Leiders praten weer over deling Cyprus

In Cyprus wordt een nieuwe poging ondernomen een einde te maken aan de verdeling van het eiland.

De leiders van het Turks-Cyprische en het Grieks-Cyprische gedeelte kwamen gisteren overeen om elkaar drie keer per week te gaan ontmoeten om zo tot een oplossing van het probleem-Cyprus te komen.

De Turks-Cyprioot Denktas en zijn Grieks-Cyprische collega Kliridis, leider van de internationaal erkende regering van Cyprus, glimlachten beiden breeduit na het einde van hun overleg op het oude vliegveld van Nicosia. ,,We hadden een hele goede, hele goede bijeenkomst'', aldus Denktas terwijl hij naar journalisten zwaaide. ,,Alles is heel goed gegaan''. Kliridis onthield zich van commentaar maar volgens zijn dochter is hij de laatste tijd net zo opgewonden als ,,toen het eiland werd verdeeld'' in 1974, toen het Turkse leger het noordelijke deel van het eiland bezette.

Het nieuwe overleg wordt algemeen gezien als een gevolg van het nakende lidmaatschap van de Europese Unie van Cyprus. Het land, dat wil zeggen het Griekse, zuidelijke gedeelte van het eiland, ligt op kop bij de race voor de toetreding, mede omdat de economie er in goede staat verkeert. Omdat daarnaast Griekenland gedreigd heeft de toetreding van Oost-Europese landen tot de EU te blokkeren als niet tegelijkertijd de deur voor Cyprus wordt geopend, lijkt niets EU-lidmaatschap meer in de weg te staan. Dit perspectief zou Grieks- en Turks-Cyprioten hebben gestimuleerd om nog eens goed naar de kwestie te kijken.

Mogelijk lidmaatschap van de Europese Unie beinvloedt ook de positie van Turkije, zonder wiens militaire en economische steun de Turkse Republiek Noord-Cyprus niet levensvatbaar is. Ook Ankara wil graag bij de EU, maar het weet tegelijkertijd dat dat zonder een oplossing van `Cyprus' onmogelijk is. Het liefst zou ook Turkije daarom een op korte termijn een oplossing willen, maar dan wel een oplossing die geen gezichtsverlies voor Turks-Cyprioten noch Turkije zelf inhoudt.

Die externe druk betekent overigens waarschijnlijk niet dat de verdeling op zeer korte termijn opgelost zal zijn. Op allerlei punten zijn de meningsverschillen groot. Zo zijn de Grieks-Cyprioten voorstander van een sterk centraal gezag op het eiland, terwijl Denktas en de zijnen een confederatie van twee min of meer onafhankelijke staten willen. Ook praktische kwesties zoals eigendomsrechten (veel Grieks-Cyprioten moesten een huis in het Noorden achterlaten, dat inmiddels door anderen wordt bewoond) moeten geregeld worden. Daarbij komt nog dat ook in Turkije de kwestie-Cyprus nog steeds uiterst gevoelig ligt. Veel Turken vinden dat bijvoorbeeld `Europa' nooit heeft begrepen dat de agressie op het eiland van de Grieks-Cyprioten kwam en niet van de Turks-Cyprioten. Een oplossing die de Turks-Cyprioten onvoldoende waarborgen voor bescherming biedt, zal dan ook vrijwel zeker direct worden afgewezen. Zeker premier Ecevit, die in 1974 opdracht gaf het eiland binnen te trekken, gaat de veiligheid van de Turks-Cyprioten zeer aan het hart. Hij dreigde recentelijk nog met annexatie van het gebied.