Handel in hete lucht

Vliegtuigen, auto's, energiecentrales, chemieconcerns: allemaal stoten ze CO2 uit. Deze week stelde een adviescommissie voor om de uitstoot terug te brengen met een nieuw systeem van verhandelbare rechten. Critici willen liever wachten op Europa. `Lobbyen in Brussel is efficiënter.'

Het heeft iets onwezenlijks, handelen in broeikasgassen. Toch moeten Nederlandse instellingen en bedrijven er over drie jaar mee beginnen, aldus een adviesrapport dat deze week werd aangeboden aan de ministers Jorritsma (Economie) en Pronk (Milieu). Volgens de adviescommissie moeten onder meer grote metaalbedrijven, papierfabrieken, ziekenhuizen, banken en chemieconcerns vanaf 2005 zogeheten `emissierechten' gaan kopen om het broeikasgas kooldioxide (CO2) nog te mogen uitstoten. Per `recht' mag de eigenaar één ton CO2 uitstoten. Wie meer uitstoot dan volgens zijn rechten is toegestaan, krijgt een boete. ,,En die moet erg onaantrekkelijk worden gemaakt'', zegt P. Vogtländer, voorzitter van de commissie en oud-topman van Shell-dochter Montell.

De overheid bepaalt hoeveel rechten er in omloop komen, legt Vögtlander uit, dus ook hoeveel kooldioxide mag worden uitgestoten. Eén ding is duidelijk: die uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen moet omlaag in Nederland. Vorig jaar ging zo'n 225 miljard kilo (ofwel 225 megaton) CO2 de lucht in. Ter vergelijking: Denemarken zat op ongeveer 80 megaton, België op 150 megaton.

Hoe gevaarlijk die hoge uitstoot van Nederland is staat niet vast. Er bestaan veel onzekerheden over het effect van broeikasgassen.

Net als andere broeikasgassen warmt ook CO2 het mondiale klimaat op. De gassen vormen als het ware een deken om de aarde. Hoe meer ervan in de atmosfeer komt, hoe dikker de deken. Dat is begonnen met de industriële revolutie. Het aantal auto's is enorm toegenomen, net als het aantal energiecentrales, vliegtuigen, chemieconcerns en cementbedrijven. Allemaal stoten ze CO2 uit. Wat voor gevolgen dat heeft, is niet met zekerheid bekend, maar wetenschappers vrezen ingrijpende veranderingen voor het klimaat. Op sommige plaatsen in de wereld zal het veel meer gaan regenen, op andere wordt het veel droger. De poolkappen kunnen gaan smelten, waardoor de zeespiegel stijgt en kustgebieden worden bedreigd. Er zullen dier- en plantsoorten uitsterven omdat ze zich niet snel genoeg kunnen aanpassen aan hun veranderende omgeving.

In 1997 heeft Nederland het klimaatverdrag van Kyoto ondertekend en zich daarmee verplicht om zijn CO2-uitstoot te verminderen. Over acht jaar mag nog maar 200 megaton CO2 de lucht in, ruim tien procent minder dan nu. En daar moeten die emissierechten bij helpen, zegt Vogtländer.

Hoe? Doordat de overheid verhoudingsgewijs minder rechten in omloop brengt dan momenteel aan CO2 wordt uitgestoten. Bedrijven hebben dan de keus: of hun CO2-uitstoot verlagen, of betalen voor rechten. ,,Die keus zal afhangen van de kosten'', zegt Vogtländer. ,,Voor de een is het goedkoper om zijn uitstoot te verminderen, een ander is beter af door rechten te kopen.'' Omdat de overheid het aantal rechten ieder jaar iets vermindert, stijgt de druk op de bedrijven om hun uitstoot aan te pakken. Bedrijven die rechten over hebben omdat ze minder uitstoten dan verwacht mogen hun rechten verkopen. Zo ontstaat handel in emissierechten. Het Centraal Planbureau vindt echter dat Nederland met dit systeem zou moeten wachten tot er Europese afspraken zijn gemaakt.

