Geflipte genen

Je bent wat je eet, je eet wat je bent en variaties op dit thema zijn titels van talrijke, vooral Amerikaanse boeken. Het is een onuitputtelijk onderwerp voor gesprekken aan tafel. Mensen willen gezond en natuurlijk voedsel al zou je dat met de populariteit van junk food niet zeggen. Is dit de reden waarom er zo'n argwaan bestaat jegens genetisch gemodificeerd voedsel? Mogelijk. Tegenstanders spreken over `Frankenstein-voedsel', alsof je met de mayonaise een gemodificeerd soja-gen naar binnen krijgt en daarna zelf ook gemodificeerd bent.

Zoveel is zeker: de kennis onder het publiek over genetisch gemodificeerd (gm) voedsel is gering. Dit blijkt uit het rapport Eten en Genen dat is opgesteld door een commissie onder leiding van oud-D66-voorman Jan Terlouw en dat vorige week uitkwam. Eten en Genen is het verslag van een nationaal publiek debat over biotechnologie en voedsel. Dat is de sterke en de zwakke kant van het rapport: alle belangengroepen en maatschappelijke organisaties zijn gehoord, hun standpunten worden weergegeven, maar veel wijzer word je daar niet van en de commissie schuwt een uitgesproken standpunt. Typisch Nederlands: niet fel tegen en ook niet echt voor. De belangrijkste conclusie van het rapport is dan ook een open deur: ,,Genetische modificatie is een indrukwekkende nieuwe technologie, maar de toepassing ervan heeft draagvlak van het publiek nodig.''

Activisten en niet-gouvernementele organisaties voeren campagne tegen gm-voedsel. Waarom eigenlijk? Samengevat om drie redenen: omdat het een technologische ingreep in de natuur betreft, omdat het een samenspanning is van multinationale ondernemingen tegen boeren en consumenten, en omdat de langetermijneffecten niet te overzien zijn. Het is ook een emotie: je weet maar nooit wat er met die geflipte genen in je lichaam of elders in de natuur gebeurt. De `anti`s' hanteren als argument dat onderzoek van de Amerikaanse Cornell Universiteit in 1999 heeft aangetoond dat de monarchvlinder niet bestand zou zijn tegen het stuifmeel van gm-maïs. Dat is later in een vervolgonderzoek weerlegd, maar de negatieve beeldvorming was bepaald.

De voorstanders van gm-voedsel hebben het lastig. Ze zijn in hoofdzaak afkomstig uit de industrie: in Nederland lobbyt de werkgeversorganisatie VNO-NCW voor genvoedsel. Multinationals zoals het Amerikaanse bedrijf Monsanto, bezitten de octrooien op de gm-zaden. Het verzet tegen gm-voedsel vormt deel van de strijd tegen de globalisering. Het argument dat gm-gewassen wenselijk zijn om de groeiende wereldbevolking van voldoende voedsel tegen betaalbare prijzen te voorzien, en dat de ecologische voordelen groot zijn omdat de opbrengsten per hectare opgevoerd kunnen worden, maakt op tegenstanders geen indruk. Er zijn zoveel schandalen in de Europese bio-industrie geweest, dat de argwaan van consumenten jegens de uitwassen van de industriële landbouw is toegenomen. Bij de gekkekoeienziekte, varkenspest of mond- en klauwzeer ging het trouwens niet om gm-technologie, maar verdacht is verdacht.

De commissie-Terlouw heeft het niet aangedurfd aperte misvattingen over gm-voedsel te ontzenuwen of om uit te leggen wat er nuttig aan is. Dit is een gemiste kans. Toch stelt het rapport aan het slot: ,,Er zijn de commissie vanuit de medische literatuur geen wetenschappelijke aanwijzingen bekend die de zorgen rechtvaardigen die onder het publiek leven over de veiligheid van voedingsmiddelen die met behulp van gentechnologie zijn geproduceerd.''

In de jaren zestig en zeventig leidde de `groene revolutie' tot een enorme toename van de voedselproductie, waardoor in bevolkingsrijke landen zoals India en China een einde kwam aan chronisch terugkerende hongersnoden. De groene revolutie was gebaseerd op de introductie van `hybride' varianten van granen en rijst. Dit was genetische modificatie voordat het zo heette.

Vorig jaar nam het areaal aan gm-gewassen in de wereld toe met 19 procent. De Verenigde Staten zijn nog altijd veruit de grootste markt (68 procent van het totaal), gevolgd door Argentinië, Canada en China. Mexico, India en Brazilië overwegen om gm-gewassen te introduceren. De VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP is een voorstander van gm-technologie voor ontwikkelingslanden. De belangrijkste gm-gewassen, soja, maïs en katoen, kunnen grootschalig worden verbouwd en dienen als basis voor de textiel- en voedingsmiddelenindustrie. Voor ontwikkelingslanden met een uitgestrekt landbouwareaal bieden ze nieuwe exportmogelijkheden van grondstoffen of verwerkte producten.

De Europese Unie is heftig tegen gm-gewassen. Zal de EU de import van producten waarin agrarische gm-grondstoffen zijn gebruikt, tegenhouden? Het zou een nieuwe wending zijn aan het protectionistische Europese landbouwbeleid. De gesubsidieerde teelt van soja, maïs en zonnebloemen in de zuidelijke EU-landen zou dan beschermd worden onder het mom van verzet tegen gm-gewassen. Geen wonder dat met name in Frankrijk het protest zo krachtig is.

Nederland, dat zijn agrarische wereldfaam te danken heeft aan geduldigde kruisingen van soorten, is te klein voor gm. Advanta Seeds uit het Zeelandse Rilland heeft vorige week aangekondigd zijn proeflaboratorium te sluiten. Met gm-gewassen valt volgens Advanta geen droog brood te verdienen in Europa. De consumenten willen er niet aan en minister Pronk (Milieu) maakt veldproeven vrijwel onmogelijk. Het rapport-Terlouw stelt ook vast dat de teelt van genetisch veranderde gewassen in Nederland eigenlijk niet kan. Er is te weinig landbouwgrond waardoor grote kans bestaat op verstuiving naar conventionele gewassen op nabijgelegen velden. Zo zet Nederland zichzelf buitenspel in een nieuwe technologie nog voordat deze een kans heeft gekregen. De geflipte genen zitten niet in ons eten, maar in ons hoofd.

rjanssen@nrc.nl