrière voor zichzelf in het verschiet zien.

Maar al te vaak worden de wijze woorden van een van de allergrootste verslaggevers, Walter Lippmann, genegeerd: ,,Nieuws en waarheid zijn niet hetzelfde. De functie van nieuws is het signaleren van een gebeurtenis. De functie van de waarheid is het aan licht brengen van verborgen feiten.'' De beste kranten gaven weliswaar ruimte aan de stem van enkele dissidenten, maar zij waren tussen alle artikelen op de nieuwspagina's, de televisiebeelden en de redactionele commentaren niet meer dan roependen in de woestijn.

Ze hadden ook niet in alle opzichten gelijk. Ze hebben de doeltreffendheid van de moderne Amerikaanse luchtmacht onderschat en de malaise in de islamitische wereld overschat, met name in Saoedi-Arabië en Pakistan. Er is geen sprake geweest van een volksopstand ten gunste van de fundamentalistische extremisten.

Maar in de wezenlijke dingen hadden ze gelijk: Bin Laden en zijn strijdmakkers zouden niet met een dergelijke oorlog kunnen worden verslagen, het politieke stelsel van Afghanistan zou wankel blijven en Amerika zou niet op slag veranderen in een progressief voorvechter van internationale samenwerking, een pleitbezorger van een nieuw leven ingeblazen VN, de regisseur van een akkoord tussen Israël en de Palestijnen, of een land dat het groeiende, verontrustende probleem van failliete staten eindelijk onder ogen ziet.

Deze kwesties hadden van het begin af aan in de pers aan de orde moeten worden gesteld in plaats van de zogenaamde heroïek van vliegdekschepen, speciale commando's en het stuntwerk van de jonge piloten in de lucht. Maar de westerse pers liet zich gemakkelijk intimideren door de welhaast complete unanimiteit van de politieke kaste en stemde in principe met de oorlog in.

Het probleem van het terrorisme is nog niet opgelost. Amerika zal weliswaar het eerste doelwit blijven, maar ik ben ervan overtuigd dat ook Europa en in het bijzonder Groot-Brittannië het doelwit ervan zullen vormen. Dit soort terrorisme valt nu eenmaal niet te bestrijden met een conventionele oorlog of met de bouw van een raketschild. En als Amerika de oorlog uitbreidt tot Somalië, Soedan, Jemen en Indonesië, waar nu al sprake van is, dan zal het land uiteindelijk vastlopen en zal een contraproductieve en – voor ons het gevaarlijkst – woedende stemming ontstaan van iemand die zich in een zuigend moeras heeft gemanoeuvreerd.

De onaangename antwoorden willen maar niet verdwijnen. We zijn weer terug op het punt waar we waren in 1993 bij de eerste aanval op het World Trade Center. Er is goed speurwerk voor nodig om de terroristen te pakken te krijgen. En als ze gevonden worden – zoals Bin Laden in 1996 in Soedan werd gevonden – hebben we een regering nodig die, anders dan de regering Clinton destijds, bereid is om hem en de zijnen voor een Amerikaanse rechtbank te slepen of liever nog voor het Internationale Hof van Justitie.

Verder moet het westen samen met de rest van de wereld de problemen aanpakken die een voedingsbodem vormen voor terrorisme: allereerst de politieke impasse in het Midden-Oosten en de bittere armoede en toenemende inkomensongelijkheid in grote delen van de Derde Wereld, die nog steeds worden getolereerd. In The Economist stond onlangs dat met de investering van vijfentwintig dollar per inwoner van een rijk land in goedkope medische voorzieningen voor de armste delen van de wereld een gigantisch aantal levens zou kunnen worden gered en oneindig veel lijden zou kunnen worden verlicht. Dat zou een mooi begin zijn. Het zou niet alleen een mooi verhaal opleveren, maar ook een verhaal om te blijven volgen.

Jonathan Power is publicist.