Volgens Vogtländer is de emissiehandel voor Nederland één van de goedkoopste manieren om de CO2-uitstoot te verminderen. ,,Want de markt reduceert daar waar het het goedkoopst is'', zegt hij. Ondanks het feit dat Nederland al veel maatregelen heeft genomen – energiebedrijven stoken inmiddels op gas in plaats van kolen, auto's zijn zuiniger gaan rijden – blijft de uitstoot hoog. Bedrijven breiden uit, er komen steeds meer auto's bij. ,,Het wordt steeds moeilijker en vooral duurder om de uitstoot naar beneden te halen'', zegt Vogtländer. Met emissiehandel kan Nederland honderden miljoenen euro's besparen ten opzichte van de huidige overheidsinstrumenten zoals subsidies en convenanten over energiebesparing.

Behalve Nederland zijn ook Denemarken en Groot-Brittannië bezig met de opzet van een nationaal systeem voor de handel in emissierechten. Ook de EU heeft plannen in die richting. Een paar maanden geleden publiceerde de Europese Commissie een ontwerprichtlijn voor de handel in emissierechten. Uiteindelijk moet de hele wereld mee gaan doen. Analisten voorzien een wereldwijde markt met een omvang van tien miljard dollar. Maar het tienvoudige behoort evengoed tot de mogelijkheden. ,,Als het goed van de grond komt, kan het de grootste milieumarkt ter wereld worden'', zegt J.W. Martens, energie-adviseur van Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN).

Maar niet iedereen gelooft in een Europees handelssysteem. Op de ontwerprichtlijn van de EU is kritiek, onder andere van Groot-Brittannië. De Britse overheid wil de emissierechten veilen, net als Nederland. De EU wil ze gratis weggeven. Dat laatste is veel bewerkelijker, zegt Vogtländer. ,,Want je moet voor elk bedrijf vaststellen wat het mag uitstoten. Je moet dus met elk bedrijf moeizame onderhandelingen gaan voeren.'' Bij een veiling regelt de markt het zelf, zegt hij. De Commissie wil dat de opbrengst van de veiling wordt teruggesluisd naar de bedrijven die rechten kopen.

Vogtländer vindt het ook ,,raar'' dat de Europese Commissie de chemische industrie buiten het systeem heeft gelaten. De reden: omdat die sector in Europa 34.000 bedrijven telt. Volgens de EU zou het administratief een te zware taak zijn om emmissierechten over al die tienduizenden bedrijven te verdelen. ,,Maar in Nederland is de chemische sector een grote uitstoter van CO2'', zegt Vogtländer. Die is verantwoordelijk voor ruim 10 procent van de Nederlandse CO2-uitstoot. ,,Ik kan me voorstellen dat de Commissie het simpel wil houden, maar je moet ook niet te veel concessies doen. Wat bereik je anders met zo'n systeem?'' De ontwerprichtlijn dekt slechts 46 procent van de geschatte hoeveelheid CO2 die wordt uitgestoten.

Tijdens Kyoto is ook nog een andere manier besproken om de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen aan te pakken: projecten opzetten in het buitenland. De ministeries van VROM en EZ stellen daar sinds vorig jaar subsidies voor beschikbaar. Zo gaf EZ afgelopen april 36 miljoen euro aan vijf projecten, onder andere in Roemenië en Tsjechië. In totaal moet dat acht megaton CO2-reductie opleveren. De helft daarvan mag Nederland van zijn eigen CO2-rekening aftrekken, aldus de regels van Kyoto. ,,Het is een gunstige regeling voor Nederland'', zegt Martens. ,,Investeringen in het buitenland zijn veel goedkoper dan die in eigen land.'' Toch steekt Nederland zijn nek uit met de buitenlandse projecten, meent Martens. ,,We zijn de eerste in de wereld die ermee beginnen. Bovendien is het nog niet zeker of Nederland deze projecten wel mag meetellen.''

Rechtse politieke partijen willen dat Nederland meer gaat investeren in buitenlandse projecten. Linkse partijen zijn daar tegen. Nederland mag volgens hen zijn vervuilingsproblemen niet afwentelen op armere landen. Tijdens de klimaattop in Kyoto is hierover nog onderhandeld. Europese landen waren voor de 50/50-regel, die bepaalt dat landen niet meer dan 50 procent van de vereiste CO2-reductie in het buitenland mogen behalen. De rest moet in eigen land worden gevonden. Maar tijdens de klimaattop in Bonn vorig jaar waar de afspraken van Kyoto verder zijn aangescherpt zijn die onderhandelingen onder druk van Japan afgebroken. Japan stoot veel broeikasgassen uit, maar reduceren in eigen land is erg duur.

