Leve de cent

De euro is ruim twee weken in circulatie. De omschakeling is goed verlopen, de gewenning aan de nieuwe bankbiljetten en munten gaat snel. Behalve aan de cent. In de miljardenoperatie van de euro-omwisseling zorgt de cent voor onvrede. Winkeliers klagen over het afrekenen met centen, klanten over al die kleine muntjes in hun portemonnee. De detailhandel wenst daarom de cent in Nederland zo snel mogelijk weer af te schaffen en dan kan in één moeite dat rare muntje van twee cent ook verdwijnen.

Niet doen. Na zeventien dagen ervaring in het dagelijkse gebruik moet een muntje niet worden afgeschreven. Indertijd bij de besluitvorming over de euro hadden alle landen hun specifieke wensen Nederland bijvoorbeeld het randschrift en daar hoorde onder meer de handhaving van één- en twee-centsmunten bij. Deze passen in de gekozen systematiek van 1-2-5 die het muntstelsel van de euro heeft. De aanwezigheid van de cent heeft bovendien een niet te veronachtzamen symbolische betekenis: dit geld biedt de mogelijkheid om de kleinst mogelijke prijsverschillen te verrekenen. De euro is, met andere woorden, bestand tegen inflatie.

In Finland heeft men besloten om de één en twee centen in de praktijk af te schaffen. Bedragen worden daar afgerond op vijf cent, net zoals in Nederland gebeurde nadat de cent in 1983 was afgeschaft. Ook Nederlandse winkels staat het uiteraard vrij om hun prijzen af te ronden op vijf-centsbedragen. Dat is een kwestie van praktisch prijsbeleid, niet van handhaving van een integraal muntstelsel.

De Verenigde Staten kennen sinds jaar en dag de één-centsmunt (penny), maar er bestaat geen beweging in Amerika om deze af te schaffen. De penny is een onderdeel van de nationale muntcultuur. Zo moet het in euroland ook worden. En als er werkelijk problemen zijn met de teruggave van wisselgeld tot op de cent nauwkeurig, dan moet het rekenonderwijs verbeterd worden. Zo moeilijk is het ook weer niet.