Ik krijg een echte bak

Nooit gedacht dat we het zouden redden, dat huissie aan de gracht. Toch deden we het maar. Ergens in '93. Ogen dicht en we zouden wel zien of we die maandelijkse lasten konden betalen.

Koning te rijk waren we iets later, na wat later eenvoudig huis-, tuin- en keukenverbouwen bleek. We zaten daar toch maar mooi. Wat een rijkdom.

Ergens in '94 of '95 kwamen de eerste scheurtjes. Scheurtjes in onze nieuw gestuukte muurtjes. Scheurtjes? Maar hoe kan dat nou? Omdat we centrale verwarming hadden aangelegd?

Dat leek ons wel een aantrekkelijke verklaring: `centrale verwarming'. Want van `verzakking', `je hebt geen bak', `er is gewoon beton in gegooid', `je moet het laten meten' – daar wilden we niets van weten.

,,Een ton of drie'', had de eerste aannemer gezegd, ,,voor een ton of drie heb je een echte bak, een echte bak met nieuwe palen.''

Allemaal gelul natuurlijk, zo dachten wij. In het najaar zaagde ik twee centimeter van de onderkant van de klemmende voordeur af, en zag ik dat de scheurtjes beneden toch weer groter waren geworden en dat er nu ook scheurtjes boven kwamen. Meten dus. Een echte meter gebeld. Na een half jaar kwam de meter terug.

,,Ja, uw pand is inderdaad aan het zakken'', sprak de meter trots. ,,Niet veel, maar toch genoeg.''

,,Genoeg?'' Mijn vrouw en ik keken elkaar verbaasd aan.

,,Ja, genoeg om te mogen funderen'', sprak hij weer trots.

,,Mogen?''

Nu zal hij helemaal mooi worden, dachten we, we `mogen' funderen.

,,Bets'', zei ik tegen mijn vrouw, ,,hoor je dat? We `mogen' funderen.''

,,Ja maar je moet toch'', was het heldere antwoord van de meter.

We krioelden ons door een niet aflatende stroom van: architecten, constructeurs, bouwadviseurs, buren, bekenden, aannemers, en buren van bekende aannemers, om vervolgens de verkeerde adviseurs te nemen en veertig mille later te begrijpen dat je eerst een constructeur moet nemen en dat de duurste de beste is, wat een bekende van de buren ons al in het begin had gezegd, maar die zelf ook alles verkeerd had gedaan volgens een andere buurman (die een oom had die architect was).

Afijn, na een jaar of drie, vijftig mille, twintig instanties, bijna ruzie met de buren, en een kilo of zeven papier verder, was het bijna zover. Ik had de deur inmiddels nog twee keer afgezaagd, en op het gevaar af dat de schuine kier die nu aan de bovenkant was ontstaan, groter zou gaan worden dan de deur zelf, was het duidelijk dat het `mogen', dat komt van `mogen funderen' een zeer juiste woordkeus was geweest. (Als je zomaar wilt funderen, en je zakt niet, en je hebt gemeenschappelijke bouwmuren, dan kun je vaak niet eens funderen, als de buren goed dwars gaan liggen, vandaar dat je moet beginnen met meten, want een deur of scheur is geen bewijs, en vandaar dat je mag funderen.)

Was het `bijna zover', zei ik.

Je kon in the good old days van '98 & '99 dan wel een plan hebben, maar dat wilde dan nog niet zeggen dat er iemand te vinden was die voor – inmiddels – een ton of vier dat klusje even voor je ging doen. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het huissie inmiddels ook al weer vier keer zoveel waard geworden was, en dat iedereen rijk was, en dat we dus vrolijk verder gingen.

,,Voorjaar 2000'', sprak de ongelukkige aannemer die bezweek onder het werk. ,,Eerder echt niet'', liet hij er zuchtend op volgen.

Gretig namen we deze unieke kans aan. Ik zal u er verder niet mee vermoeien: brug open, Noord-Zuidlijn, nieuwe offerte, maar jongstleden september was het echt zover.

Tien, vijftien, mannen schaarden zich die maandag om tien uur 's ochtends rond het keldertje, en om 1 uur 's middags was iedereen weer weg. Dinsdag bleek een rustdag, maar op woensdag werd er een wc voor de deur gezet. Donderdag bleek weer een rustdag, en ondertussen telde ik de hele dag tot tien. Op vrijdag vroeg de aannemer: ,,Of het nou twee, of twee meter dertig diep moest worden?''

Beginpijntjes, kan ik ze smalend noemen, nu ik er op terugkijk. Na het uithakken van de oude betonlaag, het storten van de vloer, het trilvrij inheien van de buizen, waarbij de stalen bodem uit die palen verwijderen gelukkig toch nog lekker ouderwets met een echt heiblok gebeurt, valt het best mee. Mijn vrouw is inmiddels verhuisd, het hondje is gek geworden en het bronzen fauntje dat altijd zo leuk op de schoorsteenmantel stond, is tijdens het trilvrije heien van de mantel gekukeld en heeft zijn arm gebroken. Verder zit het hele huis nu onder de scheuren en klemmen, zelfs de keukenkastdeurtjes, maar dat is wel te begrijpen `want logisch', zegt de bouwbegeleider.

Gisteren vroeg ik aan Jan wanneer die heiboeren nou eens eindelijk weg zouden gaan.

,,Het was inderdaad wat uitgelopen'', zei Jan, ,,en die ene knal van eergisteren dat was een ring die tijdens het persen gebroken was.''

Hij geniet nog even na. ,,Vijfhonderd ton druk, dat wil wel'', grinnikt hij. ,,Maar morgen dan gaan ze, volgens planning de laatste paal doen'', zei hij.

En dan krijg ik woensdag beton.