Ook bij sommige binnenlandse projecten zet Martens vraagtekens. De Nederlandse overheid heeft de afgelopen jaren bijna 250 miljoen euro subsidie uitgegeven aan projecten die de CO2-uitstoot met zo'n vier megaton moeten verminderen. Daar zijn projecten bij die wind- of zonne-energie opwekken, maar die pakken voorlopig relatief duur uit. Er zijn efficiëntere manieren om de CO2-uitstoot te verlagen, zoals het isoleren van oude woningen of het beter handhaven van de maximumsnelheid op de Nederlandse autowegen.

Uiteindelijk wordt toch het meest verwacht van emissiehandel. Voor Nederland is het belangrijk dat heel Europa mee gaat doen, meent Vogtländer, ,,want in ons land is het verder reduceren van de CO2-uitstoot relatief duur''. Daarom zullen ook de emissierechten volgens hem prijzig zijn. Als meer landen meedoen, daalt de prijs.

Volgens het Centraal Planbureau (CPB) moet Nederland wachten met CO2-handel totdat zo'n Europees systeem er is. Het CPB publiceerde deze week een rapport over de adviezen van de CO2-commissie. Het CPB raadt vroegtijdig invoeren van emissiehandel af. Want als de handel beperkt blijft tot Nederland, wordt het erg duur. ,,Niet zozeer de handel zelf, maar de administratie ervan. Het is namelijk een erg complex systeem'', zegt M. Mulder, een van de auteurs van het rapport. Het CPB vindt dat de Nederlandse overheid zijn energie beter kan gebruiken om in Brussel te lobbyen voor een internationaal handelssysteem. ,,Dat is efficiënter voor het Nederlandse klimaatbeleid.''

Mulder heeft nog meer kritiek. In het rapport van de commissie CO2-handel staat bijvoorbeeld dat in 2005 alleen grote instellingen en nationale bedrijven die veel CO2 uitstoten emissierechten moeten kopen. Internationaal concurrerende, energie-intensieve bedrijven krijgen een andere behandeling, omdat ze anders in het nadeel zouden zijn ten opzichte van buitenlandse concurrenten. Daarom wordt die bedrijven een prestatienorm opgelegd. Dat wil zeggen, er wordt een maximum gesteld aan de uitstoot van CO2 per eenheid product. Volgens Mulder is die aanpak minder streng. ,,In theorie kan een bedrijf meer producten gaan maken, en netto meer CO2 uitstoten. Als het maar onder de vastgestelde uitstoot per eenheid product blijft.'' Maar de commissie CO2-handel verwacht niet dat dit probleem zich in de praktijk zal voordoen. Als dat toch gebeurt, kan de prestatienorm aangescherpt worden, zegt Vogtländer.

Vanaf 2008 moeten middelgrote bedrijven emissierechten gaan kopen. En vanaf 2012 ook de individuele burger. Hoewel, zelf inkopen hoeft hij niet. Dat doet de leverancier van bijvoorbeeld energie voor hem. Toch krijgen burgers het indirect op hun rekening. Vogtländer: ,,Mensen die energie inkopen bij een leverancier die weinig CO2 uitstoot betalen weinig extra voor emissierechten. Koop je energie bij iemand die veel uitstoot, dan betaal je veel.''

Waar de Nederlandse overheid voor kiest is nog niet duidelijk. De commissie CO2-handel wil snel beginnen, het CPB wil dat Nederland zich meer inspant voor een Europees systeem. Tot dan, zegt Mulder, kan de CO2-uitstoot omlaag worden gebracht door bijvoorbeeld de energieheffingen te verbeteren. ,,Je zou de heffing op grootverbruikers, zoals de chemie en de metaal, kunnen uitbreiden, zodat ze geprikkeld worden om hun energieverbruik verder te verminderen.''